ECLI:NL:RBROT:2025:14839

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
9 december 2025
Publicatiedatum
18 december 2025
Zaaknummer
10.042212.23
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Diefstal in vereniging door middel van een valse sleutel met betrekking tot bankhelpdeskfraude gericht op ouderen

Op 9 december 2025 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een verdachte die samen met anderen bankhelpdeskfraude heeft gepleegd, gericht op oudere slachtoffers. De verdachte werd beschuldigd van meermalen diefstal in vereniging met een valse sleutel en het medeplegen van oplichting. De rechtbank oordeelde dat de verdachte zich schuldig had gemaakt aan diefstal in vereniging door middel van een valse sleutel, maar sprak hem vrij van de beschuldiging van oplichting. De feiten vonden plaats tussen 15 oktober 2022 en 21 januari 2023, waarbij de verdachte en zijn mededaders zich voordeden als bankmedewerkers om slachtoffers te misleiden en hen te laten afgeven van hun bankpassen. De rechtbank legde een gevangenisstraf op van 227 dagen, waarvan 180 dagen voorwaardelijk, en een taakstraf van 240 uur. Daarnaast werd de vordering van de benadeelde partij toegewezen, waarbij de verdachte € 2.798,00 moest betalen als schadevergoeding. De rechtbank hield rekening met de ernst van de feiten, de kwetsbaarheid van de slachtoffers en de positieve ontwikkeling van de verdachte in de afgelopen jaren.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats Rotterdam
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer: 10.042212.23
Datum uitspraak: 9 december 2025
Datum zitting: 25 november 2025
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 2000 in [geboorteplaats] ( [geboorteland] ),
ingeschreven op het adres [adres] , [postcode] in [woonplaats] .
Advocaat van de verdachte: mr. B.P.J. Heinrici
Officier van justitie: mr. D.D.B. Reuter
Benadeelde partij: [benadeelde]

1.Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte – samengevat – van het meermalen plegen van diefstal in vereniging met een valse sleutel (feit 1) en het meermalen medeplegen van oplichting (feit 2).
De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat
1
hij in of omstreeks de periode van 15 oktober 2022 tot en met 21 januari 2023 te Rotterdam, althans in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen
- in zaak [naam zaak 1] : een geldbedrag van ongeveer 1.996,98 euro, in elk geval enig geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan de [slachtoffer 1] en/of
- in zaak [naam zaak 2] : een geldbedrag van ongeveer 1.950,- euro in elk geval enig
geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] en/of
- in zaak [naam zaak 3] : een geldbedrag van ongeveer 3.544,- euro in elk geval enig
geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3] en/of
- in zaak 6 [ [proces-verbaalnummer 1] ]: een geldbedrag van ongeveer 6.186,- euro in elk geval enig
geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4] en/of
- in zaak [naam zaak 4] : een geldbedrag van ongeveer 4.945,- euro in elk geval enig geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 5] ,
in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem, verdachte, en/of zijn mededader(s), die/dat weg te nemen geldbedrag(en) (telkens) onder zijn/hun bereik had(den) gebracht door (een) valse sleutel(s), van een valse order of het aannemen van een valse naam of van een valse hoedanigheid, of door listige kunstgrepen, of door een samenweefsel van verdichtsels,
te weten: middels het meermalen, althans eenmaal gebruiken van één of meer bankpassen/pinpassen (inclusief bijbehorende pincode(s)) toebehorende aan voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] , tot welk gebruik verdachte en/of zijn mededader(s) onbevoegd en/of niet gerechtigd was/waren;
2
hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 15 oktober 2022 tot en
met 8 november 2022 te Rotterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/ of van een valse hoedanigheid en/ of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,
- in zaak [naam zaak 1] : [slachtoffer 1] en/ of
- in zaak [naam zaak 2] : [slachtoffer 2] en/of
(telkens) heeft bewogen tot de afgifte van enig(e) goed(eren) te weten (een) bankpas(sen) /pinpas(sen) behorende bij (een) rekeningnummer(s) van de ABNAMRO Bank en/of ING Bank en/of Rabobank, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s)
- zich telefonisch jegens/ aan die [slachtoffer 1] en/ of [slachtoffer 2] , voorgedaan/voorgesteld als ' [naam 1] ' en/of ' [naam 2] ' en/of ' [naam 3] ', althans een medewerker van de ABNAMRO Bank en/of ING Bank en/of Rabobank van de afdeling fraude en/of
- ( daarbij) in die hoedanigheid valselijk en/ of bedriegelijk aan die [slachtoffer 1] en/ of [slachtoffer 2] medegedeeld - zakelijk weergegeven - dat er (grote) bedragen geld werd(en) afgehaald van zijn en/of haar rekening en/of dat zijn en/of haar bankpas (direct) geblokkeerd moest worden en/of dat hij zijn en/of zij haar bankpas door moest knippen, waarbij hij/zij de chip van de bankpas wel intact moest laten en/of dat een bankmedewerker de bankpas bij hem en/of haar thuis zou komen ophalen en/of - (vervolgens) bij de woning van die [slachtoffer 1] en /of [slachtoffer 2] aangebeld en aldaar zich (wederom) jegens die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] voorgedaan als een bankmedewerker die de bankpas/pinpas kwam ophalen.

2.Bewijs

2.1.
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld voor feit 1 en wordt vrijgesproken van feit 2.
2.2.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft zich ten aanzien van feit 1 gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. De verdediging heeft vrijspraak bepleit van feit 2.
2.3.
Oordeel van de rechtbank
2.3.1.
Bewezenverklaring en bewijsmiddelen: feit 1
Bewezen is dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het meermalen plegen van diefstal in vereniging met een valse sleutel (feit 1). De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.3.
De bewezenverklaring is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen. De verdachte heeft feit 1 bekend en er is geen vrijspraak bepleit. Daarom worden voor dit feit de bewijsmiddelen hieronder wel genoemd maar niet uitgeschreven.
1.
Verklaring van de verdachte [1]
2.
Proces-verbaal van de politie, aangifte van [slachtoffer 1] [2]
3.
Proces-verbaal van de politie, aangifte van [slachtoffer 2] [3]
4.
Proces-verbaal van de politie, aangifte van [slachtoffer 3] [4]
5.
Proces-verbaal van de politie, aangifte van [slachtoffer 4] [5]
6.
Proces-verbaal van de politie, aangifte van [slachtoffer 5] [6]
2.3.2.
Vrijspraak: feit 2
De beschuldiging van feit 2 is niet bewezen. De verdachte wordt daarvan dus vrijgesproken. De officier van justitie en de verdediging zijn tot dezelfde conclusie gekomen, zodat de rechtbank dit niet verder zal motiveren.
2.3.3.
Volledige bewezenverklaring
Bewezen is dat:
hij in de periode van 15 oktober 2022 tot en met 21 januari 2023 in Nederland, telkens tezamen en in vereniging met een ander of anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen
- in zaak [naam zaak 1] : een geldbedrag van 1.996,98 euro toebehorende aan [slachtoffer 1] en
- in zaak [naam zaak 2] : een geldbedrag van 1.950,- euro toebehorende aan [slachtoffer 2] en
- in zaak [naam zaak 3] : een geldbedrag van 3.544,- euro toebehorende aan [slachtoffer 3] en
- in zaak 6 [ [proces-verbaalnummer 1] ]: een geldbedrag van 6.186,- euro toebehorende aan [slachtoffer 4] en
- in zaak [naam zaak 4] : een geldbedrag van
4.616,98euro toebehorende aan [slachtoffer 5] ,
enverdachte en zijn mededader(s) die weg te nemen geldbedragen telkens onder hun bereik hadden gebracht door (een) valse sleutel(s), te weten: middels het meermalen gebruiken van één of meer bankpassen/pinpassen (inclusief bijbehorende pincode(s)) toebehorende aan voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] , tot welk gebruik verdachte en zijn mededader(s) onbevoegd en niet gerechtigd waren.

3.Kwalificatie en strafbaarheid

3.1.
Kwalificatie
Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:
Feit 1 :
diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, meermalen gepleegd.
3.2.
Strafbaarheid van het feit en van de verdachte
Het feit en de verdachte zijn strafbaar.

4.Straf

4.1.
Eis van de officier van justitie
De officier van justitie vindt dat aan de verdachte een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden moet worden opgelegd, waarvan vier maanden voorwaardelijk, met aftrek van de periode die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht en met een proeftijd van twee jaar.
4.2.
Oordeel van de rechtbank
4.2.1.
Ernst en gevolgen van de feiten
De verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan het plegen van bankhelpdeskfraude. De verdachte en zijn medeverdachten hebben doelbewust personen op leeftijd en daarmee kwetsbare slachtoffers uitgezocht. De slachtoffers werden – vaak vanuit de woning van de verdachte – gebeld door een zogenaamde medewerk(st)er van de afdeling fraude van een Nederlandse bank. De betreffende medewerk(st)er vertelde de slachtoffers dat zij mogelijk slachtoffer waren geworden van fraude. Vervolgens moesten zij hun pincodes doorgeven, kregen zij een code waarmee een koerier die de bankpassen zou komen ophalen zich aan de deur zou identificeren, en werden de passen door de betreffende koerier thuis opgehaald. Vervolgens werden er met deze passen grote geldbedragen gepind en aankopen gedaan bij diverse winkels. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan vijf diefstallen, maar het dossier geeft ook redenen om te vermoeden dat hij bredere betrokkenheid had, onder meer omdat er naar slachtoffers werd gebeld vanuit zijn woning.
De verdachte en zijn medeverdachten hebben op een georganiseerde en doortrapte wijze misbruik gemaakt van het bij de slachtoffers gewekte vertrouwen. Ook uit dit dossier blijkt dat dit soort feiten de slachtoffers niet alleen in financiële zin treft, maar dat ook hun gevoel van veiligheid en vertrouwen in de medemens ernstig wordt aangetast en voor gevoelens van schaamte, stress en angst zorgt. Daarnaast is bankhelpdeskfraude een misdrijf dat het vertrouwen ondermijnt dat rekeninghouders in het algemeen in het betalingsverkeer en het bankwezen mogen hebben. Dit vertrouwen is van groot belang voor het maatschappelijk en economisch verkeer. Ook leidt helpdeskfraude tot hoge kosten voor de betrokken banken. De verdachte heeft zich niet bekommerd om de gevolgen van zijn handelen. De rechtbank rekent de verdachte dit aan.
4.2.2.
Persoon en persoonlijke omstandigheden
Strafblad
Uit het strafblad [7] van de verdachte blijkt dat hij door de politierechter onherroepelijk is veroordeeld voor diefstal door middel van valse sleutels, gepleegd op 16 september 2022. Dit is een soortgelijk strafbaar feit, maar de pleegdatum ligt maar een paar weken voor de pleegperiode in deze zaak. Onduidelijk is waarom dat feit niet gelijktijdig met de in deze zaak tenlastegelegde feiten is aangebracht. De rechtbank zal deze eerdere veroordeling daarom niet in strafverzwarende zin meewegen. Ook het andere feit op het strafblad van de verdachte, namelijk diefstal met een pleegdatum in 2016 weegt niet in strafverzwarende zin mee, omdat dat feit te ver in het verleden ligt. Het strafblad van de verdachte leidt dus niet tot een hogere straf.
Rapporten van Reclassering Nederland (de reclassering)
De reclassering heeft een drietal rapporten over de verdachte uitgebracht. In eerste instantie (voorjaar 2023) baarden de houding en het sociale netwerk van de verdachte de reclassering zorgen. Hij erkende dat hij fout had gehandeld, maar hij toonde weinig empathie voor de slachtoffers en gaf weinig openheid van zaken. In het najaar van 2024 rapporteerde de reclassering dat de verdachte een positieve ontwikkeling heeft doorgemaakt. Hij toonde oprecht spijt van zijn daden en had zijn houding in positieve zin veranderd. Hij had zijn woning kunnen behouden, had een baan en een partnerrelatie. Contacten met het negatieve sociale netwerk had hij verbroken. Uit het meest recente rapport van 18 november 2025 blijkt dat de verdachte die positieve lijn heeft doorgezet. Hij is in de tussentijd vader geworden en brengt veel tijd door met zijn gezin. Omdat zijn partner in Almere woont is hij gaan werken in Amsterdam. Een aandachtspunt blijven wel de schulden van de verdachte. Al met al schat de reclassering het risico op recidive in als laag.
4.2.3.
Redelijke termijn
De verdachte moet binnen een redelijke termijn worden berecht. De redelijke termijn is in dit geval gestart op 27 februari 2023, omdat de verdachte toen in verzekering is gesteld. Tot aan dit vonnis is een periode van twee jaar en ruim negen maanden verstreken. Omdat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden, is de redelijke termijn in deze zaak twee jaren. Dat betekent dat de redelijke termijn met ruim negen maanden is overschreden. De rechtbank houdt daar bij de strafoplegging rekening mee.
4.2.4.
Oplegging straffen
De ernst van de strafbare feiten rechtvaardigt op zichzelf een gevangenisstraf met een langere duur dan de periode die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Tegelijkertijd ziet de rechtbank ook de positieve ontwikkeling die de verdachte in de afgelopen jaren heeft doorgemaakt. Een nieuwe periode in detentie zou die positieve ontwikkeling doorkruisen. Daarnaast houdt de rekening met de jeugdige leeftijd van de verdachte, de overschrijding van de redelijke termijn en met artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht.
De rechtbank legt de verdachte een gevangenisstraf op van 227 dagen. Van deze gevangenisstraf worden 180 dagen voorwaardelijk opgelegd. Het onvoorwaardelijke deel van de gevangenisstraf wordt dus bepaald op de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.
De voorwaardelijke straf heeft ook als doel te voorkomen dat de verdachte in de toekomst opnieuw een strafbaar feit pleegt. De rechtbank verbindt geen bijzondere voorwaarden aan de voorwaardelijke straf, maar stelt wel als algemene voorwaarde dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt.
Om de ernst van het feit tot uitdrukking te brengen, legt de rechtbank daarnaast een taakstraf van 240 uur op.

5.Voorlopige hechtenis

Omdat de op te leggen straffen meebrengen dat de verdachte niet terug hoeft naar de gevangenis, zal de rechtbank het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis opheffen.

6.Vordering van de benadeelde partij

6.1.
Vordering [slachtoffer 4]
heeft als benadeelde partij € 2.798,00 als vergoeding van materiële schade gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
6.2.
Standpunt van de officier van justitie
De vordering van de benadeelde partij kan volledig worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
6.3.
Standpunt van de verdediging
De vordering wordt niet betwist.
6.4.
Oordeel van de rechtbank
6.4.1.
Materiële schade
De rechtbank stelt vast dat de benadeelde partij rechtstreeks materiële schade heeft geleden als gevolg van het onder 1 gepleegde strafbare feit. De vordering is onweersproken en op de wet gegrond. De vordering wordt daarom toegewezen. Dit betekent dat de verdachte € 2.798,- als vergoeding van materiële schade aan de benadeelde partij moet betalen.
6.4.2.
Wettelijke rente, proceskosten en schadevergoedingsmaatregel
De benadeelde partij heeft gevorderd de schadevergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente. De rechtbank wijst de wettelijke rente toe vanaf 21 januari 2023.
De rechtbank veroordeelt de verdachte in de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en die zij in de tenuitvoerlegging nog zal maken, omdat de vordering van de benadeelde partij wordt toegewezen. Deze kosten worden tot vandaag begroot op € 0,-.
De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel (als bedoeld in artikel 36f Sr) op. Dit betekent dat de verdachte de schadevergoeding aan de staat moet betalen en de staat het bedrag uitkeert aan de benadeelde partij. Als dwangmiddel kan gijzeling worden toegepast voor de duur van maximaal 37 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

7.Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straffen is gebaseerd op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f, 47, 63en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

8.Beslissingen

De rechtbank:
Vrijspraak
verklaart niet bewezen dat de verdachte feit 2 heeft gepleegd en spreekt de verdachte daarvan vrij;
Bewezenverklaring
verklaart bewezen dat de verdachte feit 1, zoals in paragraaf 2.3.3 is omschreven, heeft gepleegd;
Kwalificatie en strafbaarheid
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert het in paragraaf 3.1 vermelde strafbare feit;
verklaart de verdachte strafbaar;
Straffen
Gevangenisstraf
veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstraf van 227 dagen;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
Voorwaardelijk strafdeel
bepaalt dat
180 dagen van deze gevangenisstrafniet ten uitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte de onderstaande voorwaarde niet naleeft;
stelt als algemene voorwaarde dat:
- de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt;
Taakstraf
veroordeelt de verdachte tot een
taakstraf van 240 uur, waarbij de reclassering bepaalt uit welke werkzaamheden deze taakstraf zal bestaan;
beveelt dat, voor het geval de verdachte de taakstraf niet (goed) verricht,
vervangende hechteniszal worden toegepast voor de duur van
120 dagen;
Voorlopige hechtenis
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte; deze voorlopige hechtenis is eerder geschorst;
Vordering benadeelde partij
veroordeelt de verdachte aan de benadeelde partij [slachtoffer 4] te betalen een bedrag van € 2.798,00 als vergoeding van materiële schade en de wettelijke rente hierover vanaf 21 januari 2023 tot de dag van volledige betaling;
veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte proceskosten, tot vandaag begroot op € 0,- en in de nog te maken kosten voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis;
legt aan de verdachte
de maatregel tot schadevergoedingop, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 4] aan de staat
€ 2.798,00te betalen, en de wettelijke rente vanaf 21 januari 2023 tot aan de dag van volledige betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van maximaal
37 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

9.Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:
mr. R.H. Kroon, voorzitter,
en mrs. L. den Teuling en L.N. Foppen, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. H.A. Wolterink, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 9 december 2025.

Voetnoten

1.De verklaring die is afgelegd tijdens de zitting van 25 november 2025.
2.Proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 2] , pagina 218 e.v. van het zaaksdossier
3.Proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 3] , pagina 441 e.v. van het zaaksdossier
4.Proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 4] pagina 620 e.v. van het zaaksdossier
5.Proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 1] , pagina 800 e.v. van het zaaksdossier
6.Proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 5] , pagina 857 e.v. van het zaaksdossier
7.Uittreksel uit de justitiële documentatie van 29 oktober 2025