ECLI:NL:RBROT:2025:14952

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
21 november 2025
Publicatiedatum
22 december 2025
Zaaknummer
11687399 CV EXPL 25-10873
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Leaseovereenkomst en identiteitsfraude in het kader van een autoleasecontract

In deze zaak heeft Collect Car B.V. een rechtszaak aangespannen tegen een gedaagde, die zich verweert met de stelling dat zij slachtoffer is van identiteitsfraude. De gedaagde heeft op 8 juni 2023 een leaseovereenkomst afgesloten met Collect Car, maar stelt dat deze overeenkomst is aangegaan door iemand anders die haar persoonlijke gegevens heeft misbruikt. Collect Car vordert betaling van openstaande facturen ter hoogte van € 2.492,69. De kantonrechter heeft de zaak beoordeeld en vastgesteld dat er sterke aanwijzingen zijn voor identiteitsfraude. Desondanks oordeelt de kantonrechter dat Collect Car voldoende maatregelen heeft genomen om de identiteit van de gedaagde te verifiëren en dat er geen reden was om aan de identiteit van de gedaagde te twijfelen. De kantonrechter vermindert echter de betalingsverplichting van de gedaagde met 25% vanwege schending van informatieverplichtingen door Collect Car. De gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van € 1.869,52, met rente, en in de proceskosten. De kantonrechter wijst de vordering tot buitengerechtelijke incassokosten af, omdat Collect Car niet heeft aangetoond dat de gedaagde de benodigde informatie heeft ontvangen. Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11687399 CV EXPL 25-10873
datum uitspraak: 21 november 2025
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Collect Car B.V., die handelt onder de naam
greenwheels,
vestigingsplaats: Rotterdam,
eiseres,
gemachtigde: mr. drs. J.J.F.M. Konings,
tegen
[gedaagde],
woonplaats: [woonplaats] ,
gedaagde,
die zelf procedeert.
De partijen worden hierna ‘Collect Car’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 3 april 2025, met bijlagen;
  • de aantekeningen van het mondelinge verweer van [gedaagde] , met de door haar overgelegde stukken;
  • de brief van 26 mei 2025, waarin een mondelinge behandeling is bepaald.
1.2.
Op 21 oktober 2025 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij waren de heer [persoon A] (namens de gemachtigde van Collect Car) en [gedaagde] aanwezig.

2.De beoordeling

Wat is de kern van de zaak?
2.1.
Volgens Collect Car heeft [gedaagde] op 8 juni 2023 online een overeenkomst met haar gesloten, op grond waarvan op Collect Car de verplichting rustte om auto’s aan [gedaagde] beschikbaar te stellen en [gedaagde] onder meer een maandelijks bedrag aan abonnementskosten verschuldigd is en daarnaast – bij gebruik van een auto – een ritprijs moet betalen. Volgens Collect Car staan er nog facturen open, van in totaal € 2.492,69. Omdat [gedaagde] deze facturen niet heeft betaald, eist Collect Car in deze procedure dat [gedaagde] wordt veroordeeld € 2.492,69, met rente en buitengerechtelijke kosten, aan haar te betalen.
2.2.
[gedaagde] is het niet eens met de eis van Collect Car en stelt dat er sprake is van identiteitsfraude. Volgens [gedaagde] is de overeenkomst met Collect Car aangegaan door iemand anders, die daarbij haar naam heeft misbruikt. Daarvan heeft [gedaagde] ook aangifte gedaan bij de politie.
2.3.
De kantonrechter bepaalt dat [gedaagde] de achterstallige facturen, met rente, moet betalen, maar vermindert de betalingsverplichting van [gedaagde] met 25%. Daarnaast worden de buitengerechtelijke incassokosten afgewezen. Hierna wordt uitgelegd hoe de kantonrechter tot dit oordeel is gekomen.
De akte overlegging producties van Collect Car wordt buiten beschouwing gelaten
2.4.
Collect Car heeft, voorafgaand aan de mondelinge behandeling, een akte met een zevental producties ingediend. [gedaagde] heeft ter zitting echter aangegeven dat zij deze akte met producties niet heeft ontvangen. In het geldende procesreglement is opgenomen dat een partij, die bij gelegenheid van een mondelinge behandeling nog producties in het geding wil brengen, er voor moet zorgen dat de kantonrechter én de wederpartij uiterlijk 10 dagen voor de zitting, een afschrift van het in te dienen processtuk hebben ontvangen. De gemachtigde van Collect Car heeft ter zitting niet kunnen aantonen dat de akte met producties ook aan [gedaagde] is gestuurd. Daarom moet er van worden uitgegaan dat dat niet het geval is. Dat betekent dat [gedaagde] geen mogelijkheid heeft gehad om van de inhoud van de akte en de producties kennis te nemen en zich daar, ter gelegenheid van de zitting, tegen te verdedigen. Daarom zal de kantonrechter de akte met producties verder buiten beschouwing laten.
[gedaagde] moet de facturen aan Collect Car betalen
2.5.
Volgens [gedaagde] is zij het slachtoffer geworden van identiteitsfraude. Zij heeft uiteengezet dat zij in contact is gekomen met een zekere ‘ [persoon B] ’ en dat zij haar persoonlijke gegevens, waaronder in elk geval haar bankrekeningnummer, paspoort en inlogcode van haar DigiD, aan [persoon B] heeft gegeven. [gedaagde] stelt dat [persoon B] vervolgens met deze gegevens op haar naam diverse overeenkomsten heeft afgesloten, waaronder meerdere mobiele telefoonabonnementen, maar ook de onderhavige overeenkomst met Collect Car.
2.6.
Uit hetgeen [gedaagde] in de stukken en tijdens de zitting naar voren heeft gebracht is volgt naar het oordeel van de kantonrechter dat sterke aanwijzingen bestaan dat [gedaagde] inderdaad het slachtoffer is geworden van identiteitsfraude. Daarbij is in aanmerking genomen dat [gedaagde] , direct nadat zij ermee bekend is geraakt dat [persoon B] op haar naam diverse overeenkomsten had afgesloten, op 30 juni 2023 aangifte van identiteitsfraude heeft gedaan bij de politie. Daarnaast heeft [gedaagde] onweersproken gesteld dat zij nooit heeft gewoond op de adressen, die zijn gebruikt bij het aangaan van de overeenkomsten, en dat zij ten tijde van het afsluiten van de overeenkomst met Collect Car zelf niet eens over een rijbewijs beschikte.
2.7.
Vervolgens moet de vraag beantwoord worden of [gedaagde] , ondanks de mogelijke identiteitsfraude, de openstaande facturen aan Collect Car moet betalen. Daarbij is van belang of Collect Car er in de gegeven omstandigheden gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat het daadwerkelijk [gedaagde] was die een overeenkomst met Collect Car wilde aangaan.
2.8.
Vooropgesteld wordt dat bij het online afsluiten van overeenkomsten de identiteit van een contractspartij moeilijker vast te stellen is dan in het geval van een fysieke overeenkomst, die door alle contractspartijen ondertekend is. Collect Car heeft ter zitting gemotiveerd en overtuigend uitgelegd dat zij, om de identiteit van haar contractspartij met een hoge mate van betrouwbaarheid te kunnen vaststellen, in haar online aanmeldproces gebruik maakt van extra verificatiestappen, die er onder meer uit bestaan dat de klant zijn rijbewijs moet uploaden en daarbij gelijktijdig een filmpje moet maken, waarop zijn of haar gezicht zichtbaar is. Vervolgens wordt door een speciaal daarvoor ontworpen softwareprogramma (Onfido) geverifieerd of de persoon op het filmpje overeenkomt met de persoon op de foto op het rijbewijs. Collect Car heeft onweersproken gesteld dat de hiervoor genoemde extra verificatiestap ook in het onderhavige geval heeft plaatsgevonden en dat daarbij geen onregelmatigheden aan het licht zijn gekomen.
2.9.
[gedaagde] heeft ter zitting weliswaar gesteld dat zij ten tijde van het aangaan van de overeenkomst niet over een rijbewijs beschikte, maar dat maakt het voorgaande niet anders. Vast staat immers dat [gedaagde] haar persoonsgebonden gegevens (waaronder haar paspoort) aan [persoon B] heeft verstrekt. Daardoor is niet uitgesloten dat [persoon B] met de persoonsgegevens van [gedaagde] een vals rijbewijs heeft vervaardigd met daarop een foto van een derde, dat rijbewijs vervolgens bij het aanmeldproces heeft geüpload en daarbij gelijktijdig door de genoemde derde het filmpje heeft laten maken ter verificatie van de juistheid van het betreffende rijbewijs. Onder die omstandigheden en gelet op de ter zitting door Collect Car gegeven uitleg van de wijze waarop die verificatie door middel van Onfido plaatsvindt is het goed voorstelbaar dat er bij de verificatie van de juistheid van het rijbewijs geen onregelmatigheden aan het licht zijn gekomen.
2.10.
Naast de hiervoor genoemde verificatie door middel van het rijbewijs heeft Collect Car uiteengezet dat zij ter vaststelling van de identiteit van [gedaagde] een bedrag van de bij de aanmelding opgegeven bankrekening op naam van [gedaagde] heeft afgeschreven. Collect Car heeft, eveneens onweersproken, gesteld dat die betaling gelukt is. Dat sluit ook aan op de inhoud van het proces-verbaal van 30 juni 2023, waarin is opgenomen dat door [gedaagde] is verklaard dat [persoon B] op haar naam bankrekeningen heeft geopend en dat zij in dat kader haar paspoort en inlogcode van haar DigiD aan [persoon B] heeft verstrekt. Dat in de gegeven omstandigheden ook bij deze verificatiestap geen alarmbellen bij Collect Car zijn gaan rinkelen is dan ook alleszins begrijpelijk.
2.11.
Uit de stellingen van Collect Car, de bij dagvaarding overgelegde stukken en de hiervoor genoemde – succesvol doorlopen – extra verificatiestappen volgt naar het oordeel van de kantonrechter dat Collect Car zich in voldoende mate ingespannen heeft om de identiteit van haar contractspartij te verifiëren en dat er voor Collect Car gedurende het volledige aanmeldproces geen concrete aanleiding was aan de identiteit van [gedaagde] te twijfelen en/of daar nader onderzoek naar te doen. Zij mocht er in de gegeven omstandigheden dan ook op gerechtvaardigde gronden op vertrouwen dat het [gedaagde] was die de overeenkomst afsloot.
2.12.
De omstandigheid dat [gedaagde] naar alle waarschijnlijkheid het slachtoffer van identiteitsfraude is geworden, maakt het voorgaande niet anders. Daarbij heeft de kantonrechter er met name rekening mee gehouden dat hier geen sprake is van een situatie waarin [gedaagde] buiten haar schuld het slachtoffer is geworden van identiteitsfraude. Zij heeft immers zelf, op eigen initiatief, haar bankrekeningnummer, paspoort en inlogcode van haar DigiD aan [persoon B] heeft gegeven. Het gaat hier om persoonsgebonden en grotendeels strikt persoonlijke gegevens, waar uiterst zorgvuldig mee moet worden omgegaan. Zij had er voor moeten waken dergelijke gegevens aan iemand anders te verstrekken. Door deze gegevens te lichtvaardig aan [persoon B] – nota bene een persoon die zij pas een relatief korte tijd kende – te geven heeft [gedaagde] zelf de situatie in het leven geroepen dat deze persoon de mogelijkheid kreeg daar misbruik van te maken en identiteitsfraude te plegen, op zodanige wijze dat die fraude voor (in dit geval) Collect Car niet kenbaar was. Gelet op de wijze waarop [gedaagde] heeft gehandeld is de kantonrechter dan ook van oordeel dat, voor zover er inderdaad sprake is van identiteitsfraude, deze fraude haar onder de gegeven omstandigheden kan worden toegerekend.
2.13.
Het bovenstaande leidt tot de conclusie dat [gedaagde] in beginsel de uit de overeenkomst voortvloeiende en achterstallige facturen aan Collect Car moet betalen. Collect Car heeft in dat verband gesteld dat er in totaal een bedrag van € 2.492,69 open staat. Hoewel [gedaagde] tegen de hoogte van het geëiste bedrag geen afzonderlijk verweer heeft gevoerd, wijst de kantonrechter niet het volledige bedrag toe. Hierna wordt uitgelegd waarom niet.
Collect Car heeft niet aan al haar informatieverplichtingen voldaan
2.14.
De overeenkomst is gesloten op afstand tussen een handelaar en consument, omdat deze via een website is aangegaan. Bij of voorafgaand aan het sluiten van zo’n overeenkomst moet de handelaar bepaalde informatie aan de consument verstrekken (artikel 6:230m e.v. van het Burgerlijk Wetboek) en deze informatie bevestigen op een duurzame gegevensdrager. Een duurzame gegevensdrager betekent dat de consument de informatie eenvoudig moet kunnen bewaren zoals bijvoorbeeld een e-mail of een brief.
2.15.
De Hoge Raad heeft beslist dat de rechter ambtshalve moet onderzoeken of aan een aantal informatieverplichtingen is voldaan. Het gaat dan om de informatie waaraan de wet een specifieke sanctie verbindt als deze niet wordt gegeven en om de informatie waaraan extra gewicht moet worden toegekend. Dit zijn de essentiële informatieverplichtingen. De Hoge Raad heeft ook beslist dat de rechter de overeenkomst geheel of gedeeltelijk moet vernietigen in die zin dat de betalingsverplichting van de consument wordt verminderd als sprake is van een voldoende ernstige schending van zo’n verplichting (Hoge Raad 12 november 2023, ECLI:NL:HR:2021:1677).
2.16.
De rechtbanken hebben naar aanleiding van de uitspraak van de Hoge Raad voor deze schending van de essentiële informatieverplichtingen een sanctierichtlijn opgesteld. Deze is gepubliceerd op www.rechtspraak.nl. Deze houdt samengevat in dat de betalingsverplichting wordt verminderd met 25% bij maximaal drie voldoende ernstige schendingen en met 50% bij meer dan drie voldoende ernstige schendingen. Bij de precontractuele informatieverplichtingen geldt dat meerdere voldoende ernstige schendingen van de essentiële informatieverplichtingen die onder dezelfde letter van artikel 6:230m lid 1 BW vallen, samen worden geteld als één schending. Eventuele schendingen van de verplichtingen om de informatie te bevestigen op een duurzame gegevensdrager worden gerekend als één schending.
2.17.
Hierna zal worden beoordeeld of aan de informatieverplichtingen is voldaan. Alleen als er sprake is van een voldoende ernstige schending van een informatieverplichting, zal die informatieverplichting hierna worden besproken. Er wordt steeds een onderscheid gemaakt tussen het verstrekken van de informatie bij of voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst en het bevestigen van de informatie op een duurzame gegevensdrager.
Vooraf onvoldoende geïnformeerd over het ontbindingsrecht
2.18.
Op grond van artikel 6:230m lid 1 onder h BW moet de consument erop worden gewezen dat hij het recht heeft om de overeenkomst binnen veertien dagen te ontbinden. Voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst is voldoende dat de consument erop wordt gewezen dat hij dit recht heeft. Niet voldoende is dat deze informatie ergens op de website of in de algemene voorwaarden staat. In dat geval is de consument niet op een voldoende duidelijke wijze gewezen op de informatie. De consument moet tijdens het bestelproces op dit recht worden gewezen, zonder dat hij zelf naar de informatie op zoek moet. Collect Car heeft niet aangetoond dat aan deze informatieverplichting is voldaan.
2.19.
Collect Car heeft zich op het standpunt gesteld dat het recht heeft om de overeenkomst binnen veertien dagen te ontbinden niet geldt voor autohuur. Uit de stellingen van Collect Car leidt de kantonrechter af dat zij daarmee doelt op de situatie waarin men, nádat de overkoepelende overeenkomst op 8 juni 2023 (het abonnement) al tot stand is gekomen, een concrete reservering maakt voor het huren van een auto. In het kader van de ambtshalve toetsing van de informatieverplichtingen gaat het echter niet om de vraag of men op dat moment – als men daadwerkelijk een auto reserveert - de bedoelde 14 dagen bedenktijd heeft, maar of Collect Car de consument op dat recht heeft gewezen voorafgaand aan het sluiten van de overkoepelende overeenkomst. Daarvan is in het onderhavige geval niet gebleken. De kantonrechter is daarom van oordeel dat artikel 6:230m lid 1 onder h BW is geschonden.
Vooraf onvoldoende geïnformeerd over de duur van de overeenkomst en de opzegtermijn na verlenging
2.20.
Op grond van artikel 6:230m lid 1 onder o BW moet voor de consument duidelijk zijn hoe lang de overeenkomst loopt als deze niet tussentijds wordt opgezegd. Daarnaast moet duidelijk zijn of de overeenkomst na die periode vanzelf afloopt of doorloopt. Als de overeenkomst doorloopt dan moet ook worden vermeld op welke termijn de consument de overeenkomst daarna kan opzeggen. Informatie over de duur van de overeenkomst en de vraag of de overeenkomst vanzelf eindigt of juist doorloopt moet tijdens het bestelproces aan de consument worden verstrekt zonder dat de consument de informatie zelf moet opzoeken. Niet voldoende is dus dat deze informatie ergens op de website staat of alleen in de algemene voorwaarden. Informatie over de wijze van opzeggen na het verstrijken van de eerste periode mag wel in de algemene voorwaarden worden opgenomen. Collect Car heeft niet aangetoond dat aan deze informatieverplichting is voldaan. De kantonrechter is daarom van oordeel dat artikel 6:230m lid 1 onder o BW is geschonden.
De informatie is onvoldoende bevestigd op een duurzame gegevensdrager
2.21.
Op grond van artikel 6:230m lid 1 onder h in combinatie met artikel 6:230v lid 7 BW moet het recht van de consument om de overeenkomst binnen 14 dagen te ontbinden worden bevestigd op een duurzame gegevensdrager. Uit de tekst moet duidelijk blijken dat de consument het recht heeft te ontbinden, binnen welke termijn de consument mag ontbinden en op welke wijze de consument van het recht gebruik kan maken. Daarnaast moet het modelformulier worden bijgevoegd, eventueel in de vorm van een hyperlink die direct naar het formulier verwijst. In het modelformulier moeten de contactgegevens van Collect Car zijn genoemd. Collect Car heeft niet aan deze informatieverplichting voldaan. De kantonrechter is daarom van oordeel dat bij de bevestiging van de informatie artikel 6:230m lid 1 onder h BW is geschonden.
[gedaagde] moet de hoofdsom voor 75% betalen
2.22.
De kantonrechter zal op grond van de hiervoor vastgestelde schending van informatieverplichtingen de overeenkomst met toepassing van de sanctierichtlijn gedeeltelijk vernietigen, in die zin dat de betalingsverplichting van de consument wordt verminderd met 25%. Er is in dit geval namelijk sprake van drie voldoende ernstige schendingen.
2.23.
Het voorgaande betekent dat [gedaagde] in totaal een bedrag van € 1.869,52 aan Collect Car verschuldigd is (75% van € 2.492,69). [gedaagde] wordt veroordeeld dat bedrag aan Collect Car te betalen.
[gedaagde] hoeft geen buitengerechtelijke incassokosten te betalen
2.24.
Collect Car maakt aanspraak op een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. Zij heeft pas recht op een vergoeding van deze kosten als zij een brief heeft gestuurd waarin [gedaagde] de kans heeft gekregen om binnen vijftien dagen na ontvangst van de brief alsnog zonder extra kosten te betalen (artikel 6:96 lid 6 BW). Een dergelijke brief heeft pas werking als [gedaagde] deze brief ook heeft ontvangen (artikel 3:37 BW).
2.25.
Collect Car stelt dat zij [gedaagde] op 4 maart 2025 een brief als bedoeld in artikel 6:96 lid 6 BW heeft gestuurd en brengt daar ook een afschrift van in het geding. Die brief is zowel per e-mail (naar het e-mailadres [e-mailadres] ) als per post (naar het adres [adres] in Den Haag) verstuurd. Uit het proces-verbaal van aangifte van 11 april 2025 volgt echter dat [gedaagde] heeft aangevoerd dat zij nooit op het hiervoor genoemde adres heeft gewoond en dat het genoemde e-mailadres niet van haar is. Collect Car heeft geen concrete feiten of omstandigheden aangevoerd waaruit blijkt dat [gedaagde] (desondanks) de brief wel heeft ontvangen. Dat betekent dat de ontvangst van de brief van
4 maart 2025 niet is komen vast te staan. Daarom wordt de vergoeding voor de buitengerechtelijke incassokosten afgewezen.
[gedaagde] moet de rente betalen
2.26.
De rente wordt toegewezen over de toewijsbare hoofdsom vanaf de datum van verzuim, omdat Collect Car genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald en [gedaagde] dat niet heeft betwist.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
2.27.
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat zij voor het grootste deel ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan Collect Car moet betalen op € 120,78 aan dagvaardingskosten, € 514,- aan griffierecht, € 476,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 238,-) en € 119,- aan nakosten. Dat is in totaal € 1.229,78. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend. De wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen.
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
2.28.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Collect Car dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Collect Car te betalen € 1.869,52 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over dat bedrag vanaf de datum waarop [gedaagde] met de betaling van de betreffende facturen in verzuim is tot de dag dat volledig is betaald;
3.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van Collect Car worden begroot op € € 1.229,78 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over dat bedrag vanaf de vijftiende dag nadat dit vonnis is betekend tot de dag dat volledig is betaald;
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.4.
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door mr. B.J.R. van Tongeren en in het openbaar uitgesproken.
44487