ECLI:NL:RBROT:2025:14934
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond op verzoek inzage persoonsgegevens in Fraude Signalering Voorziening Belastingdienst
Eiser verzocht op grond van de AVG en het EVRM om inzage in zijn persoonsgegevens die zijn verwerkt in de Fraude Signalering Voorziening (FSV) en vergelijkbare systemen van de Belastingdienst. De minister van Financiën wees het verzoek deels toe, maar gaf geen inzage in de naam van de overheidsorganisatie die de gegevens had opgevraagd, vanwege wettelijke beperkingen en privacy van betrokken medewerkers.
Eiser stelde dat het besluit onzorgvuldig en onvoldoende gemotiveerd was, en dat de minister geen volledige zoekslag had verricht in alle systemen van de Belastingdienst. De rechtbank oordeelde dat de minister had voldaan aan het inzagerecht door een overzicht te geven van de persoonsgegevens in de FSV en een zoekslag te maken in de meest gangbare systemen, waarbij een volledige zoekslag in circa 970 systemen onredelijk zou zijn.
De rechtbank overwoog dat de uitzonderingen op het inzagerecht, zoals het niet verstrekken van de naam van de opvragende overheidsinstantie, rechtmatig waren op grond van de AVG en UAVG, mede vanwege het belang van toezicht- en opsporingstaken. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het besluit van de minister om geen volledige inzage te geven in zijn persoonsgegevens is ongegrond verklaard.