Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
[betrokkene] ,
Verloop van de procedure
- betrokkene;
- dhr. [persoon A] , vader van betrokkene.
Rechtbank Rotterdam
Betrokkene heeft verzocht om opheffing van het meerderjarigenbewind dat in 2022 is ingesteld vanwege een lichamelijke en geestelijke beperking. Hij stelt dat zijn schulden zijn afgelost en hij een stabiel inkomen heeft, en dat hij met hulp van zijn vader zijn geldzaken wil regelen.
De bewindvoerder betoogt dat de grond voor bewind nog steeds bestaat omdat betrokkene moeite heeft met het behouden van een stabiele werkstructuur, impulsieve aankopen doet en zich gemakkelijk laat beïnvloeden. Ook ontbreekt voldoende professionele ondersteuning in zijn omgeving.
De kantonrechter oordeelt dat betrokkene onvoldoende heeft aangetoond dat hij zijn financiën zelfstandig kan beheren. Hij heeft schulden die deels zijn ontstaan doordat zijn vader tijdens coronatijd zijn inkomen gebruikte voor huishoudkosten. Betrokkene hield bovendien een bankrekening buiten het zicht van de bewindvoerder, wat wijst op gebrek aan financieel inzicht.
De kantonrechter wijst het verzoek af en benadrukt dat betrokkene wel leefgeld in maandelijkse termijnen kan ontvangen om zijn financiële vaardigheden te oefenen. Tevens wordt betrokkene aangemeld voor een cursus financiële zelfredzaamheid. Een nieuw verzoek tot opheffing kan in de toekomst worden ingediend als de omstandigheden verbeteren.
Uitkomst: Het verzoek tot opheffing van het meerderjarigenbewind wordt afgewezen wegens onvoldoende financiële zelfredzaamheid van betrokkene.