ECLI:NL:RBROT:2025:12801
Rechtbank Rotterdam
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet gegrond tegen uitspraak niet tijdig beslissen in WHT-zaak, nieuwe termijn met dwangsom opgelegd
Deze uitspraak betreft het verzet van een opposante tegen een eerdere uitspraak van de rechtbank over het niet tijdig beslissen op bezwaar tegen besluiten van de Dienst Toeslagen in het kader van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht).
De opposante had eerder beroep ingesteld wegens het uitblijven van een besluit op bezwaar. De rechtbank had dit beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat zij oordeelde dat de zaken samenhangen en dat reeds een dwangsom was opgelegd. De verzetrechter oordeelt echter dat hierdoor de rechtsbescherming bij niet tijdig beslissen is miskend, omdat de opposante hierdoor geen rechtsingang heeft ten aanzien van deelbesluiten.
Daarom wordt het verzet gegrond verklaard en wordt opnieuw uitspraak gedaan. De Dienst Toeslagen krijgt een termijn van twee weken om alsnog te beslissen op de bezwaren, onder verbeurte van een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000. Tevens wordt de Dienst Toeslagen veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan de opposante.
Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard en de Dienst Toeslagen krijgt een termijn van twee weken om alsnog te beslissen onder verbeurte van een dwangsom.