Eiseres heeft een aanvraag voor maatschappelijke opvang ingediend bij de gemeente Rotterdam op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015). Deze aanvraag werd op 9 juli 2024 afgewezen en het bezwaar van eiseres werd op 5 november 2024 eveneens ongegrond verklaard. Eiseres stelde beroep in tegen deze besluiten.
De rechtbank heeft het beroep op 27 november 2025 behandeld. Eiseres was ten tijde van het bestreden besluit in staat zich zelfstandig of met hulp van haar sociale netwerk te handhaven in de samenleving. Zij had onder meer een woonnetinschrijving, inkomsten uit arbeid en uitkeringen, en kon zorgtoeslag en kinderbijslag aanvragen. De rechtbank oordeelde dat de afwijzing terecht was omdat het probleem van eiseres vooral gelegen was in het vinden van huisvesting, wat niet onder de Wmo 2015 valt.
Hoewel eiseres per 1 mei 2025 alsnog werd toegelaten tot maatschappelijke opvang, deed dit niet af aan de rechtmatigheid van het eerdere besluit. De rechtbank erkende het procesbelang van eiseres vanwege de mogelijke immateriële schade door de onzekerheid en het ontbreken van opvang, maar concludeerde dat het bestreden besluit niet onrechtmatig was. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.