Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 8 september 2025, met bijlagen;
- het antwoord;
- de repliek, met eisvermindering.
Rechtbank Rotterdam
Mert Vastgoed verhuurde een bedrijfsruimte aan [gedaagde], die een huurachterstand van €17.423,- had tot en met september 2025. Daarnaast vonden in 2024 en 2025 drie explosies plaats bij het gehuurde, waarna de burgemeester de bedrijfsruimte meermalen sloot en de exploitatievergunning introk. Dit leidde tot een vordering van Mert Vastgoed tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het pand, alsmede betaling van achterstallige huur, buitengerechtelijke kosten en rente.
[gedaagde] betaalde op 17 september 2025 een bedrag van €18.885,34 en gaf aan geen bezwaar te hebben tegen de ontbinding. Mert Vastgoed verminderde daarop haar eis, die door de kantonrechter werd toegewezen. De kantonrechter veroordeelde [gedaagde] tot ontruiming binnen drie dagen na betekening van het vonnis en tot betaling van de huur vanaf 1 oktober 2025 tot de ontruimingsdatum.
De proceskosten werden begroot op €2.552,47 en werden aan [gedaagde] opgelegd, inclusief wettelijke rente. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat onmiddellijke uitvoering mogelijk is ondanks eventuele hoger beroepen. Alle overige vorderingen werden afgewezen.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en [gedaagde] wordt veroordeeld tot ontruiming en betaling van achterstallige huur en proceskosten.