Verzoeker heeft op 15 september 2025 een verzoek ingediend tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). Tijdens de zitting van 7 oktober 2025 zijn aanvullende stukken overgelegd en is verzoeker gehoord. Uit de feiten blijkt dat verzoeker sinds juni 2025 werkt en een schuldenlast heeft van circa €26.900, waarvan de huurschuld de grootste is. De verhuurder heeft herhaaldelijk ontruiming aangekondigd.
De rechtbank beoordeelt of verzoeker te goeder trouw is geweest in de drie jaar voorafgaand aan het verzoek, zoals vereist voor toelating tot de WSNP. Verzoeker heeft een schuld van ruim €30.000 aan de verhuurder, waarvoor twee voorlopige voorzieningen zijn toegewezen. Ondanks de gelegenheid om een regeling te treffen en de voorwaarde om lopende huur te betalen, heeft verzoeker de huur onbetaald gelaten. Verzoeker gaf ziekenhuisopnames en nalatigheid van zijn vader als reden op.
Bankafschriften tonen echter aanzienlijke uitgaven aan luxe goederen en goksites in dezelfde periode, waaronder betalingen aan Betcity en dure merken als Louis Vuitton en Prada. Verzoeker verklaarde deze uitgaven bewust te hebben gedaan en gaf geen afdoende reden om de huur niet te betalen. De rechtbank concludeert dat verzoeker niet te goeder trouw heeft gehandeld door zijn schulden onbetaald te laten terwijl hij geld besteedde aan luxe en gokken.
Hoewel verzoeker zich recent onder beschermingsbewind heeft gesteld en een vast dienstverband heeft, acht de rechtbank deze ontwikkelingen onvoldoende duurzaam om nu toelating tot de WSNP te rechtvaardigen. Het verzoek wordt daarom afgewezen op grond van het ontbreken van goede trouw, zonder verdere beoordeling van andere toelatingscriteria.