ECLI:NL:RBROT:2025:15166

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
26 november 2025
Publicatiedatum
4 januari 2026
Zaaknummer
C/10/704350 / JE RK 25-1594
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige met complexe problematiek

Op 26 november 2025 heeft de kinderrechter van de Rechtbank Rotterdam een beschikking gegeven in de zaak van de William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering, betreffende de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige, geboren in 2012. De kinderrechter heeft de machtiging tot uithuisplaatsing voor een periode van drie maanden verleend, ondanks het feit dat er nog geen geschikte plek voor de minderjarige is gevonden. De moeder, die bijgestaan werd door haar advocaat, heeft ingestemd met het gewijzigde verzoek van de gecertificeerde instelling (GI), maar gaf de voorkeur aan een kortere verlenging. De vader en stiefmoeder waren niet aanwezig tijdens de zitting. De kinderrechter heeft vastgesteld dat de zorgen over de minderjarige, zoals eerder beschreven in een beschikking van 27 augustus 2025, nog steeds actueel zijn. De complexe problematiek van de minderjarige, in combinatie met het gebrek aan emotionele toestemming van de vader en stiefmoeder, maakt het moeilijk om een geschikte plek te vinden. De kinderrechter heeft de GI verzocht om voor de volgende zitting een rapportage te doen over de stand van zaken en heeft de beslissing over het overige deel van het verzoek aangehouden tot een latere zitting.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/704350 / JE RK 25-1594
Datum uitspraak: 26 november 2025
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering, gevestigd in Amsterdam, hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige],
geboren op [geboortedatum] 2012 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder],
hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats] ,
advocaat: mr. L. Berendsen, kantoorhoudende in Rotterdam,
[naam vader] en [naam stiefmoeder] ,
hierna te noemen: de vader en de stiefmoeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

1.Het verdere verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • de beschikking van 27 augustus 2025 en de daaraan ten grondslag liggende stukken;
  • de brief van de vader en de stiefmoeder van 5 november 2025;
  • de brief van [minderjarige] van 7 november 2025;
  • de briefrapportage van de GI van 11 november 2025.
1.2.
Op 26 november 2025 heeft de kinderrechter de zitting met gesloten deuren voortgezet. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder bijgestaan door haar advocaat;
- een vertegenwoordiger van de GI, [naam] .
1.3.
De vader en de stiefmoeder zijn met kennisgeving vooraf niet verschenen.
1.4.
De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover een brief gestuurd. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft geschreven. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2.De feiten

2.1.
De moeder en de vader zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2.
[minderjarige] woont bij haar vader en stiefmoeder.
2.3.
Bij beschikking van 27 augustus 2025 is de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 1 september 2026. Bij die beschikking is ook de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een gezinsgerichte voorziening verlengd tot 1 december 2025.

3.Het (aangehouden) verzoek

3.1.
De GI verzoekt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een gezinsgerichte voorziening te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren
3.2.
Eerder is op dit verzoek beslist tot 1 december 2025.
3.3.
De GI wijzigt het verzoek ter zitting voor het resterende deel, zodat wordt verzocht om een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder voor de duur van de ondertoezichtstelling, te weten tot 1 september 2026.
3.4.
Tot op heden is het niet gelukt een passende plek te vinden. Dit hangt samen met het ontbreken van emotionele toestemming van de vader en stiefmoeder, alsmede met de complexe hechtingsstoornis en andere gedragsproblematiek van [minderjarige] , die een contra-indicatie vormt voor veel voorzieningen. Er was eerder een plek gevonden bij Pameijer, maar deze is afgewezen omdat deze te dicht bij de woning van de vader was gelegen. Ook bij Jeugdformat is [minderjarige] afgewezen. De GI heeft de afwijzingen intern besproken en mede op basis van adviezen van betrokken aanbieders wordt overwogen dat een residentiële (groeps)plaatsing mogelijk beter aansluit bij de huidige situatie. Een ruimere zoektocht ook richting residentiële voorzieningen kan bijdragen aan het doorbreken van de huidige impasse. De komende periode zal worden onderzocht of plaatsing bij Timon mogelijk is. Daarnaast zal contact worden gelegd met de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, die over een groter netwerk beschikt en aan zorgbemiddeling doet. Dit is eerder gedaan, maar zal opnieuw worden onderzocht. In reactie op het standpunt van de moeder geeft de GI aan het met haar eens te zijn dat de verzochte machtiging tot uithuisplaatsing voor een kortere duur moet worden verlengd en dat het overige verzochte moet worden aangehouden, mede gelet op het risico dat de machtiging vervalt indien deze niet binnen drie maanden wordt gebruikt.

4.Het standpunt van de moeder

4.1.
Door en namens de moeder wordt ingestemd met het gewijzigde verzoek, met de kanttekening dat de moeder de voorkeur geeft aan een korte verlenging en het overige aan te houden om zo een vinger aan de pols te houden. Hoewel het tot op heden nog niet is gelukt een plek te vinden, blijft hiervoor nog steeds een kans bestaan, mede doordat de zoektocht naar een plek voor [minderjarige] wordt uitgebreid. Hopelijk wordt spoedig een passende plek gevonden.
5.
De beoordeling
5.1.
Op basis van de stukken en de zitting is de kinderrechter van oordeel dat de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk is in het belang van haar verzorging en opvoeding. [1]
5.2.
De zorgen zoals omschreven in de beschikking van 27 augustus 2025 zijn onverminderd aan de orde en er is nog steeds geen plek gevonden voor [minderjarige] . Mede vanwege het gebrek aan emotionele toestemming van de vader en de stiefmoeder in combinatie met [minderjarige] haar complexe problematiek is het lastig om een geschikte plek voor haar te vinden. De kinderrechter constateert dat de GI ter zitting zijn verzoek heeft gewijzigd, in die zin dat wordt verzocht om een plaatsing van [minderjarige] in gezinsgerichte accommodatie dan wel een residentiële plaatsing. Beide categorieën vallen onder ‘een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder’. Het is noodzakelijk dat er op korte termijn duidelijkheid komt over het al dan niet uitvoeren van de machtiging uithuisplaatsing. De voortdurende onzekerheid is belastend voor alle betrokkenen, in het bijzonder voor [minderjarige] , en draagt niet bij aan haar emotionele stabiliteit. Een ruimere zoektocht ook richting residentiële voorzieningen kan bijdragen aan het doorbreken van de huidige impasse. Hoewel het vervelend is dat er nog steeds geen plek is, vormt dit geen reden om [minderjarige] op te geven. Om een vinger aan de pols te houden bij de zoektocht naar een passende plek, verleent de kinderrechter de machtiging voor een kortere periode dan verzocht, namelijk voor de duur van drie maanden. De beslissing over het overige deel van het verzoek wordt aangehouden tot de hierna te noemen zittingsdatum, die in overleg met de aanwezige partijen is vastgesteld.
5.3.
De kinderrechter verzoekt de GI om
uiterlijk twee wekenvoor de hierna te noemen zittingsdatum een rapportage te doen toekomen (met afschrift aan de belanghebbenden en mr. L. Berendsen) over de dan huidige stand van zaken en daarbij te vermelden of het resterende deel van het verzoek al dan niet wordt gehandhaafd.
5.4.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 1 december 2025 tot 1 maart 2026;
6.2.
houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan en roept de GI, de moeder en haar advocaat, de vader en de stiefmoeder op te verschijnen tijdens de zitting van mr. M.C. Woudstra van de rechtbank Rotterdam, locatie Rotterdam, in het gerechtsgebouw aan Wilhelminaplein 100 / 125 te Rotterdam,
op 17 februari 2026 te 16:00 uur, teneinde nader op het verzoek te worden gehoord;
6.3.
bepaalt dat deze beschikking geldt als oproep voor de zitting;
6.4.
vraagt de griffier [minderjarige] op te roepen voor een kindgesprek;
6.5.
verzoekt de GI om
uiterlijk 3 februari 2026de kinderrechter de verzochte rapportage te doen toekomen;
6.6.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 26 november 2025 door
mr. M.C. Woudstra, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. R.S.E. Pronk als griffier, en op schrift gesteld op 9 december 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:265b, eerste lid, Burgerlijk Wetboek.