In deze kort geding procedure eist eiseres ontruiming van kantoorruimte wegens huurachterstanden en onbetaalde servicekosten. De huurovereenkomst is verlengd tot juli 2030 en bevat bepalingen over huur en servicekosten. Gedaagde betwist de hoogte van de vordering en beroept zich op gebreken in het gehuurde en opschorting van betalingen.
De kantonrechter oordeelt dat eiseres een spoedeisend belang heeft, maar dat de hoogte van de openstaande servicekosten en huurachterstanden niet met voldoende zekerheid kan worden vastgesteld in kort geding. De huur over oktober en november 2025 en de lopende termijnen dienen echter wel betaald te worden, omdat opschorting niet in redelijke verhouding staat tot het beperkte gebrek.
De primaire vordering tot ontruiming wordt afgewezen vanwege het zwaarwegend belang van gedaagde bij voortzetting, maar de ontruiming wordt voorwaardelijk toegewezen: gedaagde moet ontruimen indien zij niet tijdig betaalt. Proceskosten worden grotendeels aan gedaagde opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.