ECLI:NL:RBROT:2025:15168

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
26 november 2025
Publicatiedatum
4 januari 2026
Zaaknummer
C/10/709972 / JE RK 25/2323 en C/10/709295 / JE RK 25-2230
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling en afwijzing gesloten machtiging jeugdhulp voor minderjarige

Op 26 november 2025 heeft de kinderrechter van de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in de zaken C/10/709972 / JE RK 25/2323 en C/10/709295 / JE RK 25-2230. Het verzoek van de gecertificeerde instelling Leger Des Heils Jeugdbescherming & Jeugdreclassering om een gesloten machtiging voor de minderjarige te verlenen, is afgewezen. De kinderrechter oordeelde dat alle betrokkenen het erover eens zijn dat verdere gesloten plaatsing niet meer noodzakelijk is. De ondertoezichtstelling van de minderjarige is verlengd voor een periode van zes maanden, met de nadruk op het snel realiseren van de hulpverlening bij De Viersprong en het zoeken naar alternatieven indien nodig. De kinderrechter heeft vastgesteld dat de ontwikkeling van de minderjarige nog steeds ernstig bedreigd wordt, maar dat de noodzakelijke randvoorwaarden voor een terugplaatsing bij de voogdes nog niet volledig zijn gerealiseerd. De kinderrechter heeft de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat. De kinderrechter heeft benadrukt dat de GI zich moet inzetten om de hulpverlening zo spoedig mogelijk te laten starten en dat er alternatieven moeten worden gezocht ter overbrugging.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummers: C/10/709972 / JE RK 25/2323 en C/10/709295 / JE RK 25-2230
Datum uitspraak: 26 november 2025
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en machtiging gesloten jeugdhulp
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Leger Des Heils Jeugdbescherming & Jeugdreclassering, gevestigd in Rotterdam, hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige],
geboren op [geboortedatum] 2010 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige] ,
advocaat: mr. I.K. Oosterveen, kantoorhoudende in Rotterdam.
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[naam 1],
hierna te noemen: de voogdes, wonende te [woonplaats] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
Ten aanzien van C/10/709295 / JE RK 25-2230
- het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 28 oktober 2025, binnengekomen bij de rechtbank op 30 oktober 2025.
Ten aanzien van C/10/709972 / JE RK 25/2323
  • het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 11 november 2025, binnengekomen bij de rechtbank op 12 november 2025;
  • de instemmende verklaring van de gedragswetenschapper van 19 november 2025, binnengekomen bij de rechtbank op 24 november 2025;
  • de e-mail van de voogdes, in reactie op het verzoekschrift van 20 november 2025.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 26 november 2025. Daarbij waren aanwezig:
  • [minderjarige] , bijgestaan door zijn advocaat;
  • de voogdes;
  • een vertegenwoordiger van de GI, [naam 2] .
1.3.
De kinderrechter heeft bijzondere toegang verleend aan [naam 3] (mentor) en
[naam 4] (gedragswetenschapper) van [naam instelling] . Zij hebben de zitting online bijgewoond.
1.4.
De kinderrechter heeft [minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover in het bijzijn van zijn advocaat een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2.De feiten

2.1.
Bij beschikking van 30 juli 2021 is [minderjarige] onder voogdij gesteld van de voogdes.
2.2.
[minderjarige] verblijft op de gesloten groep [naam groep] bij [naam instelling] in [plaatsnaam] .
2.3.
Bij beschikking van 28 november 2024 is de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 8 december 2025.
2.4.
Bij beschikking van 25 augustus 2025 is een machtiging verleend [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 25 augustus 2025 tot 8 december 2025.

3.De verzoeken

Ten aanzien van C/10/709295 / JE RK 25-2230
3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
De GI trekt het verzoek ter zitting in.
Ten aanzien van C/10/709972 / JE RK 25/2323
3.3.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Ook verzoekt de GI een machtiging te verlenen om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van drie maanden.
3.4.
De GI handhaaft ter zitting het verzoek en licht dit als volgt toe. De GI moet betrokken blijven om te monitoren hoe de situatie zich ontwikkelt en om verdere hulpverlening in te zetten. Met betrekking tot de gesloten machtiging tot uithuisplaatsing is iedereen het erover eens dat [minderjarige] moet terugkeren naar de voogdes. Daarbij is het van belang dat de benodigde hulpverlening rondom deze terugplaatsing eerst is geregeld. Zonder dit vangnet is een terugplaatsing te risicovol. Op 15 december 2025 vindt de eindevaluatie van het KSCD-onderzoek plaats. Dit onderzoek is ter bevestiging van het perspectief van [minderjarige] , maar inmiddels is duidelijk dat dit perspectief bij de voogdes ligt. Youz zal naar verwachting begin 2026 starten met behandeling, mits [minderjarige] op een duurzame en stabiele plek verblijft.

4.Het standpunt van [minderjarige]

4.1.
Door en namens [minderjarige] wordt verweer gevoerd tegen de gesloten machtiging. In juni 2025 heeft [naam instelling] al aangegeven geen voorstander meer te zijn van een gesloten plaatsing. Daarbij werd aangegeven dat een open groep in de buurt van Rotterdam/ Zwartewaal ideaal zou zijn, maar deze plek was er niet. Op dit moment is zelfs een open groep niet langer passend. Het enige passende alternatief is terugplaatsing naar de voogdes. Het was wenselijk geweest als alle randvoorwaarden op orde waren geweest, maar dat is niet het geval. Desondanks is een deel van de benodigde randvoorwaarden wel geregeld; zo kan [minderjarige] na de kerstvakantie starten op een passende school en zal traumabehandeling in januari 2026 starten. Ter overbrugging kan de GI ambulante spoedhulp of Family First inzetten om te voorkomen dat [minderjarige] opnieuw uit huis moet worden geplaatst. Er kan niet langer worden gewacht op het vervullen van alle randvoorwaarden.

5.Het standpunt van de voogdes

5.1.
De voogdes kan instemmen met een ondertoezichtstelling voor de duur van een half jaar, maar niet langer. Ten aanzien van de gesloten machtiging voert de voogdes verweer. De reden dat [minderjarige] nog niet naar huis kan, is dat de benodigde hulpverlening nog niet volledig opgestart is. Inmiddels is duidelijk dat Youz vanaf januari 2026 kan starten met traumabehandeling en dat [minderjarige] na de kerstvakantie kan beginnen op school. Het enige dat nog ontbreekt, is de thuisbegeleiding van De Viersprong. De Viersprong kan niet aangeven wanneer zij kunnen starten; dit kan in februari 2026 zijn, maar ook pas in april 2026. Telkens wordt een nieuwe gesloten machtiging verzocht met de mededeling dat het nog enkele weken zou duren, maar vervolgens is de hulpverlening opnieuw niet rond en doet de GI een nieuw verzoek. De voogdes maakt zich ernstige zorgen over hoe lang deze situatie nog zal voortduren. Deze voortdurende gesloten plaatsing is niet in het belang van [minderjarige] .

6.De gedragswetenschapper van [naam instelling]

6.1.
De gedragswetenschapper geeft aan dat eerder is aangegeven dat aan bepaalde randvoorwaarden moet worden voldaan om een terugplaatsing naar huis succesvol te laten verlopen, te weten: een passende school, individuele hulpverlening en systematische hulpverlening. Aan deze randvoorwaarden is nog niet volledig voldaan, maar dat kan een verdere gesloten plaatsing niet langer rechtvaardigen. Het telkens opnieuw verlenen van een gesloten machtiging heeft negatieve effecten op [minderjarige] . In augustus 2025 is besloten om nog één keer achter een gesloten machtiging te staan, onder de voorwaarde dat een tweesporenbeleid zou worden gevolgd: enerzijds toewerken naar een terugplaatsing naar de voogdes en anderzijds het realiseren van een plek op een behandelgroep in de regio.

7.De mentor van [minderjarige] van [naam instelling]

7.1.
De mentor sluit zich aan bij de advocaat van [minderjarige] ; op een gegeven moment moet het klaar zijn. Bij de opname van [minderjarige] bij [naam instelling] was geadviseerd om therapie in de omgeving van Rotterdam aan te vragen, maar dit is door de GI vertraagd. Meerdere keren is aangegeven dat aanmeldingen volgens het tweesporenbeleid moesten worden gedaan, ook voor vervolgtherapieën. Pas een maand geleden zijn de eerste aanmeldformulieren verstuurd, terwijl [naam instelling] hier al langer dan een jaar op heeft aangedrongen. [minderjarige] is de dupe van deze te late aanmeldingen en vandaag staat voor de derde of vierde keer ter discussie of een nieuwe machtiging voor gesloten plaatsing gerechtvaardigd is, nu deze niet langer noodzakelijk is. Daarnaast is er geen meerwaarde om [minderjarige] de behandeling op [naam instelling] te laten volgen in plaats van thuis. Het is logisch dat schoolgang nodig is, maar deze is inmiddels geregeld.

8.De beoordeling

Ten aanzien van C/10/709295 / JE RK 25-2230
8.1.
De kinderrechter stelt vast dat de GI het verzoek ter zitting heeft ingetrokken. Als gevolg van het intrekken van het verzoek kunnen de gronden daarvan niet meer onderzocht worden. Om die reden zal de kinderrechter het verzoek afwijzen.
Ten aanzien van C/10/709972 / JE RK 25/2323
8.2.
De ontwikkeling van [minderjarige] wordt nog steeds ernstig bedreigd. [minderjarige] heeft een belast verleden. Hij vertoonde hevige boosheid en had moeite met het reguleren van zijn emoties, waardoor hij uit huis is geplaatst op een kleinschalige gesloten groep bij [naam instelling] vanwege de onveiligheid voor zijn omgeving. Bij [naam instelling] heeft [minderjarige] positieve stappen vooruit gezet. Al geruime tijd speelt de vraag of [minderjarige] kan worden overgeplaatst naar en open groep of teruggeplaatst kan worden bij de voogdes. Deze stap kon echter niet worden gezet omdat de noodzakelijke randvoorwaarden niet waren gerealiseerd. Om een te snelle terugplaatsing en een mogelijke terugval te voorkomen is [minderjarige] daarom langer in de gesloten setting gebleven. Hoewel nog onduidelijk is wanneer systematische hulpverlening bij De Viersprong kan starten, is wel geregeld dat [minderjarige] na de kerstvakantie kan beginnen op school en dat traumabehandeling bij Youz in januari 2026 van start gaat.
8.3.
Het verzoek tot het verlenen van een gesloten machtiging wordt afgewezen. Alle betrokkenen zijn het erover eens dat een verdere gesloten plaatsing niet langer noodzakelijk of verantwoord is. Het feit dat de hulpverlening nog niet volledig is gerealiseerd, kan niet langer dienen als reden om [minderjarige] gesloten geplaatst te houden. Omdat de overgang van een gesloten setting naar terugplaatsing bij de voogdes een ingrijpende verandering is en systematische hulpverlening nog niet is geregeld is, overstijgt deze situatie het vrijwillig kader. Het is daarom van belang dat een jeugdbeschermer betrokken blijft om [minderjarige] en de voogdes bij deze overgang te ondersteunen.
8.4.
Gelet op het voorgaande is de kinderrechter van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan. [1] De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] echter voor een kortere duur dan verzocht, namelijk voor een periode van zes maanden, onder afwijzing van de overig verzochte periode.
8.5.
Voor de komende periode acht de kinderrechter het van groot belang dat de GI zich inzet om de hulpverlening bij De Viersprong zo spoedig mogelijk te laten starten. Zolang dit niet mogelijk is, moet de GI actief op zoek gaan naar alternatieven ter overbrugging, zoals door de advocaat van [minderjarige] is voorgesteld.
8.6.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

9.De beslissing

De kinderrechter:
Ten aanzien van C/10/709295 / JE RK 25-2230
9.1.
wijst het verzoek af;
Ten aanzien van C/10/709972 / JE RK 25/2323
9.2.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 8 juni 2026;
9.3.
wijst de machtiging tot gesloten jeugdhulp af;
9.4.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 26 november 2025 door
mr. M.C. Woudstra, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. R.S.E. Pronk als griffier, en op schrift gesteld op 9 december 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:255 Burgerlijk Wetboek.