Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
[verzoeker 1],
1.Korte samenvatting
Baltic Cable AB(hierna: Baltic Cable), gevestigd te Malmö, Zweden, advocaat mr. D. Knottenbelt te Rotterdam, tegen de door de rechter-commissaris in de beperkingsprocedure op 27 juni 2024 gegeven beschikking (hierna: de Beschikking) en tegen de op dezelfde datum door de rechter-commissaris goedgekeurde Staat van verdeling van het door Verzoekers gestelde fonds ter zake van zaakschade ter beperking van hun aansprakelijkheid (hierna: zakenfonds) in verband met een voorval met de DELFBORG. Het gaat om een voorval bij het ophalen van een anker van dat schip dat zich in november 2012 in de Baltische Zee heeft voorgedaan, waarbij een onderzees gelegen elektriciteitskabel van Baltic Cable beschadigd werd (hierna: het voorval).
2.De procedure, het Bezwaarschrift en de Akte/Nader verzoek
in de (proces-)kosten.
in de kosten.
de Zweedse proceskosten wegens de aard van die vordering niet onderhevig is aan de beperking van aansprakelijkheid van Verzoekers en daarom niet thuis hoort in de Staat van verdeling. Baltic Cable zoekt buiten de beperkingsprocedure om verhaal voor de Zweedse proceskosten door beslag te leggen op de DELFBORG.
3.De beoordeling
Het beoordelingskader
Verg. het huidige artikel 320o [en artikelen 183 en 184 F.W].
“In september 2013 is wegens de voeging met de zaak met kenmerk C/10/431772 / HA RK 13-787 met verzoekers, de bekende belanghebbenden en de vereffenaar afgesproken dat de inhoudelijke behandeling in de onderhavige zaak zal worden aangehouden tot de verificatievergadering van de gevoegde zaak en wel op 15 januari 2014.”
(Advocaat)kosten procedure rechtbank Malmö
- i) dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft in beperkingsprocedures;
- ii) dat over de aansprakelijkheid en de schadeomvang ook in Zweden een procedure aanhangig was, en dat de renvooiprocedure over deze geschilpunten zou worden aangehouden totdat in Zweden zou zijn beslist over de bevoegdheid van het gerecht in Malmö ten aanzien van deze onderwerpen;
- iii) dat (de gerechtigdheid tot) beperking van aansprakelijkheid in die renvooiprocedure aan de orde bleef, en dat Baltic Cable op de rol van 18 januari 2017 haar eis tot verificatie kon indienen (r.o. 5.2-5.3).
wordt door de vereffenaar een staat van verdeling van het betrokken fonds opgemaakt en aan de goedkeuring van de rechter-commissaris onderworpen". Dit impliceert dat eerst moet worden beslist over de vraag of de Zweedse proceskosten voor verificatie in aanmerking komen. Dat betekent dat, als er geen nieuwe verificatievergadering meer gepland zou worden, eerst de weg van artikel 642q lid 1 Rv gevolgd zou moeten worden, namelijk de verwijzing door de rechter-commissaris naar een zitting van de rechtbank ter beslissing van dit punt van geschil. Het is prima als de vereffenaar nu de concept staat van verdeling naar de rechter-commissaris stuurt, maar dan wel graag met deze opmerking van Baltic Cable. De goedkeuring van de staat van verdeling door de rechter-commissaris moet onzes inziens wachten tot het geschil over de proceskosten onherroepelijk is beslist. In die procedure kunnen de inhoudelijke standpunten van partijen verder worden beoordeeld. In dat verband behoudt Baltic Cable zich alle rechten voor, ook ten aanzien van de email van Mr Den Haan van 16 februari 2024. Baltic Cable is akkoord met het door u berekende uitkeringsbedrag van het beperkingsfonds. De p.m. post bedroeg inderdaad per 19 januari 2024 EUR 1.223.071,81 (inclusief wettelijke rente), maar dit bedrag loopt nog dagelijks op vanwege de wettelijke rente die de heer [verzoeker 1] naar Zweeds recht over de proceskosten verschuldigd is.”
1. Baltic Cable stelt zich op het standpunt dat de proceskostenvergoeding waartoe de heer [verzoeker 1] (" [verzoeker 1] ") in Zweden is veroordeeld jegens Baltic Cable niet vatbaar is voor verificatie en aldus buiten het door (onder meer) [verzoeker 1] gestelde depot valt.
De suggestie dat Baltic Cable “conform art. 642k Rv al haar vorderingen” heeft opgegeven, dus inclusief de vorderingen ten aanzien waarvan zij twijfelt of de schuldenaar jegens haar een beroep op beperking kan doen is evident een onjuist gelegenheidsargument. Art. 642k Rv onderscheidt tussen twee geheel verschillende gevallen. In de eerste zin gaat het om de schuldeiser die tegen het beperkingsverzoek verweer voert, en in de tweede zin om de schuldeiser die twijfelt of de schuldenaar
Namens Baltic Cable AB ("Baltic Cable") reageer ik hierbij op uw e-mailbericht van 28 februari 2024 inzake het verdere verloop van de beperkingsprocedure tussen de heer [verzoeker 1] (" [verzoeker 1] ") en Baltic Cable. U hebt in dat bericht aangegeven nog niet te zien hoe u (of de rechtbank in renvooi) in het kader van de beperkingsprocedure kan beslissen (i) dat de door Baltic Cable
Mr. Den Haan stelt dat Baltic Cable's bezwaar ten aanzien van het opnemen van de proceskosten in de staat van verdeling pas kwam nadat deze proceskostenvordering was erkend door de heer [verzoeker 1] . Dat is onjuist. De vordering tot betaling van proceskosten is steeds opgenomen geweest op de lijst van betwiste vorderingen. Toen de proceskosten eind 2023 met het vonnis van de hoogste Zweedse rechter definitief werden, liet Baltic Cable op 11 december 2023 aan mr. Den Haan en de vereffenaar weten: "In de lijst van betwiste vorderingen is een p.m. post ten aanzien van de proceskosten opgenomen. Bij het opmaken van de staat van verdeling ga ik er evenwel van uit dat de proceskosten waarin de heer [verzoeker 1] in Zweden is veroordeeld, niet onder de beperking vallen en dus niet in de staat van verdeling van het fonds zullen hoeven worden opgenomen." De vereffenaar merkte vervolgens op 19 december 2023 op "Mijn voorlopig oordeel is dat de kostenveroordeling van de heer [verzoeker 1] in de Zweedse procedure een niet voor beperking vatbare vordering is."
4.De beslissing
19 januari 2026bij akte het bewijs over te leggen dat zij haar vordering wegens de Zweedse proceskosten definitief heeft teruggenomen uit de beperkingsprocedure;