Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 29 september 2025, met bijlagen;
- de rolbeslissing van 5 november 2025;
- de akte van Havensteder van 13 november 2025 met een eisvermindering.
Rechtbank Rotterdam
In deze zaak heeft de kantonrechter van de Rechtbank Rotterdam op 17 december 2025 uitspraak gedaan in een geschil tussen Stichting Havensteder en een gedaagde die niet in de procedure is verschenen. De eiseres, Havensteder, vorderde betaling van huurachterstand, ontbinding van de huurovereenkomsten en ontruiming van de woning en parkeerplaats die door de gedaagde werden gehuurd. De kantonrechter oordeelde dat de gedaagde de huurachterstand van € 5.880,90 moet betalen, maar vernietigde een opslagbeding van maximaal 5% bovenop de CPI-huurverhoging, omdat dit als oneerlijk werd beschouwd. Hierdoor werd een lager bedrag aan huurachterstand toegewezen dan oorspronkelijk was gevorderd. De kantonrechter wees ook de gevorderde incassokosten en rente af, omdat deze gebaseerd waren op een oneerlijke bepaling in de huurvoorwaarden. De huurovereenkomsten werden ontbonden, en de gedaagde werd veroordeeld om de woning en parkeerplaats binnen veertien dagen te ontruimen. Tevens werd de gedaagde verplicht om een gebruiksvergoeding te betalen voor de periode na de ontbinding tot de ontruiming. De proceskosten werden aan de gedaagde opgelegd, omdat deze grotendeels ongelijk kreeg in de procedure. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.