Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 10 november 2025, met bijlagen;
- het antwoord, met bijlagen.
- namens VDM mevrouw [persoon B] en de gemachtigde;
- [persoon A] , zijn zoon [persoon C] en de gemachtigde.
2.De feiten
“(…) In de supermarkt wordt één persoon, te weten een personeelslid aangetroffen. Dit betreft de zoon van de eigenaar van de supermarkt (hierna: persoon 1).
- persoon 1 al jaren werkzaam is bij Supermarkt [supermarkt A] , gevestigd aan de [adres 2] te Schiedam;
- persoon 1 tijdens zijn werkzaamheden onder invloed was van verdovende middelen;
- in de supermarkt verdovende middelen, te weten 10,16 gram (netto) hennep en een weegschaal is aangetroffen;
- er meerdere meldingen zijn gemaakt van overlast en drugsgebruik rond de supermarkt, waardoor het aannemelijk is dat in dit pand een middel als bedoeld in lijst 2 van de Opiumwet werd verkocht, afgeleverd of verstrekt, dan wel daartoe aanwezig was”.
3.Het geschil
- [persoon A] te veroordelen om het gehuurde aan de [adres 1] te Schiedam te ontruimen;
- [persoon A] te veroordelen een bedrag van € 2.294,88 aan huur tot en met oktober 2025 aan VDM te voldoen en vanaf november 2025 een bedrag van € 479,17 per maand voor elke maand dat [persoon A] het gehuurde nog in gebruik heeft;
- [persoon A] te veroordelen in de proceskosten met rente;
- het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.