Een gedetineerde heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechters die zijn verzoek tot tussentijdse beoordeling van de voortzetting van zijn ISD-maatregel behandelden. Hij stelde dat de rechters partijdig waren omdat zij weigerden klaagschriften die hij had opgesteld toe te voegen aan het dossier en dat zij samenspanden met de penitentiaire inrichting.
De wrakingskamer heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van de criteria voor rechterlijke onpartijdigheid. De kamer oordeelde dat de aangevoerde omstandigheden onvoldoende zijn om een objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid aan te nemen. Het weigeren van de klaagschriften is een procesbeslissing die niet kan leiden tot wraking.
Verder werd het verzoek afgewezen omdat de motivering van de procesbeslissing niet als blijk van vooringenomenheid kan worden gezien. Ook het verzoek om een proces-verbaal van de wrakingszitting werd afgewezen wegens gebrek aan belang.
De beslissing is op 20 november 2025 in het openbaar uitgesproken door de wrakingskamer van de rechtbank Rotterdam. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.