Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..[eiseres 1] ,
1..[gedaagde 1] ,
1.De procedure
- de dagvaardingen van 15 oktober met bijlagen;
- de herstelexploten van 22 oktober 2025, met bijlage;
- de brief van 27 november 2025 van mr. De Bruijn, met bijlagen;
- de spreekaantekeningen van mr. De Bruijn met een wijziging van eis;
- de spreekaantekeningen van de heer [persoon A] .
- mevrouw [persoon B] (asset manager bij [eiseres 1] ) en mr. De Bruijn;
- [gedaagde 2] en de heer [persoon A] .
2.De beoordeling
- dat [gedaagde 1] wordt veroordeeld het gehuurde te ontruimen binnen twee weken na de datum van het vonnis;
- dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hoofdelijk worden veroordeeld aan [eiseres 1] en [eiseres 2] te betalen binnen één week na de datum van het vonnis:
3.De beslissing
- dat [gedaagde 1] is gehouden van deze proceskosten € 147,42 te voldoen, met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over dat bedrag vanaf de vijftiende dag na de datum van dit vonnis tot de dag dat volledig is betaald;
- dat [gedaagde 2] is gehouden van deze proceskosten € 145,45 te voldoen, met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over dat bedrag vanaf de vijftiende dag na de datum van dit vonnis tot de dag dat volledig is betaald;
- dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hoofdelijk, zodanig dat als de één betaalt de ander is gekweten, zijn gehouden om het overige aan proceskosten te voldoen, met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over dat bedrag vanaf de vijftiende dag na de datum van dit vonnis tot de dag dat volledig is betaald;