ECLI:NL:RBROT:2025:14884
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beklag ex. artikel 552a Sv inzake beslag op personenauto
Op 22 september 2025 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een zaak waarin een derde, de klager, een klaagschrift indiende op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) tegen het beslag dat was gelegd op een personenauto. De auto, een Mercedes AMG A 35, was in beslag genomen op 13 maart 2025 in het kader van een strafrechtelijk onderzoek naar de dochter van de klager. De klager stelde dat hij de rechtmatige eigenaar van de auto was, omdat het kenteken al voor de beslaglegging op zijn naam stond. Hij voerde aan dat hij en zijn vrouw de auto nodig hadden voor medische afspraken, en dat het beslag hen in hun zorgbehoefte benadeelde.
De officier van justitie betwistte de eigendom van de klager en concludeerde tot ongegrondverklaring van het beklag. De rechtbank oordeelde dat de klager onvoldoende had onderbouwd dat hij de eigenaar van de auto was. De rechtbank wees op verschillende feiten, zoals het feit dat de auto vanaf 27 juni 2022 op naam van de beslagene stond en dat de klager geen schriftelijke bewijsstukken had overgelegd die zijn eigendom onderbouwden. De rechtbank concludeerde dat niet buiten redelijke twijfel was komen vast te staan dat de klager eigenaar was van de inbeslaggenomen auto, en verklaarde het beklag ongegrond.
De beslissing werd genomen door een meervoudige kamer, bestaande uit de voorzitter en twee rechters, en werd openbaar uitgesproken. Tegen deze beslissing staat voor de klager beroep in cassatie open bij de Hoge Raad, binnen veertien dagen na betekening van de beslissing.