ECLI:NL:RBROT:2025:15093
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om proceskostenveroordeling in bestuursrechtelijke procedure
In deze uitspraak van de voorzieningenrechter van de Rechtbank Rotterdam op 30 december 2025, wordt het verzoek om een proceskostenveroordeling afgewezen. Verzoekster, een inwoner van Rotterdam, had een verzoek ingediend om een voorlopige voorziening tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam, dat haar bijstandsuitkering op 26 november 2025 had opgeschort. Echter, verzoekster trok haar verzoek in nadat het college op 15 december 2025 een nieuw besluit had genomen en de opschorting had opgeheven. De voorzieningenrechter heeft het college de gelegenheid gegeven om te reageren op het verzoek om proceskostenveroordeling, waarop het college op 24 december 2025 heeft gereageerd.
De voorzieningenrechter legt uit dat, volgens artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), een bestuursorgaan kan worden veroordeeld in de proceskosten als het geheel of gedeeltelijk tegemoetkomt aan de indiener van het verzoekschrift. In dit geval is het college tegemoetgekomen aan verzoekster door de opschorting van de bijstandsuitkering op te heffen. Echter, de voorzieningenrechter concludeert dat er bijzondere omstandigheden zijn die maken dat het verzoek om proceskostenveroordeling niet kan worden toegewezen. Dit betreft de lange periode waarin het college informatie heeft opgevraagd bij verzoekster zonder dat hierop een reactie is gekomen, wat uiteindelijk leidde tot de opschorting van de bijstandsuitkering. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af, omdat verzoekster niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij de relevante correspondentie niet op tijd heeft ontvangen.
De uitspraak is gedaan door mr. E.J. Rutten, in aanwezigheid van griffier mr. H. Sabanovic, en is openbaar uitgesproken op 30 december 2025. Een afschrift van de uitspraak is verzonden aan de betrokken partijen.