In deze zaak heeft VDM Vastgoed Groep B.V. een kort geding aangespannen tegen een gedaagde, die zelf procedeert, met als doel de ontruiming van een woning in Schiedam en betaling van huurachterstand. De eiseres, VDM, stelt dat de gedaagde een huurachterstand heeft van € 2.185,93 en dat er sprake is van onderverhuur, wat in strijd is met de huurovereenkomst. De gedaagde betwist de onderverhuur en voert aan dat hij tijdelijk een bekende heeft laten logeren, maar dat hij zelf de enige huurder is. De kantonrechter heeft op 17 december 2025 uitspraak gedaan. De rechter oordeelt dat VDM een spoedeisend belang heeft bij de ontruiming, ondanks de betwisting van de gedaagde over de onderverhuur. De rechter concludeert dat de huurachterstand van meer dan vier maanden voldoende is om de ontruiming te rechtvaardigen. De ontruimingstermijn wordt vastgesteld op veertien dagen na betekening van het vonnis. De gedaagde wordt ook veroordeeld tot betaling van de huurachterstand en de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad, wat betekent dat het onmiddellijk kan worden uitgevoerd, ook als de gedaagde in hoger beroep gaat.