ECLI:NL:RBROT:2025:14868

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
7 november 2025
Publicatiedatum
18 december 2025
Zaaknummer
10-220199-25
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor medeplichtigheid aan een ontploffing in een woonwijk te Rotterdam

Op 21 november 2025 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een verdachte die beschuldigd werd van medeplichtigheid aan een ontploffing in de Vierambachtsstraat te Rotterdam op 8 juli 2025. De verdachte, geboren in 2004, werd ervan beschuldigd zijn auto ter beschikking te hebben gesteld aan de dader van de ontploffing en deze te hebben vervoerd. De rechtbank oordeelde dat het primair ten laste gelegde feit niet bewezen kon worden, en sprak de verdachte daarvan vrij. Echter, de rechtbank vond wel voldoende bewijs voor de subsidiaire beschuldiging van medeplichtigheid aan de ontploffing. De verdachte had zijn auto beschikbaar gesteld en was aanwezig in de buurt van de ontploffing. De rechtbank legde een gevangenisstraf op van 240 dagen, waarvan het onvoorwaardelijke deel gelijk is aan de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, en een voorwaardelijk deel van 123 dagen. Daarnaast werd een taakstraf van 120 uur opgelegd. De rechtbank benadrukte de ernst van het feit, dat plaatsvond in een woonwijk, en de impact die dit had op de omwonenden.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer: 10-220199-25
Datum uitspraak: 21 november 2025
Datum zitting: 7 november 2025
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte]
geboren op [geboorteplaats] 2004 in [geboortedatum],
ingeschreven op het adres [adres 1], ten tijde van de zitting gedetineerd in [detentieadres]
Advocaat van de verdachte: mr. A. Boumanjal
Officier van justitie: mr. F. van der Putten

1.Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij – samengevat – op 8 juli 2025 in de Vierambachtsstraat in Rotterdam, samen met anderen of alleen, een ontploffing teweeg heeft gebracht, of daarbij heeft geholpen door zijn auto ter beschikking te stellen en een persoon naar en van de plaats van het misdrijf te vervoeren.
De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat
Primair
de verdachte op of omstreeks 8 juli 2025 te Rotterdam,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht, door open vuur in aanraking te brengen met vuurwerk en/of een explosief, terwijl daarvan gemeen gevaar voor een of meer goederen, te weten een pand aan de [adres 2], althans het rolluik en/of ruiten en/of de inboedel van voornoemd pand en/of naastgelegen panden, te duchten was;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
een of meer onbekend gebleven personen op of omstreeks 8 juli 2025 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk, een ontploffing teweeg heeft gebracht, door open vuur in aanraking te brengen met vuurwerk en/of een explosief,
terwijl daarvan gemeen gevaar voor een of meer goederen, te weten een pand aan de [adres 2], althans het rolluik en/of ruiten en/of de inboedel van voornoemd pand en/of naastgelegen panden en/of de inboedel van die naastgelegen panden, te duchten was,
bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 8 juli 2025 te Rotterdam opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door
- zijn, verdachtes, auto daarvoor ter beschikking te stellen en/of
- een of meer onbekend gebleven personen naar en van de plaats van het misdrijf te vervoeren.

2.Bewijs

2.1.
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie vindt dat het primair ten laste gelegde niet kan worden bewezen en vordert daarvoor vrijspraak. Het subsidiair ten laste gelegde kan volgens de officier van justitie wel worden bewezen.
2.2.
Standpunt van de verdediging
De verdediging vindt dat zowel het primair als subsidiair ten laste gelegde niet kan worden bewezen. Niet vast te stellen is dat de auto die om 03.49.01 op de Gerrit van der Lindestraat reed dezelfde auto is als de auto van de verdachte. De kleur is meer grijs dan blauw. Ook blijkt uit niets dat de verdachte de dader van de ontploffing naar de plaats delict heeft gebracht en/of daar heeft opgepikt. De dader was al om 3.26.26 uur op de plaats delict terwijl de auto die van de verdachte zou zijn voor het eerst om 3.49.41 uur verschijnt in de buurt van de plek waar de ontploffing was. Verder is op de aanwezige beelden niet te zien dat er iemand in de auto stapt. Het is ook onmogelijk om in 39 seconden van de plaats delict naar het begin van de Oosterzeestraat te rennen. De link tussen de dader, de aanslag en de verdachte is simpelweg niet vast te stellen.
Ook is er geen bewijs voor opzet op het gronddelict. Omdat de verdachte een auto en een rijbewijs heeft, bracht hij wel eens jongens uit de buurt weg of haalde ze op. Dit heeft hij echter nooit gedaan met de wetenschap of intentie dat er een aanslag zou worden gepleegd. Ook als de verdachte de dader zou hebben vervoerd, dan staat nog steeds niet vast dat hij wist wat er zou gaan gebeuren. Er dient vrijspraak te volgen.
2.3.
Oordeel van de rechtbank
2.3.1
Vrijspraak van primair ten laste gelegde (mede)plegen
Deze beschuldiging is niet bewezen. De verdachte wordt daarvan dus vrijgesproken. De officier van justitie en de verdediging kwamen tot dezelfde conclusie, zodat de rechtbank de vrijspraak niet verder zal motiveren.
2.3.2.
Bewezenverklaring van subsidiair ten laste gelegde medeplichtigheid
Bewezen is dat de verdachte medeplichtig is aan het teweegbrengen van de in de beschuldiging bedoelde ontploffing. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.5.
2.3.3
Bewijsmiddelen
De bewezenverklaring van het feit is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen [1] en de onderstaande nadere bewijsmotivering.
1. Proces-verbaal politie [2]
De tenaamgestelde van de Toyota Aygo, kenteken [kenteken 1], kleur blauw auto betreft de verdachte. Ik zag dat er een geurboompje aan de binnenspiegel van het voertuig hing. Ik zag dat het boompje een blauw met witte kleur had.
2. Proces-verbaal politie [3]
Op 8 juli 2025 omstreeks 3.49 uur vond er een explosie plaats aan de [adres 2] te Rotterdam. Het kenteken [kenteken 1] is op 8 juli 2025 om 03:08 uur door een Milieucamera geregistreerd aan de Schieweg te Rotterdam. Op camerabeelden in de omgeving van de plaats delict is te zien dat er om 03:13 uur een voertuig, gelijkend op een Toyota Aygo, vanaf de Heemraadssingel rechtsaf de Vierambachtsstraat in kwam rijden, gaande in de richting van de plaats delict. Op de bewegende camerabeelden waren delen van het kenteken te zien, te weten .[kenteken 2].
3. Proces-verbaal politie [4]
Op camerabeelden is het volgende te zien:
Op 8 juli 2025 om 03.26.26 uur kwam een persoon in beeld op de Vierambachtsstraat. Deze persoon kwam uit de Doedesstraat lopen en liep vanaf dat moment een aantal keren langs het pand aan de [adres 2] en weer terug de Doedesstraat in. Dezelfde persoon liep om 03.47.06 uur uit de Doedesstraat, stond om 03.48.44 uur stil voor het pand en haalde een langwerpig voorwerp onder zijn jas vandaan. Vervolgens was er een lichtflits tussen zijn benen en het langwerpige voorwerp brandde. Deze persoon rende de Doedesstraat in en was om 03.49.02 uit beeld. Om 03.49.09 uur ontplofte het langwerpige voorwerp. Het rolluik van het pand was ontzet en aan de onderzijde en bovenzijde waren beschadigingen ontstaan door de explosie.
Om 03.49.41 uur reed een voertuig op de Gerrit van der Lindestraat. Het voertuig reed de Tidemanstraat in. Het voertuig was grijs/blauw van kleur en was gelijkend op een Toyota Aygo. Dit was het eerste voertuig wat in beeld kwam na de explosie.
Er zat een bijrijder in het voertuig en vermoedelijk zat aan de binnenspiegel een lichtkleurig voorwerp bevestigd.
Om 03.50.04 uur reed het voertuig uit de Tidemanstraat, de van Citterstraat op en daarna de Beukelsweg in. Om 03.50.50 uur kwam het voertuig in beeld en reed het vanaf de Beukelsweg het Aelbrechtsplein op. Om 03.50.56 uur kwam het voertuig in beeld en reed de Beukelsbrug op richting de Horvathweg.
4. Proces-verbaal politie [5]
Het kenteken [kenteken 1] werd op de volgende tijden en locaties geregistreerd door ANPR-camera’s:
[afbeelding ANPR-camera registratie momenten]
5. Proces-verbaal politie [6]
In de auto van de verdachte zat in de audio-aansluiting een draadloze ontvanger. Nadat de draadloze ontvanger was ingeschakeld, kon er middels Bluetooth verbinding gemaakt worden met
[naam bluetooth-verbinding]. In de mobiele telefoon van de verdachte stond bij de tot stand gekomen bluetooth verbindingen de naam
[naam bluetooth-verbinding].
6. Proces-verbaal politie [7]
Er waren digitale gegevens aanwezig in de telefoon van de verdachte.
De telefoon maakte op 8 juli 2025 om 02:25 uur contact met het bluetoothsysteem voorzien van de naam ‘[naam bluetooth-verbinding]’.
De onderstaande meldingen van de applicatie Flitsmeister waren vastgelegd.
2.3.4
Bewijsmotivering
Verdachte was in Rotterdam en in de omgeving van de ontploffing
De ANPR-registraties van de auto van de verdachte gecombineerd met zijn telefoongegevens leiden tot de conclusie dat de verdachte in de nacht van dinsdag 8 juli 2025 met zijn auto, een Toyota Aygo, kenteken [kenteken 1], kleur blauw, vanuit Utrecht naar Rotterdam is gereisd en daarna weer is teruggereden naar Utrecht. Hij is rond 2.35 uur uit Utrecht vertrokken en naar Rotterdam gereden. Rond 3.08 uur was hij in Rotterdam en om 3.53 uur reed hij vanuit Rotterdam terug in de richting van Utrecht.
De tenlastegelegde ontploffing was om 3.49 uur. De verdachte was tijdens de ontploffing dus met zijn auto in Rotterdam en een paar minuten na de ontploffing is hij uit Rotterdam vertrokken.
De ontploffing vond plaats in de Vierambachtsstraat in Rotterdam. Op bewegende camerabeelden is door een opsporingsambtenaar gezien dat iets meer dan een half uur voor de ontploffing, om 3.13 uur, een auto gelijkend op een Toyota Aygo met het kenteken onder meer bestaande uit .[kenteken 2], de Vierambachtsstraat inreed, in de richting van de (latere) plaats delict. Anders dan door de verdediging is bepleit, kan deze waarneming, zoals die is verwoord in het op ambtsbelofte opgemaakte proces-verbaal, voor het bewijs worden gebruikt. Weliswaar is op de afdruk (‘still’) van de camerabeelden die bij dit proces-verbaal is gevoegd een onduidelijk beeld van een auto te zien en is het kenteken niet leesbaar, wel is op die afdruk de kentekenplaat duidelijk zichtbaar [8] . Dat maakt dat aannemelijk is dat de opsporingsambtenaar op de bewegende camerabeelden een deel van het kenteken heeft kunnen zien en dat niet getwijfeld wordt aan de juistheid van deze waarneming van de opsporingsambtenaar.
Om 3.49.09 uur vond, zoals reeds is opgemerkt, de ontploffing plaats. De dader was net daarvoor weggerend van de Vierambachtsstraat, de Doedesstraat in. Ongeveer 32 seconden na de ontploffing, reed een blauw/grijze auto, gelijkend op een Toyota Aygo, op de Gerrit van der Lindenstraat te Rotterdam. Het is algemeen bekend dat de Gerrit van der Lindenstraat een zijstraat is van de Doedesstraat. De auto reed vervolgens via verschillende straten om 3.50.56 uur de Beukelsbrug op, richting de Horvathweg. Om 3.53 uur reed de verdachte in zijn auto langs een ANPR-camera op de Tjalklaan. Het is algemeen bekend dat de Horvathweg en de Tjalklaan elkaar kruisen.
Vastgesteld wordt dat de op een Toyota Aygo gelijkende auto die zich voorafgaand aan en na de ontploffing op of in de buurt van de Vierambachtsstraat bevond, de auto van de verdachte is geweest. De omstandigheid dat twee letters van het kenteken van de auto op camerabeelden niet zichtbaar waren doet daaraan niet af. Het cijfer en de letters die wel zichtbaar waren, komen in de geconstateerde combinatie overeen met het kenteken van de auto van de verdachte. Daar komt bij dat de kleur van de naderhand gesignaleerde auto, in de nacht bij kunstlicht gezien, nagenoeg overeenkomt met de kleur van de auto van de verdachte. Ook komt overeen dat aan de binnenspiegel een voorwerp hing. Tenslotte is voor de conclusie dat sprake was van de auto van de verdachte, redengevend dat de auto na de explosie vanuit de omgeving van de Vierambachtsstraat richting de Horvathweg is gereden, wat aansluit op de route die de verdachte vervolgens heeft gereden over de Tjalklaan naar de A20.
De verklaring van de verdachte – voor het eerst tijdens de zitting – dat hij wel eens in Rotterdam komt om vrienden weg te brengen of te halen, maar dat hij niet in de buurt is geweest van de plek van de ontploffing, vindt zijn weerlegging in de bewijsmiddelen.
Aan die verklaring gaat de rechtbank voorbij.
Opzet op de ontploffing en het behulpzaam zijn daarbij
Gerekend vanaf zijn aankomst in Rotterdam om ongeveer 3.08 uur is de verdachte nog geen uur in Rotterdam geweest. De verdachte is na aankomst in Rotterdam vrijwel direct naar de Vierambachtsstraat gereden en is direct na de ontploffing uit de nabijheid van die straat weer weggereden. Bij dat wegrijden waren de lichten van de auto nog enige tijd gedoofd en zat een bijrijder bij hem in de auto. Bovendien is de verdachte meteen daarna teruggereden richting Utrecht. Vastgesteld wordt dat de komst van de verdachte naar Rotterdam in deze nacht was gericht op de ontploffing aan de [adres 2]. De verdachte heeft zijn auto daarvoor beschikbaar gesteld. De omstandigheden van het wegrijden maken dat voorts wordt vastgesteld dat de verdachte in zijn auto de dader na de explosie heeft opgewacht en vervolgens heeft vervoerd. De verdachte heeft met dit doelbewuste handelen, anders dan de raadsman heeft betoogd, zowel opzet op het gronddelict (de ontploffing) als op de medeplichtigheid daaraan gehad.
Het tijdsbestek van 39 seconden tussen de ontploffing en de eerste cameraregistratie van de auto van de verdachte op de Gerrit van der Lindestraat is, anders dan door de raadsman is betoogd, niet zodanig kort dat de dader in die tijd niet vanaf de plek van de ontploffing naar de auto van de verdachte kon rennen, in kon stappen en de verdachte vervolgens kon wegrijden. Algemeen bekend is dat de afstand vanaf de [adres 2], via de Doedesstraat, naar de kruising van die laatste straat met de Gerrit van de Lindestraat 180 tot 200 meter is. Die afstand is, naar algemene ervaringsregels, af te leggen binnen 39 seconden.
Bewezen wordt daarom dat de verdachte medeplichtig is aan de ontploffing.
2.3.5.
Bewezenverklaring
Bewezen is dat:
een onbekend gebleven perso
on op 8 juli 2025 te Rotterdam,
opzettelijk, een ontploffing teweeg heeft gebracht, door open vuur in aanraking te brengen met vuurwerk en/of een explosief,
terwijl daarvan gemeen gevaar voor een of meer goederen, te weten een pand aan de [adres 2], althans het rolluik en/of ruiten, te duchten was,
bij het plegen van welk misdrijf verdachte op 8 juli 2025 te Rotterdam opzettelijk behulpzaam is geweest en opzettelijk middelen heeft verschaft, door
- zijn, verdachtes, auto daarvoor ter beschikking te stellen en
-
deonbekend gebleven perso
on van de plaats van het misdrijf te vervoeren.

3.Kwalificatie en strafbaarheid

2.4.
Kwalificatie
Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:
medeplichtigheid aan opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is.
2.5.
Strafbaarheid feit en verdachte
Het feit en de verdachte zijn strafbaar.

3.Straf

3.1.
Eis van de officier van justitie
De officier van justitie vindt dat aan de verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 16 maanden moet worden opgelegd, met aftrek van voorarrest.
3.2.
Oordeel van de rechtbank
Ernst en gevolgen van het feit
De verdachte is medeplichtig aan een ontploffing bij een soort winkelpand midden in een woonwijk, midden in de nacht. Hij heeft zijn auto daarvoor beschikbaar gesteld en de dader van de ontploffing geholpen met vluchten, door met zijn auto op hem te wachten om vervolgens met hem weg te rijden. Omwonenden hebben de explosie gehoord, zij zijn hiervan geschrokken. Een ontploffing in een woonwijk, middenin de nacht, brengt grote gevoelens van onveiligheid met zich voor omwonenden en zorgt voor onrust in de maatschappij.
4.3.1
Persoon en persoonlijke omstandigheden
Strafblad
Uit het strafblad (uittreksel uit de justitiële documentatie) van 2 oktober 2025 blijkt dat de verdachte, behalve voor een verkeersdelict waarvoor hij een geldboete heeft gekregen, niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten. Het strafblad van de verdachte leidt dus niet tot een hogere straf.
4.3.2.
Oplegging straf
Gelet op de ernst van het strafbare feit is een gevangenisstraf noodzakelijk. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Daarom wordt een gevangenisstraf van 240 dagen opgelegd. Die straf is ook nodig vanuit generaal preventief oogpunt. Er vinden in toenemende mate ontploffingen plaats in Rotterdam en de rest van Nederland. Voor de daders moet duidelijk zijn dat daarop gevangenisstraf staat.
Het onvoorwaardelijke deel van de gevangenisstraf zal in dit geval, mede gelet op de jonge leeftijd van de verdachte en het feit dat hij tot aan zijn arrestatie een normaal aangepast leven had, worden bepaald op de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. De rest van de gevangenisstraf wordt voorwaardelijk opgelegd. De voorwaardelijke straf heeft als doel te voorkomen dat de verdachte in de toekomst opnieuw een strafbaar feit pleegt.
Daarnaast legt de rechtbank een taakstraf van 120 uur op. Gelet op de ernst van het strafbare feit is een taakstraf passend.

4.Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straffen is gebaseerd op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 48, 49 en 157 van het Wetboek van Strafrecht.

5.Beslissingen

De rechtbank:
Vrijspraak
verklaart niet bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;
Bewezenverklaring
verklaart bewezen dat de verdachte het subsidiair ten laste gelegde feit, zoals in hoofdstuk 1 is omschreven, heeft begaan;
Kwalificatie en strafbaarheid
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert het in hoofdstuk 2 vermelde strafbare feit;
verklaart de verdachte strafbaar;
Straf
Gevangenisstraf
veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstraf voor de duur van 240 (tweehonderd veertig) dagen;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf;
Taakstraf
veroordeelt de verdachte tot een
taakstraf voor de duur van 120 uur, waarbij Reclassering Nederland dient te bepalen uit welke werkzaamheden de taakstraf zal bestaan;
beveelt dat, voor het geval de verdachte de taakstraf niet (goed) verricht,
vervangende hechteniszal worden toegepast voor de duur van
60 (zestig) dagen;
Voorwaardelijk strafdeel
bepaalt dat
123 (honderd drieëntwintig) dagen, van de gevangenisstrafniet ten uitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op
2 (twee)jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte (hierna te noemen: de veroordeelde) de onderstaande voorwaarde niet naleeft;
stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt;
Voorlopige hechtenis
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van vandaag.

6.Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:
mr. W.J. de Veld, voorzitter,
en mrs. M.K. Asscheman-Versluis en L.N. Foppen, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. H.A. Wolterink, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 21 november 2025.
Mr. Foppen is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.

Voetnoten

1.De exacte vindplaatsen van de bewijsmiddelen zijn genoemd in de bijbehorende voetnoot. Als wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het zaaksdossier RAM met nummer [nummer].
2.Pagina 44 van het zaaksdossier, [proces-verbaalnummer 1]
3.Pagina 40 e.v. van het zaaksdossier, [proces-verbaalnummer 2].
4.pagina 33 e.v. van het zaaksdossier, [proces-verbaalnummer 3].
5.Pagina 45 e.v. van het zaaksdossier, [proces-verbaalnummer 4]
6.Pagina 59 van het zaaksdossier, [proces-verbaalnummer 5]
7.Pagina 60 e.v. van het zaaksdossier, [proces-verbaalnummer 6]
8.Pagina 41 van het zaaksdossier, [proces-verbaalnummer 2]