Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..[persoon A] ,
1.De procedure
- de dagvaarding van 24 september 2025, met bijlagen 1 tot en met 24;
- het antwoord in conventie met eis in reconventie (tegeneis) van [persoon A] c.s. zelf, met bijlagen 1 tot en met 44;
- de e-mail van 3 november 2025 van [naam horecagelegenheid] , met bijlagen 26 en 27;
- de e-mail van 4 november 2025 van de gemachtigde van [persoon A] , met een wijziging van eis in reconventie;
- de spreekaantekeningen van [naam horecagelegenheid] .
2.De beoordeling
5 september 2025 verschillende geluidsmetingen hebben uitgevoerd bij de afzuiginstallatie. Daaruit is gebleken dat het geluidsniveau de grenswaarde die is vastgelegd in het omgevingsplan van de gemeente Capelle aan den IJssel niet overschrijdt. Naar voorlopig oordeel kan er gelet op al het voorgaande niet vanuit worden gegaan dat de motor van de afzuiginstallatie onrechtmatige hinder veroorzaakt. In het licht hiervan hebben [persoon A] c.s. onvoldoende gesteld dat zij, vooruitlopend op een eventuele bodemprocedure, thans een spoedeisend belang hebben bij de gevorderde verplaatsing van de afzuiginstallatie. Dit leidt ertoe dat [persoon A] c.s. niet-ontvankelijk worden verklaard in hun vordering.
€ 814,- aan salaris voor de gemachtigde en € 135,- aan nakosten. Dat is in totaal € 1.206,16. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend. De wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals hierna bij de beslissing vermeld.