Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- verzoekster;
- de heer [persoon A] en mevrouw [persoon B] , beiden werkzaam bij Geldplein (hierna: schuldhulpverlening);
- mevrouw [persoon C] , begeleidster van het wijkteam (hierna: begeleidster).
Rechtbank Rotterdam
In deze zaak heeft de Rechtbank Rotterdam op 15 oktober 2025 uitspraak gedaan in een verzoekschrift van verzoekster, die een moratorium aanvroeg op grond van artikel 287b van de Faillissementswet. Verzoekster had eerder al moratoria aangevraagd, maar deze waren gebaseerd op andere executoriale titels. De rechtbank oordeelde dat er een nieuwe ontbindings- en ontruimingssituatie was ontstaan, wat aanleiding gaf voor de toewijzing van een derde moratorium voor de duur van zes maanden. De rechtbank overwoog dat verzoekster in een bedreigende situatie verkeerde, aangezien er een ontruiming was aangekondigd. De rechtbank weegt de belangen van verzoekster, die in haar huurwoning wil blijven wonen en een minnelijk schuldhulpverleningstraject wil doorlopen, zwaarder dan die van verweerster, die het vonnis tot ontruiming wilde uitvoeren. De rechtbank concludeerde dat verzoekster voldoende inkomsten had om de huur te betalen en dat de eerdere moratoria geen belemmering vormden voor de toewijzing van het nieuwe verzoek. De rechtbank schorste de tenuitvoerlegging van het ontruimingsvonnis en verlengde de huurovereenkomst voor de duur van het moratorium, met de voorwaarde dat de huurtermijnen tijdig worden voldaan. Tevens verklaarde de rechtbank verzoekster niet-ontvankelijk in haar verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling, maar gaf aan dat zij in de toekomst een nieuw verzoek kan indienen.