ECLI:NL:RBROT:2025:14878

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
21 november 2025
Publicatiedatum
18 december 2025
Zaaknummer
10.160810.22
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor diefstal met geweld en afpersing in vereniging met benadeelde partijen

Op 21 november 2025 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een verdachte die beschuldigd werd van diefstal met geweld en afpersing in vereniging. De feiten vonden plaats op 17 februari 2022, toen de verdachte samen met anderen een overval pleegde op een Aldi-supermarkt in Hoek van Holland. Tijdens de overval werden twee winkelmedewerksters bedreigd met een mes en werd een aanzienlijk geldbedrag van bijna 4.000 euro gestolen. De rechtbank heeft vastgesteld dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de tenlasteleggingen, waarbij de bedreiging met geweld tegen de slachtoffers een cruciale rol speelde. De verdachte werd veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 1 jaar, met een proeftijd van 2 jaar, en een taakstraf van 240 uur. Daarnaast zijn de vorderingen van de benadeelde partijen deels toegewezen, waarbij de verdachte hoofdelijk aansprakelijk werd gesteld voor de schadevergoeding aan de slachtoffers. De rechtbank heeft ook rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, waaronder zijn eerdere veroordelingen en de positieve ontwikkelingen in zijn leven na de overval. De uitspraak benadrukt de ernst van de feiten en de impact op de slachtoffers, terwijl ook de mogelijkheid van rehabilitatie van de verdachte werd erkend.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer: 10.160810.22
Datum uitspraak: 21 november 2025
Datum zitting: 7 november 2025
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 2001 in [geboorteplaats]
ingeschreven op het adres [adres 1].
Advocaat verdachte: mr. W.M. Shreki
Officier van justitie: mr. J.B. Wooldrik
Benadeelde partijen: [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2]

1.Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij – samengevat - zich samen met anderen heeft schuldig gemaakt aan een overval op de Aldi in Hoek van Holland op 17 februari 2022.
De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat
1.
hij, op of omstreeks 17 februari 2022 te Hoek van Holland, gemeente Rotterdam, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (ongeveer) 3000 euro, althans enig geldbedrag, dat/die geheel of ten dele aan de Aldi, gevestigd aan de [adres 2], in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door
- een mes aan/op die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] te tonen en/of te richten en/of gericht te houden, en/of
- (vervolgens) die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] dreigend de woorden toe te voegen "Geef mij geld, geef mij alles!", althans woorden van gelijke aard en/of strekking, en/of
- (vervolgens/daarbij) die [slachtoffer 1] (dreigend) te vragen/zeggen/bevelen de kluis te openen;
2.
hij op of omstreeks 17 februari 2022 te Hoek van Holland, gemeente Rotterdam tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot de afgifte van één of meerdere telefoons (te weten een Samsung S20 en/of Oppo A91) , in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], in elk geval aan een derde toebehoorde(n) door onder dreiging van een mes die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] te vragen/zeggen/bevelen de telefoon(s) af te geven.

2.Bewijs

2.1.
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de feiten worden bewezenverklaard.
2.2.
Conclusie van de verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor de feiten.
2.3.
Oordeel van de rechtbank
Bewezenverklaring en bewijsmiddelen
De feiten waarvan de verdachte wordt beschuldigd zijn bewezen. De volledige bewezenverklaring staat hierna, na de weergave van de bewijsmiddelen, vermeld.
De bewezenverklaring is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen [1] en de onderstaande nadere bewijsmotivering.
Bewijsmiddelen
1.
Proces-verbaal van de politie, aangifte [slachtoffer 1] namens Aldi met bijlage [2]
Op 17 februari 2022 om ongeveer 19.50 uur was ik werkzaam bij de Aldi op de [adres 2]. Ik doe namens de Aldi aangifte van diefstal van de kluisinhoud. Daarnaast doe ik ook aangifte van diefstal van mijn telefoon.
Ik was die avond samen met mijn collega [slachtoffer 2] werkzaam in de Aldi. Ik hoorde mijn collega opeens heel hard schreeuwen. Ik zag dat er drie jongens met een mes stonden. Ik dacht dat deze jongens gezichtsbedekking droegen. Ik zag dat jongen 1 mijn collega dreigde met een mes. Ik zag dat jongen 2 een mes naar mij richtte en ik hoorde dat deze jongen riep: "Geef mij geld, geef mij alles!" Ik heb vervolgens onder dreiging van jongen 2 de kluis opengemaakt. Hij dreigde mij met een mes. Ik zag dat jongen 3 de kluisinhoud leeghaalde en in een tas stopte. Ik zag dat deze tas blauw met wit was. Vervolgens hoorde ik dat jongen 3 tegen mij zei dat hij mijn telefoon wilde. Deze telefoon, een Samsung S20, gaf ik aan hem. Ik hoorde dat jongen 3 tegen jongen 1 zei dat hij de telefoon van mijn collega moest pakken. Ik zag dat mijn collega vervolgens haar telefoon afgaf aan jongen 1. De drie jongens zijn vervolgens met de tas uit de winkel weggerend. Bij jongen 1 en jongen 2 zag ik gezichtsbedekking.
2.
Proces-verbaal van de politie, aangifte [slachtoffer 2] [3]
Op 17 februari 2022 om 19.50 uur was ik samen met mijn manager in de winkel aan de [adres 2]. Ik zag opeens een man met een mes. Hij had een bivakmuts op. Hij richtte het mes op mij. Ik zag dat er een tweede en een derde man naar binnen kwamen lopen. Ik hoorde dat de tweede man tegen [slachtoffer 1] zei: doe de kluis open. Ik hoorde dat ze de kluis leeghaalden. Ik hoorde dat er muntgeld in een harde tas werd gestopt. Ik hoorde dat de tweede man aan [slachtoffer 1] vroeg om haar telefoon af te geven. Ik hoorde dat de tweede man aan mij vroeg om mijn telefoon af te geven. Dat heb ik gedaan. Ik was bang dat de man met het mes mij anders wat zou aandoen. Ik heb een telefoon van het merk Oppo, type A91. Achter mijn hoesje zat mijn gepersonaliseerde ov-kaart.
3.
Proces-verbaal van de politie [4]
Op 17 februari 2022 was ik, verbalisant, belast met het onderzoek naar aanleiding van een overval op de Aldi aan de [adres 2]. Een getuige had gezien dat er drie jongens met bivakmutsen met een grote Aldi tas over de Pasgeldtstraat waren gerend in de richting van de Krimsloot te Hoek van Holland.
Ik ben naar een bewoner van Pasgeldtstraat gegaan die camera's aan huis had. Naast deze woning lag een looppad met daarnaast aan beide zijden bosjes en groenstroken. Aangezien de overval omstreeks 20.00 uur was gepleegd, heb ik de beelden van de camera's vanaf dit tijdstip bekeken. Ik zag op de beelden dat er drie personen voor de woning langs liepen. Ik zag dat de voorste persoon een grote tas in zijn handen droeg. Vervolgens zag ik dat de personen overstaken en de groenstrook met bosjes in liepen. Vervolgens zag ik dat zij vrij snel weer uit deze groenstrook kwamen.
Ik ben met mijn diensthond in bovengenoemde groenstrook gaan zoeken. Tijdens het zoeken zag ik dat de hond naar twee voorwerpen verwees die in het gras lagen. Het waren een groot mes en een smartphone. Het gras was nat vanwege de regen eerder die avond. Ik zag echter dat de goederen droog waren. Het is daarom aannemelijk dat de goederen hier kort geleden waren neergelegd.
Vervolgens zag ik dat mijn hond een handschoen verwees die in het gras lag. Ik zag dat deze handschoen ook droog was. Vervolgens zag ik dat mijn hond mij een voorwerp verwees wat in het water langs de waterkant lag. Ik zag dat dit een jas betrof. Ik ben samen met mijn hond verder het pad uitgelopen waar de drie personen naartoe gelopen waren. Ik zag dat mijn hond op de plek van een gemeentelijke prullenbak duidelijk verse menselijk geur rook. Ik zag in de prullenbak een grote Aldi tas met meerdere geldrolletjes liggen.
4.
Proces-verbaal van de politie [5]
Tijdens het onderzoek naar de overval op de Aldi aan de [adres 2] op 17 februari 2022 werd in de aangetroffen telefoon een OV-chipkaart aangetroffen op naam van [slachtoffer 2], zijnde de achternaam van een van de aangeefsters.
5.
Proces-verbaal van de politie [6]
Op 17 februari 2022 omstreeks 20.30 uur stelden wij, verbalisanten, een onderzoek in naar de overval bij de Aldi aan de [adres 2].
De hondengeleider vertelde dat zijn collega meerdere goederen had aangetroffen. Wij hoorden hem zeggen dat op de grond langs de sloot een mes en een mobiele telefoon waren aangetroffen. Hij toonde ons de locatie. Er was een jas aangetroffen. Tevens was een handschoen aangetroffen. In het water van de sloot werden vlakbij de jas en de handschoen andere goederen in het water aangetroffen. Deze goederen zijn uit het water gehaald.
Het in de Aldi tas aangetroffen geld werd geteld en bleek in totaal 3.798,80 euro te zijn.
6.
Proces-verbaal van de politie [7]
In het gras langs de sloot lag een jas, legging, muts en een handschoen. Wij zagen dat deze goederen ongeveer 20 meter van de gemeentelijke afvalbak vandaan lagen.
7.
Proces-verbaal van de politie [8]
De volgende sporen werden in het belang van de bewijsvoering en/of nader onderzoek
veiliggesteld:
Goednummer: [nummer 1]
SIN: [SIN-nummer 1]
Object: Handschoen
Goednummer: [nummer 2]
SIN: [SIN-nummer 2]
Object: Kleding (Overige)
Kleur: Zwart
Bijzonderheden: Legging
Goednummer: [nummer 3]
SIN: [SIN-nummer 3]
Object: Kleding (Jas)
Goednummer: [nummer 4]
SIN: [SIN-nummer 4]
Object: Hoofddeksel (Muts)
8.
Deskundigenverslag [9]
Nummer
DNA kan afkomstig zijn van:
Bewijskracht
[SIN-nummer 1]#01
(binnenzijde handschoen)
[medeverdachte]
Meer dan 1 miljard
[SIN-nummer 2]#01
(tailleband legging)
[medeverdachte]
Meer dan 1 miljard
Nummer
DNA kan afkomstig zijn van:
Bewijskracht
[SIN-nummer 3]#01 en #02
(jas)
[verdachte]
Meer dan 1 miljard
[SIN-nummer 4]#01
(binnenzijde muts)
[verdachte]
Meer dan 1 miljard
Nadere bewijsmotivering
De goederen (het mes, de telefoon, de jas, handschoenen, legging en muts) die de politie kort na de overval in de groenstrook met bosjes heeft aangetroffen zijn daar achtergelaten door de drie daders van de overval op de supermarkt Aldi. Dit wordt afgeleid uit het feit dat vrij kort na de overval drie mannen met bivakmutsen op en met een Aldi tas bij zich van de supermarkt wegrenden en daar in de buurt de bosjes in gingen, waar behalve kleding ook een mes lag en verder de telefoon van een van de medewerksters die was overvallen. De overvallers droegen ook bivakmutsen en maakten gebruik van een mes. De telefoon van de medewerkster heeft zij tijdens de overval moeten afgeven.
Voorts is van belang dat de overvallers het buitgemaakte geld in de supermarkt in een tas deden en dat op de looproute van de wegrennende mannen, in een gemeentelijke prullenbak die 20 meter verderop stond, een Aldi tas werd aangetroffen met daarin dat buitgemaakte geld.
Tevens wordt in aanmerking genomen dat een aantal van de aangetroffen goederen (het mes, de telefoon en een handschoen) droog waren toen ze betrekkelijk korte tijd na de overval werden gevonden. Enige tijd daarvoor had het geregend. Die goederen hebben daar dus niet lang gelegen.
Op de handschoen en legging is DNA van de medeverdachte Van Bergen aangetroffen en op de jas en de binnenzijde van de muts DNA van de verdachte. Voor de aanwezigheid van zijn DNA op de jas en de muts heeft de verdachte geen aannemelijke en verifieerbare verklaring gegeven. De verklaring van de verdachte dat zijn DNA op de kleding kan zijn gekomen omdat hij in die tijd op verschillende plekken heeft gewoond en zijn kleding mogelijk ook door anderen werd gedragen, wordt niet geloofwaardig geacht, ook omdat de verdachte die verklaring voor het eerst op de zitting heeft gegeven.
Een en ander betekent dat buiten redelijke twijfel bewezen wordt geacht dat de verdachte een van de daders van de overval is geweest.
Bewezenverklaring
Bewezen is dat de verdachte
1.
op 17 februari 2022 te Hoek van Holland, gemeente Rotterdam, tezamen en in vereniging met een anderen, 3.798,80 euro, dat aan de Aldi, gevestigd aan de [adres 2], toebehoorde, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, door
- een mes aan/op die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] te tonen en te richten, en
- vervolgens die [slachtoffer 1] dreigend de woorden toe te voegen "Geef mij geld, geef mij alles!", en
- vervolgens die [slachtoffer 1] dreigend te vragen de kluis te openen,
2.
op 17 februari 2022 te Hoek van Holland, gemeente Rotterdam tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot de afgifte van meerdere telefoons (te weten een Samsung S20 en Oppo A91), die aan [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2], toebehoorden door onder dreiging van een mes die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] te vragen/zeggen de telefoon(s) af te geven.

3.Kwalificatie en strafbaarheid

Kwalificatie
De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:
Eendaadse samenloop van:
Feit 1:
diefstal voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, gepleegd door twee of meer verenigde personen
en
Feit 2:
afpersing, gepleegd door twee of meer verenigde personen
Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte
De feiten en de verdachte zijn strafbaar.

4.Straffen

Eis van de officier van justitie
De verdachte moet worden veroordeeld tot:
  • een taakstraf van 240 uur, te vervangen door 120 dagen hechtenis als de verdachte deze taakstraf niet of niet goed uitvoert;
  • een gevangenisstraf van 1 jaar, geheel voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren, met bijzondere voorwaarden.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit en subsidiair betoogd dat geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf aan de verdachte moet worden opgelegd. Ingeval een voorwaardelijke straf aan de verdachte wordt opgelegd, dan is een proeftijd van 2 jaar wel lang, gelet op het tijdsverloop.
4.1.
Oordeel van de rechtbank
Ernst en omstandigheden van de feiten
De verdachte heeft zich ongeveer 3,5 jaar geleden, samen met twee anderen, schuldig gemaakt aan een overval op de supermarkt Aldi in Hoek van Holland. De twee aanwezige winkelmedewerksters zijn daarbij bedreigd met een mes.
De verdachten droegen bivakmutsen wat in het algemeen extra bedreigend is. Uit de kluis is een betrekkelijk groot geldbedrag (bijna € 4.000,-) weggenomen en de twee medewerksters hebben ieder hun telefoon moeten afgeven
..
Dit soort delicten kunnen bij slachtoffers ernstig psychisch letsel veroorzaken. Dat is ook zo in dit geval. Uit de verzoeken tot schadevergoeding die zijn ingediend door de medewerksters en hun toelichting op de zitting blijkt dat de overval een grote impact op hen heeft gehad en nog steeds heeft. Voor die gevolgen is de verdachte, samen met de medeverdachten, verantwoordelijk. De verdachte heeft deze gevolgen kennelijk op de koop toegenomen en zich blijkbaar enkel laten leiden door zijn eigen financieel gewin.
Behalve voor de slachtoffers veroorzaken dit soort feiten veelal ook gevoelens van onrust in de directe omgeving en in de maatschappij in het algemeen.
Persoon en persoonlijke omstandigheden
Strafblad
Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 2 oktober 2025 blijkt dat de verdachte, die ten tijde van de overval 20 jaar oud was, eerder onherroepelijk is veroordeeld voor vermogensdelicten. Voorts blijkt uit het strafblad dat de verdachte na de overval bij onherroepelijk geworden arrest van het gerechtshof Den Haag van 21 november 2022 is veroordeeld tot een gevangenisstraf. Tevens is hij bij onherroepelijk vonnis van deze rechtbank van 7 februari 2023 veroordeeld tot een deels voorwaardelijke gevangenisstraf. Met deze straffen wordt rekening gehouden op de wijze bepaald in artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht.
Rapport van de reclassering
In het rapport van Tactus Reclassering Flevoland van 31 oktober 2025 staat het volgende.
De verdachte staat onder toezicht van de reclassering in het kader van de schorsing van de voorlopige hechtenis. De verdachte heeft de afgelopen jaren tijdens het schorsingstoezicht actief gewerkt aan gedragsverandering. De risicofactoren rondom de impulsiviteit, drang naar sensatie en beïnvloedbaarheid worden minder waargenomen en de verdachte is in een meer stabiele fase van zijn leven belandt. Zijn houding alsmede het gezinssysteem worden door de reclassering als beschermend gezien.
Het vinden van een vaste baan (eventueel gecombineerd met een opleiding) zal ervoor zorgen dat de fundering (vermindering sensatiedrang en impulsiviteit) die hij de afgelopen jaren heeft gelegd, nog steviger zal komen te staan. Het recidiverisico is laag. De reclassering adviseert bij een veroordeling een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen, met daarbij als bijzondere voorwaarden een meldplicht bij de reclassering en dagbesteding. De reclassering adviseert negatief over gevangenisstraf omdat de verdachte, met behulp van passende begeleiding, zijn motivatie vast kan houden om op korte termijn nieuw arbeidsperspectief te genereren in de vorm van een betaalde baan en/of opleiding.
Op de zitting heeft de verdachte verklaard dat hij sinds een week aan het werk is.
Redelijke termijn
De redelijke termijn van berechting is in dit geval geschonden. Omdat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden, is de redelijke termijn in deze zaak zestien maanden. De redelijke termijn is gestart op 18 november 2022, omdat de verdachte op die datum in verzekering is gesteld. Tot aan dit vonnis is een periode van bijna drie jaar verstreken. Dat betekent dat de redelijke termijn is met ongeveer 20 maanden is overschreden. De rechtbank zal daarmee bij het bepalen van de straf in het voordeel van verdachte rekening mee houden.
Straf
Gelet op de ernst van de feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf van enige duur. De rechtbank zal die gevangenisstraf echter voorwaardelijk opleggen en de verdachte daarnaast veroordelen tot de maximale taakstraf. Er wordt afgezien van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf, gelet op tijdsverloop, de nog jonge leeftijd van de verdachte, de wijze waarop de verdachte gedragsverandering heeft getoond en inmiddels een stabiele leefsituatie en werk heeft. Ook wordt rekening gehouden met het negatieve effect van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf zoals door de reclassering is gesignaleerd en met de toepasselijkheid van artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht.
De rechtbank verbindt aan de voorwaardelijke gevangenisstraf de bijzondere voorwaarden die de reclassering heeft geadviseerd. De bijzondere voorwaarden zijn: meldplicht bij de reclassering en het verkrijgen/behouden van een dagbesteding. De bijzondere voorwaarden zijn noodzakelijk om de kans op herhaling van het plegen van nieuwe strafbare feiten te verkleinen.
Alles afwegend zal een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 jaar met een proeftijd van 2 jaren worden opgelegd en daarnaast een taakstraf van 240 uur.

5.Voorlopige hechtenis

Omdat de op te leggen straffen meebrengen dat de verdachte niet terug hoeft naar de gevangenis, zal de rechtbank het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis opheffen.

6.Vorderingen van de benadeelde partijen

6.1.
Vordering [benadeelde partij 1]
heeft als benadeelde partij € 1.987,57 als vergoeding voor materiële schade en € 100.000,- als vergoeding voor immateriële schade gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Voorts is gevorderd de verdachte hoofdelijk te veroordelen tot vergoeding van deze schade.
6.2.
Vordering [benadeelde partij 2]
heeft als benadeelde partij € 1.162,- als vergoeding voor proceskosten (vergoeding voor tijd en energie om nieuw werk te vinden) en € 5.000,- als vergoeding voor immateriële schade gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Voorts is gevorderd de verdachte hoofdelijk te veroordelen tot vergoeding van deze schade.
6.3.
Standpunt van de officier van justitie
De vordering van de [benadeelde partij 1] betreffende de materiële schade kan worden toegewezen, met uitzondering van de benzinekosten. Voor de immateriële schade is een redelijke vergoeding op zijn plaats. Het totale toe te wijzen bedrag moet worden vermeerderd met de wettelijke rente en de schadevergoedingsmaatregel moet worden opgelegd.
De [benadeelde partij 2] moet niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering tot vergoeding van de zogenoemde ‘proceskosten’. Wat betreft de gevorderde vergoeding voor de telefoon zal het Openbaar Ministerie voor een oplossing zorgen, nu de telefoon bij de politie is zoekgeraakt. De vordering van de benadeelde partij voor de immateriële schade kan volledig worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
De verdachte moet hoofdelijk worden veroordeeld tot vergoeding van de schade.
6.4.
Standpunt van de verdediging
De [benadeelde partij 1] moet niet-ontvankelijk verklaard worden in de vordering, primair omdat vrijspraak is bepleit en subsidiair omdat de vordering voor zowel de materiële als de immateriële schade niet op alle punten voldoende is onderbouwd. De telefoonkosten, OV-kosten en de kosten voor het eigen risico zijn voldoende onderbouwd, maar de benzinekosten moeten worden afgewezen. Voor de telefoonhoes is een bedrag van € 30,- redelijk. Voor het overige moet de benadeelde partij niet-ontvankelijk worden verklaard. De gevorderde vergoeding voor immateriële schade moet fors worden gematigd. Het door het Schadefonds Geweldsmisdrijven aan de benadeelde partij toegekende bedrag van € 2.500,- moet hierop in ieder geval in mindering worden gebracht.
De [benadeelde partij 2] moet niet-ontvankelijk verklaard worden in de vordering, omdat vrijspraak is bepleit. Subsidiair refereert de verdediging zich aan het oordeel van de rechtbank. Het door het Schadefonds Geweldsmisdrijven aan de benadeelde partij toegekende bedrag van € 2.500,- moet in ieder geval in mindering worden gebracht op de immateriële schadevergoeding.
6.5.
Oordeel van de rechtbank
[benadeelde partij 1]
6.5.1.
Materiële schade
De rechtbank stelt vast dat de benadeelde partij als gevolg van de door de verdachte gepleegde strafbare feiten rechtstreeks materiële schade heeft geleden.
De gevorderde schadevergoeding voor de ov-kosten en het eigen risico van de zorgverzekering wordt toegewezen, omdat deze schade voldoende is onderbouwd en de verdediging dit onderdeel van de vordering met onvoldoende argumenten heeft weersproken. De schadevergoeding voor de telefoonhoes wordt, gelet op de onderbouwing en het verweer van de verdediging, naar billijkheid begroot op € 30,-. Wat meer is gevorderd wordt afgewezen. De schadevergoeding voor de telefoon wordt, gelet op de ouderdom van de telefoon en de daarbij behorende afschrijving, naar billijkheid begroot op € 500,-. Wat meer is gevorderd wordt afgewezen.
De gevorderde vergoeding voor benzinekosten, heeft de verdediging betwist. De benadeelde partij heeft daartegenover de vordering onvoldoende onderbouwd. Voor dit deel zal de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering. Dit deel van de vordering kan bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
Dit alles betekent dat de verdachte in totaal € 1.460,89 als vergoeding van materiële schade aan de benadeelde partij moet betalen.
6.5.2.
Immateriële schade
De benadeelde partij heeft als gevolg van de door de verdachte gepleegde strafbare feiten rechtstreeks immateriële schade geleden. Die schade wordt naar billijkheid begroot op
€ 2.500,-, zodat de vordering tot dit bedrag zal worden toegewezen en de benadeelde partij voor het overige niet ontvankelijk zal worden verklaard in dit deel van de vordering. Bij de begroting is in het bijzonder rekening gehouden met de aard van de aansprakelijkheid en de ernst van het aan de verdachte te maken verwijt en de gevolgen hiervan voor de benadeelde partij. Verder is rekening gehouden met bedragen die door rechters in vergelijkbare gevallen zijn toegekend. Bij het bepalen van de hoogte van het bedrag is geen rekening gehouden met het bedrag dat is uitgekeerd door het Schadefonds Geweldsmisdrijven, omdat de benadeelde partij deze uitkering aan het Schadefonds dient terug te betalen nu de schade waarop de uitkering betrekking heeft op andere wijze wordt vergoed.
C.C.H. Hughes
6.5.3.
Materiële schade
De gevorderde schadevergoeding voor de tijd en energie om nieuw werk te zoeken (aangeduid als ‘proceskosten’) heeft de verdediging betwist. De vordering is daartegenover door de benadeelde partij onvoldoende onderbouwd. Voor dit deel van de vordering zal de rechtbank de benadeelde partij daarom niet-ontvankelijk verklaren. Dit deel van de vordering kan bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
De gevorderde vergoeding voor de telefoon van de benadeelde partij zal worden afgewezen, nu de officier van justitie heeft medegedeeld dat, naar de rechtbank begrijpt, het Openbaar Ministerie de benadeelde partij hiervoor zal schadeloosstellen.
6.5.4.
Immateriële schade
Vastgesteld wordt dat de benadeelde partij als gevolg van de strafbare feiten rechtstreeks immateriële schade heeft geleden. Die schade wordt naar billijkheid begroot op € 2.500,-, zodat de vordering tot dit bedrag zal worden toegewezen en de benadeelde partij voor het overige niet ontvankelijk in de vordering zal worden verklaard. Bij de begroting van het schadebedrag is in het bijzonder rekening gehouden met de aard van de aansprakelijkheid en de ernst van het aan de verdachte te maken verwijt en de gevolgen hiervan voor de benadeelde partij. Verder is rekening gehouden met bedragen die door rechters in vergelijkbare gevallen zijn toegekend. Er is geen rekening gehouden met het bedrag dat is uitgekeerd door het Schadefonds Geweldsmisdrijven, omdat de benadeelde partij deze uitkering aan het Schadefonds dient terug te betalen nu de schade waarop de uitkering betrekking heeft op andere wijze wordt vergoed.
6.5.5.
Hoofdelijke veroordeling
De verdachte heeft de strafbare feiten waarvoor de schadevergoedingen worden toegekend samen met medeverdachten gepleegd. Zij zijn daarom ieder hoofdelijk aansprakelijk voor deze schadevergoeding. Als een medeverdachte de schadevergoeding (voor een deel) heeft betaald, hoeft de verdachte (dat deel) niet meer aan de betreffende benadeelde partij te betalen.
6.5.6.
Wettelijke rente, proceskosten en schadevergoedingsmaatregel
De gevorderde wettelijke rente zal worden toegewezen vanaf 17 februari 2022, zijnde de datum waarop de strafbare feiten zijn gepleegd en de schade is ontstaan.
De verdachte zal worden veroordeeld in de proceskosten die de benadeelde partijen hebben gemaakt en die zij bij de tenuitvoerlegging nog zullen maken, omdat de vorderingen van de benadeelde partijen (grotendeels) worden toegewezen. Deze kosten worden in beide gevallen tot vandaag begroot op nihil.
Om de inningsmogelijkheden van de toe te kennen schadebedragen te vergemakkelijken wordt aan de verdachte in beide gevallen de schadevergoedingsmaatregel als bedoeld in artikel 36f Sr opgelegd. Dit betekent dat de verdachte de schadevergoedingen aan de staat moet betalen en de staat het bedrag uitkeert aan de benadeelde partijen. Als dwangmiddel kan gijzeling worden toegepast voor de duur van maximaal 35 dagen (schadevergoeding [benadeelde partij 2]) of 50 dagen (schadevergoeding [benadeelde partij 1]). De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

7.Wettelijke voorschriften

De oplegging van de straffen en de schadevergoedingsmaatregel zijn gebaseerd op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f, 55, 63, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.

8.Beslissingen

De rechtbank:
Bewezenverklaring
verklaart bewezen dat de verdachte de feiten 1 en 2, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;
Kwalificatie en strafbaarheid
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
Straffen
Gevangenisstraf
veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstraf van één (1) jaar;
Taakstraf
veroordeelt de verdachte tot een
taakstraf van 240 (tweehonderdveertig) uur, waarbij de reclassering bepaalt uit welke werkzaamheden deze taakstraf zal bestaan;
beveelt dat, voor het geval de verdachte de taakstraf niet (goed) verricht,
vervangende hechteniszal worden toegepast voor de duur van
120 dagen;
Voorwaardelijk strafdeel
bepaalt dat
de gevangenisstrafniet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte een van de onderstaande voorwaarden niet naleeft;
stelt als algemene voorwaarde dat:
- de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt;
stelt als bijzondere voorwaarden dat:
1. de verdachte zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn;
2. de verdachte zich gedurende de proeftijd inspant voor het vinden en behouden van dagbesteding in de vorm van betaald werk, zolang de reclassering dat nodig vindt;
geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden genoemd onder 1. en 2. en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden. Hierbij gelden als voorwaarden dat de verdachte:
  • meewerkt aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een geldig identiteitsbewijs ter inzage aanbiedt om de identiteit vast te stellen;
  • meewerkt aan reclasseringstoezicht, waaronder het meewerken aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;
Voorlopige hechtenis
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte; deze voorlopige hechtenis is eerder geschorst;
Vorderingen benadeelde partijen
[benadeelde partij 1]
veroordeelt de verdachte hoofdelijk met zijn mededader, aan de [benadeelde partij 1], te betalen een bedrag van
€ 3.960,89, bestaande uit € 1.460,89 als vergoeding van materiële schade en € 2.500,00 als vergoeding van immateriële schade, en de wettelijke rente hierover vanaf 17 februari 2022 tot de dag van volledige betaling. Als en voor zover er al door een andere mededader (deels) is betaald, wordt de verdachte (in zoverre) van die betalingsverplichting bevrijd;
verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte proceskosten, tot op vandaag begroot op € 0 en in de nog te maken kosten voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis;
legt aan de verdachte
de maatregel tot schadevergoedingop, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de [benadeelde partij 1] aan de staat
€ 3.960,89te betalen, en de wettelijke rente vanaf 17 februari 2022 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van maximaal
50 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of zijn mededader de schade aan de benadeelde partij of aan de staat hebben vergoed.
[benadeelde partij 2]
veroordeelt de verdachte hoofdelijk met zijn mededader, aan de [benadeelde partij 2], te betalen een bedrag van
€ 2.500,00als vergoeding van immateriële schade, en de wettelijke rente hierover vanaf 17 februari 2022 tot de dag van volledige betaling. Als en voor zover er al door een andere mededader (deels) is betaald, wordt de verdachte (in zoverre) van die betalingsverplichting bevrijd;
verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte proceskosten, tot op vandaag begroot op € 0 en in de nog te maken kosten voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis;
legt aan de verdachte
de maatregel tot schadevergoedingop, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de [benadeelde partij 2] aan de staat
€ 2.500,00te betalen, en de wettelijke rente vanaf 17 februari 2022 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van maximaal
35 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of zijn mededader de schade aan de benadeelde partij of aan de staat hebben vergoed.

9.Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:
mr. W.J. de Veld, voorzitter,
en mrs. M.K. Asscheman-Versluis en L.N. Foppen, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. H.A. Wolterink, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 21 november 2025.
Mr. Foppen niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.

Voetnoten

1.De exacte vindplaatsen van de bewijsmiddelen zijn genoemd in de bijbehorende voetnoot. Als wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers van de doorgenummerde bijlagen uit het zaaksdossier MERCATOR met nummer [nummer 5].
2.[proces-verbaalnummer 1], p.1 e.v.
3.[proces-verbaalnummer 2], p. 7 e.v.
4.[proces-verbaalnummer 3], p.11 e.v.
5.[proces-verbaalnummer 4], pagina’s 1 en 5
6.[proces-verbaalnummer 5], pagina 14 e.v.
7.[proces-verbaalnummer 6], pagina 21 e.v. .
8.[proces-verbaalnummer 7], pagina 29 e.v.
9.Rapport Nederlands Forensisch Instituut, nummer [nummer 6] (aanvraag 001), pag. 46 e.v.