ECLI:NL:RBROT:2025:15153

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
15 oktober 2025
Publicatiedatum
31 december 2025
Zaaknummer
FT RK 25/1655
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 287 FwArt. 287b FwFaillissementswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek toelating schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw

Verzoeker heeft op 15 september 2025 een verzoek ingediend tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). Tijdens de zitting van 7 oktober 2025 zijn aanvullende stukken overgelegd en is verzoeker gehoord. Uit de feiten blijkt dat verzoeker sinds juni 2025 werkt en een schuldenlast heeft van circa €26.900, waarvan de huurschuld de grootste is. De verhuurder heeft herhaaldelijk ontruiming aangekondigd.

De rechtbank beoordeelt of verzoeker te goeder trouw is geweest in de drie jaar voorafgaand aan het verzoek, zoals vereist voor toelating tot de WSNP. Verzoeker heeft een schuld van ruim €30.000 aan de verhuurder, waarvoor twee voorlopige voorzieningen zijn toegewezen. Ondanks de gelegenheid om een regeling te treffen en de voorwaarde om lopende huur te betalen, heeft verzoeker de huur onbetaald gelaten. Verzoeker gaf ziekenhuisopnames en nalatigheid van zijn vader als reden op.

Bankafschriften tonen echter aanzienlijke uitgaven aan luxe goederen en goksites in dezelfde periode, waaronder betalingen aan Betcity en dure merken als Louis Vuitton en Prada. Verzoeker verklaarde deze uitgaven bewust te hebben gedaan en gaf geen afdoende reden om de huur niet te betalen. De rechtbank concludeert dat verzoeker niet te goeder trouw heeft gehandeld door zijn schulden onbetaald te laten terwijl hij geld besteedde aan luxe en gokken.

Hoewel verzoeker zich recent onder beschermingsbewind heeft gesteld en een vast dienstverband heeft, acht de rechtbank deze ontwikkelingen onvoldoende duurzaam om nu toelating tot de WSNP te rechtvaardigen. Het verzoek wordt daarom afgewezen op grond van het ontbreken van goede trouw, zonder verdere beoordeling van andere toelatingscriteria.

Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens het ontbreken van goede trouw.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie
afwijzing toepassing schuldsaneringsregeling
rekestnummer: [nummer]
uitspraakdatum: 15 oktober 2025
[verzoeker],
[adres]
[postcode] [woonplaats] ,
verzoeker.

1.De procedure

Verzoeker heeft op 15 september 2025 een verzoekschrift met bijlagen ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.
Ter terechtzitting van 7 oktober 2025 zijn verschenen en gehoord:
  • de heer [verzoeker] , verzoeker;
  • de heer [persoon A] , advocaat van verzoeker;
  • mevrouw B. de Frel, beschermingsbewindvoerder.
Ter zitting zijn door de advocaat van verzoeker aanvullende stukken overgelegd.
Verzoeker heeft de rechtbank op 8 oktober 2025 aanvullende stukken toegezonden.
De uitspraak is bepaald op heden.

2.De feiten

Verzoeker werkt sinds juni 2025 en ontvangt inkomen uit arbeid. De schuldenlast bedraagt volgens de crediteurenlijst € 26.904,75, waarbij de huurschuld de grootste schuld is. De verhuurder heeft herhaaldelijk de ontruiming van de woning aangezegd. Verzoeker is daarom door zijn advocaat direct doorgeleid naar de wettelijke schuldsaneringsregeling en er is gelijktijdig een verzoek ex artikel 287, vierde lid Fw, ingediend. Op laatstgenoemd verzoek wordt afzonderlijk beslist.

3.De beoordeling

Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt slechts toegewezen als, onder andere, voldoende aannemelijk is dat verzoeker ten aanzien van het ontstaan of onbetaald laten van zijn schulden in de drie jaar voorafgaand aan de dag waarop het verzoekschrift is ingediend, te goeder trouw is geweest. De rechtbank oordeelt dat dit in het voorliggende geval niet aannemelijk is.
De goede trouw is een gedragsmaatstaf waaraan een verzoeker dient te voldoen. Bij de beoordeling daarvan kan de rechter rekening houden met alle omstandigheden, zoals de aard en de omvang van de vorderingen, het tijdstip waarop de schulden zijn ontstaan, de mate waarin de verzoeker kan worden verweten dat de schulden zijn ontstaan en/of onbetaald gelaten, het gedrag van verzoeker voor wat betreft zijn inspanningen de schulden te voldoen of acties zijnerzijds om verhaal door de schuldeisers juist te frustreren en dergelijke.
Verzoeker heeft een schuld aan Aegon Levensverzekering N.V. – de verhuurder van zijn woning – ter hoogte van totaal, inclusief kosten, € 30.312,50. Bij vonnis van 10 februari 2025 en 24 juli 2025 is een voorlopige voorziening ex artikel 287b Fw toegewezen voor de duur van zes maanden. Verzoeker is hierbij tweemaal de gelegenheid geboden om een regeling te treffen voor zijn schulden, onder de voorwaarde dat hij de lopende huurtermijnen tijdig betaalt. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt en verzoeker heeft ook de huur gedurende deze periode onbetaald gelaten. Reden hiervoor volgens verzoeker waren diverse ziekenhuisopnames en het feit dat zijn vader die de huurbetalingen voor hem zou regelen, dit heeft verzuimd. Volgens de advocaat van verzoeker heeft hij geen contact kunnen krijgen met verzoeker en is om die reden geen regeling voor de schulden opgestart kunnen worden.
Ter zitting heeft de advocaat van verzoeker bankafschriften van de privérekening van verzoeker overgelegd over de periode 19 mei 2025 tot en met 25 mei 2025. Uit deze bankafschriften blijken meerdere aanzienlijke betalingen voor onder andere luxe artikelen en goksites. Zo heeft verzoeker in de periode van 19 mei 2025 tot en met 25 mei 2025 voor een totaalbedrag van € 17.238,04 uitgegeven aan:
  • 25-05-2025: Apple Store € 1.449,00;
  • 25-05-2025, 21-05-2025 en 20-05-2025: Betcity drie betalingen voor een totaalbedrag van € 1.500,00;
  • 21-05-2025: Prada Netherlands B.V. € 3.550,00;
  • 21-05-2025: Louis Vuitton twee betalingen voor een totaalbedrag van € 2.800,00;
  • 19-05-2025: Louis Vuitton € 3.500,00;
  • 19-05-2025: SKR.Skrill.com drie betalingen voor een totaalbedrag van € 2.749,04;
  • 19-05-2025: PayPal twee betalingen voor een totaalbedrag van € 1.690,00.
Daarnaast blijkt dat verzoeker op 25 mei 2025 een bedrag van € 1.471,38 en op 20 mei 2025 € 950,00 heeft ontvangen van Betcity. Deze bij- en afschrijvingen hebben plaatsgevonden tijdens de periode van de eerste verleende voorlopige voorziening. Daarnaar gevraagd heeft verzoeker verklaard dat hij deze uitgaven zelf heeft gedaan, waarbij de betalingen aan Betcity door hem zijn gedaan voor een jongere neef. Verzoeker heeft geen verklaring gegeven waarom hij ervoor heeft gekozen om deze grote uitgaven aan luxe artikelen te doen in plaats van zijn huur te betalen, anders dan dat hij een verkeerde keuze heeft gemaakt. Verzoeker heeft er dan ook bewust voor gekozen om zijn huur en overige schulden onbetaald te laten en zijn geld aan andere zaken uit te geven. De rechtbank is van oordeel dat verzoeker zijn schuld aan de verhuurder niet te goeder trouw onbetaald heeft gelaten.
Feiten en omstandigheden die – ondanks het ontbreken van de goede trouw – toelating rechtvaardigen zijn niet voldoende aannemelijk geworden. De rechtbank merkt op dat het een goede ontwikkeling is dat verzoeker zich per 15 augustus 2025 onder beschermingsbewind heeft laten stellen. Daarnaast is hij naar zijn zeggen fulltime aan het werk bij [naam bedrijf] en heeft zijn werkgever onlangs zijn contract voor anderhalf jaar verlengd. Verzoeker is aldus op de goede weg. Deze ontwikkelingen hebben zich echter pas recent voorgedaan en zijn naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende bestendig van aard om een toelating tot de schuldsaneringsregeling op dit moment te rechtvaardigen. Indien het leven van verzoeker zich (verder) stabiliseert zal een volgend verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling mogelijk meer kans van slagen hebben.
Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling zal reeds op deze grond worden afgewezen. Aan een beoordeling van de overige toelatingsgronden komt de rechtbank niet meer toe.

4.De beslissing

De rechtbank:
- wijst het verzoek af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.C. Franken, rechter, en in aanwezigheid van I. van Gemerde, griffier, in het openbaar uitgesproken op 15 oktober 2025. [1]