ECLI:NL:RBROT:2025:14819

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
12 december 2025
Publicatiedatum
17 december 2025
Zaaknummer
11878625 CV EXPL 25-19505
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding huurovereenkomst bedrijfsruimte met ontruiming en betaling achterstallige huur

Mert Vastgoed verhuurde een bedrijfsruimte aan [gedaagde], die een huurachterstand van €17.423,- had tot en met september 2025. Daarnaast vonden in 2024 en 2025 drie explosies plaats bij het gehuurde, waarna de burgemeester de bedrijfsruimte meermalen sloot en de exploitatievergunning introk. Dit leidde tot een vordering van Mert Vastgoed tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het pand, alsmede betaling van achterstallige huur, buitengerechtelijke kosten en rente.

[gedaagde] betaalde op 17 september 2025 een bedrag van €18.885,34 en gaf aan geen bezwaar te hebben tegen de ontbinding. Mert Vastgoed verminderde daarop haar eis, die door de kantonrechter werd toegewezen. De kantonrechter veroordeelde [gedaagde] tot ontruiming binnen drie dagen na betekening van het vonnis en tot betaling van de huur vanaf 1 oktober 2025 tot de ontruimingsdatum.

De proceskosten werden begroot op €2.552,47 en werden aan [gedaagde] opgelegd, inclusief wettelijke rente. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat onmiddellijke uitvoering mogelijk is ondanks eventuele hoger beroepen. Alle overige vorderingen werden afgewezen.

Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en [gedaagde] wordt veroordeeld tot ontruiming en betaling van achterstallige huur en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11878625 CV EXPL 25-19505
datum uitspraak: 12 december 2025
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Mert Vastgoed B.V.,
vestigingsplaats: Rotterdam,
eiseres,
gemachtigden: mr. M.P.A. Knol en [persoon A] ,
tegen
[gedaagde], die handelt onder de naam [bedrijf X] ,
woonplaats: [woonplaats] ,
gedaagde,
die zelf procedeert.
De partijen worden hierna ‘Mert Vastgoed’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 8 september 2025, met bijlagen;
  • het antwoord;
  • de repliek, met eisvermindering.
1.2.
[gedaagde] is in de gelegenheid gesteld te reageren op de repliek, maar heeft dat niet gedaan.

2.De beoordeling

Waar gaat het over?
2.1.
Mert Vastgoed verhuurt aan [gedaagde] de bedrijfsruimte aan de [adres] te Rotterdam. Er is een huurachterstand ontstaan van € 17.423,- tot en met september 2025. Ook zijn in 2024 en 2025 drie explosies geweest bij de bedrijfsruimte. Op last van de burgemeester is de bedrijfsruimte meermaals gesloten geweest en is de exploitatievergunning ingetrokken. Een en ander is voor Mert Vastgoed reden geweest de ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van de bedrijfsruimte te eisen, met betaling van € 18.885,38 aan achterstallige huur, buitengerechtelijke kosten en rente. [gedaagde] heeft op 17 september 2025 € 18.885,34 betaald en aangevoerd geen bezwaar te hebben tegen de ontbinding. Mert Vastgoed heeft vervolgens haar eis verminderd, die wordt toegewezen zoals hierna vermeld.
Proceskosten
2.2.
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat hij ongelijk krijgt. De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan Mert Vastgoed moet betalen op € 144,47 aan dagvaardingskosten, € 1.461,- aan griffierecht, € 812,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 406,-) en € 135,- aan nakosten. Dat is in totaal € 2.552,47. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend. De wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen.
Uitvoerbaar bij voorraad
2.3.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Mert Vastgoed dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt. Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
ontbindt de huurovereenkomst tussen de partijen en veroordeelt [gedaagde] om binnen drie dagen na de datum waarop dit vonnis is betekend de bedrijfsruimte aan de [adres] te Rotterdam te ontruimen met alle personen en zaken die zich daar vanwege [gedaagde] bevinden en het gehuurde met alle sleutels ter beschikking van Mert Vastgoed te stellen;
3.2.
veroordeelt [gedaagde] om vanaf 1 oktober 2025 tot en met de dag waarop de ontruiming plaatsvindt aan Mert Vastgoed te betalen € 2.541,- per maand met de verhoging die is toegestaan;
3.3.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van Mert Vastgoed worden begroot op € 2.552,47 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over dat bedrag vanaf de vijftiende dag nadat dit vonnis is betekend tot de dag dat volledig is betaald;
3.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.5.
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door mr. V.F. Milders en in het openbaar uitgesproken.
465