ECLI:NL:RBROT:2025:15263

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
30 december 2025
Publicatiedatum
8 januari 2026
Zaaknummer
10.231330.25, 10.202795.25 en 10.205638.25
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling van verdachte voor belaging, bedreiging, vernieling en overtreding van huisverbod en gedragsaanwijzing

In deze zaak heeft de Rechtbank Rotterdam op 30 december 2025 uitspraak gedaan tegen de verdachte, die zijn ex-partner en dochter gedurende meerdere maanden heeft belaagd. De verdachte heeft herhaaldelijk contact gezocht met zijn ex-partner door te bellen, sms'en en poststukken te versturen, ondanks een tijdelijk huisverbod en een gedragsaanwijzing die hem dit verbood. Hij heeft zijn ex-partner bedreigd, haar autoband lekgestoken en verboden wapens in zijn bezit gehad. De rechtbank heeft de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 250 dagen, waarvan 100 dagen voorwaardelijk, met bijzondere voorwaarden zoals een meldplicht en een contactverbod met de slachtoffers. De rechtbank heeft ook een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd, die een contact- en locatieverbod inhoudt. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan meerdere strafbare feiten, waaronder belaging, bedreiging, vernieling en overtreding van een huisverbod. De rechtbank heeft de feiten als ernstig beoordeeld, gezien de impact op de slachtoffers en het stelselmatig overtreden van de opgelegde maatregelen.

Uitspraak

Rechtbank RotterdamZittingsplaats Rotterdam
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummers: 10.231330.25, 10.202795.25 en 10.205638.25 (gevoegd)
Datum uitspraak: 30 december 2025
Datum zitting: 17 december 2025
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum 1] 1972 in [geboorteplaats] ,
ingeschreven op het adres [adres] , [postcode] [plaatsnaam 1] ,
gedetineerd in de penitentiaire inrichting De Schie, Rotterdam.
Advocaat van de verdachte: mr. D.P. Kant
Officier van justitie: mr. B.M. van Heemst
Benadeelde partij: [benadeelde partij]
Advocaat van de benadeelde partij: mr. M.A. Oosterveen.
Kern van het vonnis
De verdachte heeft zijn ex-partner en zijn dochter gedurende meerdere maanden belaagd door hen te bellen, sms’en, poststukken te versturen en langs hun woning te gaan. Daarbij heeft de verdachte meermaals een tijdelijk huisverbod geschonden en een gedragsaanwijzing genegeerd. De verdachte heeft zijn ex-partner ook bedreigd, haar autoband lek gestoken en verboden wapens voorhanden gehad.
De verdachte wordt voor deze feiten veroordeeld tot een gevangenisstraf van 250 dagen, waarvan 100 dagen voorwaardelijk, met aftrek van voorarrest. Aan het voorwaardelijke deel van de straf zijn bijzondere voorwaarden verbonden, waaronder een meldplicht, een behandelingsverplichting, een contactverbod en middelencontrole. Daarnaast wordt een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd, bestaande uit een contact- en locatieverbod met de slachtoffers. Zowel de bijzondere voorwaarden als de maatregel ex 38v Sr worden dadelijk uitvoerbaar verklaard.

1.Tenlastelegging

De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat
10.202795.25
1
hij als degene aan wie door of namens de burgemeester met toepassing van de Wet tijdelijk huisverbod een huisverbod was gegeven, derhalve als uithuisgeplaatste, op of omstreeks 30 juni 2025 te Ridderkerk in strijd met dat huisverbod de in dit verbod genoemde woning, gelegen aan de [straatnaam 1] , heeft betreden en/of zich in en/of in nabijheid van die woning heeft opgehouden en/of contact heeft opgenomen met één of meer van de in dat huisverbod genoemde personen;
2
hij op of omstreeks 1 juli 2025 te Ridderkerk, opzettelijk en wederrechtelijk een autoband, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan een ander, te weten aan [slachtoffer 1] , toebehoorde heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;
3
hij op of omstreeks 1 juli 2025 te Dordrecht, althans in Nederland, [slachtoffer 1] heeft bedreigd
met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk die [slachtoffer 1] ,( middels tussenkomst van [naam 1] ) dreigend de woorden toegevoegd:
- " Ik ga een Marokkaan inhuren om [slachtoffer 1] te vermoorden." en/of
- " Ik heb een pistool in de loods begraven, ik ga dit pistool opgraven om iedereen mee dood te schieten." en/of
- " Ik heb genoeg contant geld om een Marokkaantje in te huren om over haar heen
te rijden.", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;
4
hij op of omstreeks 2 juli 2025 te Ridderkerk een wapen van categorie II, onder 5 van de Wet wapens en munitie, te weten stroomstootwapen, zijnde een voorwerp waarmee door een elektrische stroomstoot personen weerloos konden worden gemaakt of pijn kon worden toegebracht voorhanden heeft gehad;
5
hij op of omstreeks 2 juli 2025 te Ridderkerk, een wapen van categorie I, onder 7° van de Wet wapens en munitie, te weten een door de Minister van Justitie en Veiligheid aangewezen voorwerp dat een ernstige bedreiging van personen kon vormen en/of dat zodanig op een wapen geleek dat deze voor bedreiging of afdreiging geschikt was, namelijk een gasdrukpistool gelijkend op een handvuurwapen, voorhanden heeft gehad;
10.205638.25
hij als degene aan wie door of namens de burgemeester met toepassing van de Wet tijdelijk huisverbod een huisverbod was gegeven, derhalve als uithuisgeplaatste, op of omstreeks 6 juli 2025 te Ridderkerk in strijd met dat huisverbod de in dit verbod genoemde woning, gelegen aan de [adres] , heeft betreden en/of zich in en/of in nabijheid van die woning heeft opgehouden en/of contact heeft opgenomen met één of meer van de in dat huisverbod genoemde personen;
10.231330.25
1
hij in of omstreeks de periode van 25 augustus 2025 tot en met 9 oktober 2025 te Ridderkerk en/of Rotterdam, althans in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk
inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer 1] ,
door:
- dreigende en/of intimiderende (sms) berichten naar die [slachtoffer 1] te sturen en/of
- veelvuldig te bellen naar die [slachtoffer 1] en/of
- berichten naar de kinderen van hem, verdachte en/of die [slachtoffer 1] te sturen en/of
- te bellen naar de kinderen van hem, verdachte en/of die [slachtoffer 1] en/of
- contact te blijven zoeken met die [slachtoffer 1] vanuit de penitentiaire inrichting, en/of
- door zijn sociale omgeving in te zetten om die [slachtoffer 1] en/of hun kinderen in de gaten te houden,
met het oogmerk die [slachtoffer 1] , te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen en/of,;
2
hij in of omstreeks de periode van 25 augustus 2025 tot en met 9 oktober 2025 te Ridderkerk, althans in Nederland, opzettelijk heeft gehandeld in strijd met een gedragsaanwijzing gegeven krachtens artikel 509hh, eerste lid, onderdeel b van het Wetboek van strafvordering, te weten de gedragsaanwijzing d.d. 29 juli 2025, gegeven door de officier van justitie te arrondissement Rotterdam, inhoudende een contactverbod met [slachtoffer 1] , door:
- dreigende en/of intimiderende (sms) berichten naar die [slachtoffer 1] te sturen en/of
- veelvuldig te bellen naar die [slachtoffer 1] en/of
- contact te blijven zoeken met die [slachtoffer 1] vanuit de penitentiaire inrichting en/of
- door zijn sociale omgeving in te zetten om die [slachtoffer 1] en/of hun kinderen in de gaten te houden;
3
hij in of omstreeks de periode van 25 augustus 2025 tot en met 2 september 2025 te Ridderkerk, althans in Nederland, [benadeelde partij] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [slachtoffer 1] dreigend de woorden toe te voegen: "je gaat er" en/of “je kruit je zin niet op myn feestje komen en neem maar 1 man mee voordat ik ga zeg maar wie” en/of “vergeet niet wat die man op de camping gedaan heeft, gaat er maar van uit dat dat gebeurt als jy trug komt van vakantie”, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;
4
hij in of omstreeks de periode van 31 juli 2025 tot en met 9 oktober 2025 te Ridderkerk en/of Rotterdam, althans in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer 2] , door:
- veelvuldig te bellen naar die [slachtoffer 2] en/of
- ( sms) berichten te versturen naar die [slachtoffer 2] en/of
- de vriend van die [slachtoffer 2] veelvuldig te bellen en/of
- langs de woning van die [slachtoffer 2] te rijden en/of
- contact te blijven zoeken met die [slachtoffer 2] vanuit de penitentiaire inrichting, en/of
- door zijn sociale omgeving in te zetten om die [slachtoffer 1] in de gaten te houden,
met het oogmerk die [slachtoffer 2] , te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te
jagen en/of

2.Bewijs

2.1.
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor alle feiten.
2.2.
Conclusie van de verdediging
De verdediging heeft in de zaak met parketnummer 10.231330.25 voor de feiten 1, 3 en 4 vrijspraak bepleit en heeft zich voor feit 2 gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
In de zaak met parketnummer 10.205638.25 heeft de verdediging zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Ten slotte heeft de verdediging in de zaak met parketnummer 10.205795.25 voor de feiten 2, 3 primair, en 5 vrijspraak bepleit. Voor de feiten 1 en 4 heeft de verdediging zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Bij feit 3 subsidiair heeft de verdediging verzocht om rekening te houden met de omstandigheden.
2.3.
Oordeel van de rechtbank
2.3.1.
Bewezenverklaring en bewijsmiddelen
Bewezen is dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan belaging, bedreiging, vernieling, overtreding van een huisverbod, overtreding van een gedragsaanwijzing en het voorhanden hebben van wapens. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.7.
10.202795.25
Feit 1
1.
Verklaring van de verdachte [1]
Op 30 juni 2025 ben ik langs de woning aan de [adres] gereden. Ik heb die dag ook app-contact met [slachtoffer 3] en [slachtoffer 1] gezocht.
2.
Schriftelijk stuk, beschikking van de burgemeester [2]
De burgemeester van de gemeente
Ridderkerk, gelast,
[verdachte], geboren
[geboortedatum 1] /1972te
[geboorteplaats]de woning gelegen aan:
[adres]
[postcode] [plaatsnaam 1]
onmiddellijk te verlaten en deze woning vanaf heden
29/06/2025 16:45 voor een periode van tien dagen, derhalve tot
09/07/2025 16:45
niet te betreden, noch daarin aanwezig te zijn of zich daarbij op te houden. Gedurende deze periode mag voornoemde persoon geen contact opnemen met de hierna genoemde personen die met deze persoon in dezelfde woning wonen of daarin anders dan incidenteel verblijven.
Namen van degene(n) waarop het contactverbod van toepassing is:
[slachtoffer 1]
[slachtoffer 2]
[slachtoffer 3]
3.
Proces-verbaal van de politie [3] Op maandag 30 juni 2025 werd ik, [verbalisant 1] , aangesproken door [naam 2] . Ik hoorde dat hij zei dat hij vanmiddag had gezien dat [verdachte] zijn motor naast zijn woning parkeerde en dat hij door het weiland, via de achterkant van de woningen, richting zijn eigen woning liep.
Feit 2 en 3
1.
Proces-verbaal van de politie, verklaring aangeefster [4]
Ik ben [slachtoffer 1] . Op 30 juni 2025 heb ik mijn auto geparkeerd. Ik heb mijn auto in goede orde achtergelaten. Op 1 juli 2025 zag ik dat de rechtervoorband lek was. Ik zag dat de autoband vernield was.
Ik heb gehoord dat [verdachte] bij [naam 1] is geweest. Ik heb gehoord dat hij al van de vernieling afwist omdat [verdachte] heeft aangegeven dat hij achter de vernieling van de autoband zit.
Ik heb ook gehoord dat [verdachte] mij heeft bedreigd. Ik hoorde dat [verdachte] het volgende tegen [naam 1] heeft gezegd:
“Ik ga een Marokkaan inhuren om [slachtoffer 1] te vermoorden. Ik heb een pistool in de loods begraven, ik ga dit pistool opgraven om iedereen mee dood te schieten.”
2.
Proces-verbaal van de politie, verklaring getuige [5]
Ik ben [naam 1] . Vanmorgen, 1 juli 2025, was ik aan het werk. [verdachte] kwam langs. Ik hoorde dat [verdachte] zei dat hij elke nacht bij het huis langskomt en dat hij de band van [slachtoffer 1] had lek gestoken. Met [slachtoffer 1] bedoel ik de moeder, [slachtoffer 1] . Ik was verbaasd, ik wist toen nog niet dat de band was lek gestoken. Ik dacht dat het grootspraak was en hij haar wilde intimideren op deze manier. Ook hoorde ik hem meerdere malen zeggen dat hij [slachtoffer 1] zelf niks aan zou doen, maar dat hij wel iemand zou inhuren. Ik hoorde hem zeggen dat hij een wapen in de schuur had begraven en dat hij iedereen ging neerschieten. Ik vroeg: “waarom zou je dat doen?”. Toen hoorde ik hem zeggen: “dan moet ze niet bij mij weggaan”.
Ik hoorde hem zeggen: “Ik heb genoeg contact geld om een Marokkaantje in te huren om over haar heen te rijden”.
3. Verklaring van de verdachte [6]
Ik ben op 1 juli 2025 naar mijn schoonzoon [naam 1] gegaan. Ik was heel erg kwaad. Het zou kunnen dat ik tegen hem bedreigingen aan [slachtoffer 1] heb geuit.
Feit 4 en 5
1.
Verklaring van de verdachte [7]
Het stroomstootwapen dat op 2 juli 2025 te Ridderkerk bij mij is aangetroffen is van mij. De loods waarin die dag het gasdrukpistool onder de bar is gevonden is van mij en is mijn werkplaats.
2.
Proces-verbaal van de politie, doorzoeking woning [8]
Op 2 juli 2025 te Ridderkerk troffen wij verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] in een ruimte van de loods een airsoft wapen aan onder de bar.
3.
Proces-verbaal van de politie, inbeslagneming stroomstootwapen en gasdrukpistool [9]
Ik, [verbalisant 4] , kreeg het verzoek een proces-verbaal op te maken van aangetroffen wapens bij de loods en de woning van de verdachte [verdachte] . Bij de doorzoekingen op 2 juli 2025 te Ridderkerk werd het volgende aangetroffen:
  • Stroomstootwapen
  • Gasdrukpistool.
10.205638.25
1.
Verklaring van de verdachte [10]
Op 6 juli 2025 ben ik naar de woning aan de [adres] gegaan. Ik heb een excuusbriefje in de bus gedaan en ik heb [slachtoffer 3] een knuffel gegeven.
2.
Schriftelijk stuk, beschikking van de burgemeester [11]
10.231330.25
Feit 1, 2 en 3
1.
Proces-verbaal van de politie, verklaring aangeefster [12]
Ik ben [slachtoffer 1] . [verdachte] heeft mij vanaf 25 augustus 2025 meerdere keren op een dag gebeld. Ook heeft hij mij vanaf 25 augustus 2025 sms-berichten gestuurd, meerdere keren op een dag. Van de berichten die hij stuurt krijg ik het gevoel dat hij mij indirect bedreigt. Hij stuurt bijvoorbeeld teksten zoals:
2.
Schriftelijk stuk, gedragsaanwijzing [13]
Overwegende dat
Naam: [achternaam verdachte]
Voornaam: [voornaam verdachte]
Geboren [postcode] -1972
Wonende te: [adres] , [postcode]
[plaatsnaam 1]
verdacht wordt van art 11 lid 1 Wet tijdelijk huisverbod
beveeltde verdachte:
Contactverbod
zich te onthouden van contact met de volgende persoon: [slachtoffer 1] .
Periode
De gedragsaanwijzing gaat in met ingang van de dag van uitreiking, te weten op
31 juli 2025en blijft van kracht voor een periode van
90 dagen, te weten tot en met
28 oktober 2025.
3.
Proces-verbaal van de politie, uitwerking teliotap [14]
Ik, [verbalisant 5] , verklaar het volgende:
Er is een teliotap geplaatst. Uit de tap blijkt dat [verdachte] zijn hele sociale omgeving inzet om [slachtoffer 1] , [slachtoffer 3] en [slachtoffer 2] in de gaten te houden. Zo vraagt hij meerdere personen langs het huis te rijden waar hij samen met [slachtoffer 1] gewoond heeft.
Op 12 september 2025 belt [verdachte] naar [slachtoffer 3] . Vervolgens geeft [verdachte] boodschappen door aan [slachtoffer 3] die hij tegen zijn moeder moet vertellen, onder andere dat [slachtoffer 1] zich gewoon aan de afspraken moet houden en dat ze hem moet bellen.
Op 15 september 2025 belt [verdachte] naar [naam 3] .
[verdachte] :
“Zeg tegen [slachtoffer 2] , tegen [slachtoffer 1] dat ze [slachtoffer 3] mag houden. Dat ze mij van de week moet bellen en zo niet, dat huis mag ze in haar reet douwen, zeg dat maar.”
Op 16 september 2025 belt [verdachte] naar [naam 4] :
[verdachte] :
“Eigenlijk moet je even door mijn dochter de straat heen rijden.”
[verdachte] :
“Pleurt er maar een kei doorheen.”
[verdachte] :
“Eigenlijk moet je even navragen aan [naam 5] ofzo, effe langs fietsen en in één keer wat doorheen gooien.”
[verdachte] :
“Of bij die andere, eh, liefst bij [slachtoffer 2] en anders bij, eh, de Pruimendijk.”
Op 20 september 2025 belt [verdachte] naar [naam 6] .
[verdachte] zegt dat als ze rustig is, dat [naam 6] dan [slachtoffer 1] moet bellen en aan haar moet vragen of zij haar aanklacht wil intrekken. [verdachte] heeft aan diverse mensen gevraagd of zij [slachtoffer 1] willen contacten of zij haar aanklacht in wil trekken. [verdachte] vertelt aan [naam 6] dat hij liefdes- en rouwkaarten besteld heeft en dat hij die elke week naar haar kan versturen.
Later op 20 september 2025 belt [verdachte] naar [naam 6]:
[verdachte] :
“Ik denk dat je beter [slachtoffer 1] kan appen dan [slachtoffer 2] .”
[verdachte] :
“Vraag of [slachtoffer 2] ook de aangifte intrekt.”
[verdachte] : “
Moet je, moet je vragen hè, moet je vragen of [naam 7] zijn moeder ook een berichtje naar haar stuur, dus heel veel berichten in één keer gebombardeerd krijgen, nee heb je, ja kun je krijgen.”
Op 21 september 2025 belt [verdachte] met [naam 6] :
[verdachte] :
“Hey, eh.. Vraag eens aan [naam 7] het nummer van [slachtoffer 1] ? Ik denk dat zij mij geblokkeerd heeft. Hij heb [slachtoffer 1] d’r nummer erin.”
[naam 6] :
“Ik heb het nummer van [slachtoffer 2] ook, die kan ik je ook geven?”
[verdachte] :
“Ja, geef dat eens.. 06..”
[naam 6] :
“Maar waarvoor wil je dat hebben dan?”
[verdachte] :
“Ja, dan ga ik haar omkopen”
Later op 21 september 2025 belt [verdachte] weer met [naam 6] . [verdachte] probeert via [naam 6] het telefoonnummer van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] te krijgen. [verdachte] vraagt aan [naam 6] of zij, [naam 7] , [naam 8] en [naam 7] ’s moeder [slachtoffer 2] elke dag kunnen bellen, zodat zij haar aangifte intrekt als ze het ‘beu’ is.
Op 23 september 2025 belt [verdachte] naar [naam 3] . [verdachte] vraagt [naam 3] of hij ‘haar’ nog gebeld heeft en of hij gevraagd heeft of ze haar telefoon voor hem op kan nemen.
Op 23 september 2025 belt [verdachte] naar [naam 6] :
[verdachte] :
“Maar jij mag wel [slachtoffer 2] van mij nog een whatsappje van mij sturen van “alsjeblieft..”, oh nee, dan moet je even kijken, waar woonde zij nou? [straatnaam 2] woont ze in [plaatsnaam 2] en dan moet ik een postcode van de week van je hebben. Dan stuur ik gewoon een lief kaartje naar [slachtoffer 2] .”
Op 25 september 2025 belt [verdachte] naar [naam 6] . Ook probeert [verdachte] aan te zetten tot overtreden contactverbod.
Op 30 september 2025 belt [verdachte] naar [naam 6] . [verdachte] verzoekt [naam 6] ook om een telefoon te regelen zodat hij met [slachtoffer 1] kan spreken.
Op 7 oktober 2025 belt [verdachte] naar [naam 6] .
[verdachte] :
“Dus als je, als je alsjeblieft naar [slachtoffer 2] een kaartje wilt sturen, eh.. Berichtje wilt sturen dat hete een fijne vrouw is hè, en dat de vader..”
[verdachte] :
“En dat d’r vader heel veel van haar houdt.”
[verdachte] :
“Ja, en anders moet je [naam 8] , en anders moet je [naam 8] maar even bellen, anders moet [naam 7] maar even langsrijden. Moet je vragen ja, bij mijn dochter.”
Op 9 oktober 2025 belt [verdachte] naar [naam 6] .
[verdachte] :
“Ik kwam vanmorgen op cel en lag d’r vanmorgen een brief dat de brieven, de enveloppen die ik gestuurd heb, in mijn kluis liggen. Maar nou had ik jou een kaartje gestuurd, een briefje, gewoon een brief gestuurd van “zou je [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] willen Whatsappen dat ik van d’r hou”. Meer niet hè, alleen dat ik van ze hou hè. Dat ik ze niet vergeet. Gewoon een appie. Wat ik op dat kaartje.. Heel klein. Kijken of ze dat kunnen lezen. Ben benieuwd of die aankomt.”
[naam 6] :
“Ik heb nog niks gezien.”
[verdachte] :
“Ik heb gisteren die brief gestuurd. Ben benieuwd of die aankomt. Je zegt duurt twee dagen en ik had heel klein “zou je [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] willen appen dat ik van ze houd”, meer niet.”
4.
Verklaring van de verdachte [15]
Het klopt dat ik in de periode van 25 augustus 2025 tot en met 9 oktober 2025, ook vanuit de penitentiaire inrichting, contact met [slachtoffer 1] en [slachtoffer 3] heb gezocht door hen berichten te sturen en te bellen. Ook klopt het dat ik in de periode 31 juli 2025 tot en met 9 oktober 2025 contact met [slachtoffer 2] heb gezocht door haar op één dag meerdere berichten te sturen en te bellen. Ik heb de gedragsaanwijzing genegeerd omdat ik dacht dat het allemaal zo’n vaart niet zou lopen.
Ik heb berichten aan [slachtoffer 1] gestuurd met de tekst “
Je gaat er”, “
je kruit je zin niet op myn feestje komen en neem maar 1 man mee voordat ik ga zeg maar wie” en “
vergeet niet wat die man op de camping gedaan heeft, gaat er maar van uit dat dat gebeurt als jy trug komt van vakantie”. Op dat moment waren die teksten bedoeld om te dreigen.
Ik heb vanuit de P.I. twee keer naar [slachtoffer 1] gebeld. Ik heb ook [slachtoffer 3] gebeld. In de P.I. heb ik ook via anderen geprobeerd om indirect contact met [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] te leggen.
Feit 4
1.
Proces-verbaal van de politie, verklaring aangeefster [16]
Ik ben [slachtoffer 2] . Op 31 juli 2025 is het stalken van mijn vader richting mij begonnen. Hij belde mij met zijn eigen telefoonnummer. Hij heeft mij de afgelopen weken met ten minste 3 telefoonnummers lastig gevallen. Hij belde mij elke dag en soms meerdere keren op een dag. Aan het begin nam ik nog op maar later nam de frequentie ook toe nam ik niet meer op. Afgelopen zaterdag heb ik hem geblokkeerd en heeft hij mijn vriend meteen gebeld en hem geïntimideerd. Kort daarop zag mijn vriend dat mijn vader met de bus langs onze woning reed. Mijn vader stuurde toen ook naar vriend dat hij weleens met 1-0 achter kon staan. Soms belde hij mij wel 5 keer op een dag. En hij stuurt mij ook heel veel whatsapp berichten. Ik zal die berichten aan u ter beschikking stellen.
2.
Verklaring van de verdachte [17]
Het klopt dat ik in de periode 31 juli 2025 tot en met 9 oktober 2025 contact met [slachtoffer 2] heb gezocht door haar berichten te sturen en te bellen. Ik belde of appte dan wel meerdere keren op een dag.
Ik ben een keer door de straat van [slachtoffer 2] gereden. U houdt mij voor dat het dossier screenshots bevat waarop te zien is dat ik langs rijd. Dat zou kunnen, het zou hooguit drie keer zijn geweest. Ik heb niet aangebeld, ik ben er doorheen gereden.
U houdt mij voor dat uit opgenomen gesprekken blijkt dat ik anderen opdracht heb gegeven om door haar straat te rijde of te appen, dat ik rouwkaarten ga sturen en dat eieren moesten worden gegooid, Ik was boos. Ik denk dat ik een beetje kwaad was.
10.202795.25
2.3.2.
Verweer feit 2 (vernieling autoband)
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit en voert aan dat de verdachte ontkent dat hij de band van de aangeefster lek heeft gestoken. De telefonische verklaring van de [getuige] is niet toereikend. Subsidiair heeft de verdediging aangevoerd dat auto niet aan de aangeefster toebehoort omdat het een leaseauto is.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank is van oordeel dat het feit wettig en overtuigend bewezen kan worden. De aangeefster verklaart dat zij haar auto op 1 juli 2025 om 11.00 uur met een lekke band heeft aangetroffen en dat de medewerker van de ANWB haar om 12.30 uur heeft medegedeeld dat de band met een scherp voorwerp lek is gestoken. De [getuige] verklaart dat de verdachte rond 11.30 uur bij hem op het werk kwam en hem toen al mededeelde dat hij de band van de aangeefster lek had gestoken. Deze getuige verklaart dat hij voor dat gesprek nog niets over een lekke band had vernomen. De rechtbank acht gezien deze uitlating van de verdachte de kans dat een ander dan de verdachte dit feit zou hebben begaan uitgesloten en acht bewezen dat de verdachte dit feit heeft begaan.
De rechtbank volgt de verdediging niet in het subsidiaire standpunt dat niet aan de ‘toebehorenseis’ is voldaan omdat de auto een leaseauto betreft en feitelijk geen eigendom van de aangeefster is. De civielrechtelijke figuur ‘eigendom’ valt niet samen met de bredere betekenis die in het strafrecht wordt aan het bestanddeel ‘toebehoren’ wordt gegeven. Andere gevallen van zeggenschap over een object kunnen in het strafrecht immers ook ‘toebehoren’ opleveren. [18]
2.3.3.
Verweer feit 3 (bedreiging)
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit en voert aan dat de verdachte geen (voorwaardelijk) opzet op de bedreiging heeft gehad. De verdachte was boos over de ontstane situatie. In die context moeten de uitlatingen worden beoordeeld.
Oordeel van de rechtbank
Voor een bewezenverklaring moet de verdachte opzet hebben gehad op het daadwerkelijk op de hoogte raken van de bedreiging door de bedreigde en op het ontstaan van de vrees bij de bedreigde dat de bedreiging ten uitvoer wordt gelegd.
De uitlatingen van de verdachte zijn, gelet op de aard daarvan, op zichzelf genomen zonder meer als bedreigend aan te merken. De bedreigingen zijn gedaan in een periode waarin de verdachte duidelijk heeft gemaakt dat hij de beëindiging van de relatie door de aangeefster niet kon accepteren. [getuige] heeft verklaard dat de verdachte bij de bedreigingen heeft gezegd dat hij de aangeefster iets wilde aandoen omdat zij de relatie heeft beëindigd.
Door de uitlatingen tegenover [getuige] te doen, de schoonzoon van de aangeefster, heeft de verdachte minst genomen willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaard dat de aangeefster van de bedreigingen op de hoogte zou raken en zich daardoor bedreigd zou voelen, zodat tenminste sprake is van voorwaardelijk opzet.
2.3.4.
Verweer feit 5 (voorhanden hebben van het gasdrukpistool)
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit en voert aan dat de verdachte geen controle over het wapen heeft gehad. Weliswaar lag het wapen in een ruimte waar de verdachte toegang tot had, maar ook zijn zoon of anderen hebben het wapen daar neergelegd kunnen hebben.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank is van oordeel dat de verdachte heeft geweten van de aanwezigheid van het wapen. Het wapen is immers gevonden onder de bar in de loods bij de woning van de verdachte, de loods waarin de verdachte zijn werkplaats heeft en waar hij dus (vrijwel) dagelijks aanwezig was. Het wapen lag daar niet verborgen.
De verklaring van de verdachte dat hij niet wist dat het wapen in zijn loods lag en dat het wapen door iemand anders zou zijn neergelegd, acht de rechtbank eens temeer ongeloofwaardig, nu in de loods, de slaapkamer en in de boot van de verdachte ook nog veel andere wapens van de verdachte zijn gevonden, waaronder een verboden stroomstootwapen. Als rechthebbende op die loods en die bar heeft de verdachte ook kunnen bepalen wat zich in die loods bevond, waarmee hij dus ook de beschikkingsmacht over dat vuurwapen heeft gehad.
10.231330.25
2.3.5.
Verweer feit 1 en 4 (belaging)
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit en voert daartoe aan dat de verdachte niet het oogmerk heeft gehad om de aangeefster en [slachtoffer 2] te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden of vrees aan te jagen. Hij heeft weliswaar berichten naar de aangeefster gestuurd maar dat was alleen om met haar in gesprek te komen, om zijn affectie tegenover de aangeefster kenbaar te maken en zijn teleurstelling over het einde van het huwelijk te uiten. Ten aanzien van [slachtoffer 2] voert de verdediging aan dat hij [slachtoffer 2] ook heeft gebeld om zaken te bespreken. [slachtoffer 2] heeft ten slotte niet laten blijken dat de verdachte diende te stoppen met het sturen van die berichten.
Oordeel van de rechtbank
De verdachte heeft bekend dat hij de aangeefster en [slachtoffer 3] in de periode van 24 augustus 2025 tot en met 9 oktober 2025 heeft gebeld en berichten heeft gestuurd en dat enkele berichten aan de aangeefster ook naar eigen inzicht dreigend waren. Ook heeft de verdachte bekend dat hij [slachtoffer 2] in de periode van 31 juli 2025 tot en met 9 oktober 2025 heeft gebeld en haar berichten heeft gestuurd. De verdachte heeft verder verklaard dat hij bewust de gedragsaanwijzing heeft genegeerd en dat hij ook vanuit de P.I. contact met de aangeefster en [slachtoffer 3] heeft opgenomen. Ten aanzien van [slachtoffer 2] heeft de verdachte nog verklaard dat hij ook meerdere keren door haar straat is gegaan.
De vraag is vervolgens of de verdachte het oogmerk heeft gehad om de aangeefster en [slachtoffer 2] te belagen. De volgende feiten en omstandigheden zijn voor de beoordeling daarvan van belang.
Op 28 juni 2025 heeft de aangeefster de relatie met de verdachte beëindigd. Aan de verdachte is daarna een huisverbod opgelegd, dat tevens een contactverbod met de aangeefster en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] inhield. Dit tijdelijke huisverbod is verlengd en vervolgens beëindigd omdat aansluitend een gedragsaanwijzing aan de verdachte is opgelegd, die eveneens een contactverbod voor de aangeefster inhield. Later is een gedragsaanwijzing opgelegd met een contactverbod voor [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] .
De verdachte is voor de tenlastegelegde periode al tweemaal aangehouden omdat hij het tijdelijk huisverbod met contactverbod had overtreden. Hij wist dus zonder enige twijfel dat hij geen contact met de aangeefster, [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] mocht opnemen. Gedurende een periode van meerdere maanden is de verdachte desondanks op zeer frequente basis en op verschillende manieren contact blijven zoeken met de aangeefster, [slachtoffer 3] en [slachtoffer 2] .
Van de gedragsaanwijzingen heeft de verdachte zich niets aangetrokken.
Zelfs vanuit de P.I. heeft de verdachte geprobeerd om, onder meer via anderen, contact met de aangeefster, [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] te krijgen en heeft hij geprobeerd om boodschappen aan hen door te geven. Uit de teliotaps blijkt dat de verdachte verschillende kaarten en brieven aan de aangeefster heeft gestuurd of heeft geprobeerd te sturen. Ook blijkt uit de teliotaps dat de verdachte wist dat de aangeefster het nummer had geblokkeerd waarmee de verdachte haar probeerde te bellen. De verdachte heeft verder aan anderen verzocht om zowel met de aangeefster als met [slachtoffer 2] contact op te nemen om hun aangiften in te trekken. Ten aanzien van [slachtoffer 2] heeft de verdachte meermaals aan anderen instructies gegeven om door de straat van [slachtoffer 2] te rijden of een voorwerp tegen/door haar ruit te gooien.
Dit is onmiskenbaar bedoeld om iemand vrees aan te jagen. Datzelfde geldt voor de berichten die de verdachte aan aangeefster stuurde. Gelet op de inhoud daarvan kan het niet anders dan dat verdachte ook de bedoeling had om aangeefster daarmee vrees aan te jagen.
Dit stelselmatig handelen van de verdachte op deze indringende wijze, terwijl hem duidelijk was dat de aangeefster en [slachtoffer 2] geen contact met hem wilden én de verdachte ook geen contact direct of indirect met hen mocht hebben, brengt mee dat bij de verdachte ook sprake is van het voor belaging vereiste oogmerk. Dat [slachtoffer 2] volgens de verdachte niet ondubbelzinnig zou hebben aangegeven dat zij op enig moment geen contact meer wilde, maakt dit oordeel niet anders. Een dergelijk voorafgaande mededeling is voor een bewezenverklaring niet vereist. [19] Op basis van de feiten en omstandigheden was het voor de verdachte voltrekt helder dat [slachtoffer 2] geen contact met hem wilde.
De rechtbank acht de tenlastegelegde feiten daarom wettig en overtuigend bewezen.
2.3.6.
Verweer feit 3 (bedreiging)
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit en voert aan dat de verdachte geen opzet op de bedreiging heeft gehad. De verstuurde berichten kunnen enkel kwalificeren als wartaal.
Oordeel van de rechtbank
De verdachte heeft op de zitting verklaard dat hij de berichten met de tenlastegelegde teksten heeft gestuurd met de bedoeling om te dreigen. De rechtbank acht ook anderszins dat de gestuurde teksten vanwege de betekenis en strekking van de woorden in combinatie met de context waarbinnen de berichten zijn gestuurd, niet anders kunnen worden opgevat dan bedreigend.
De rechtbank acht de tenlastegelegde bedreiging daarom wettig en overtuigend bewezen.
2.3.7.
Volledige bewezenverklaring
Bewezen is dat de verdachte
10.202795.25
1
als degene aan wie door of namens de burgemeester met toepassing van de Wet tijdelijk huisverbod een huisverbod was gegeven, derhalve als uithuisgeplaatste, op 30 juni 2025 te Ridderkerk in strijd met dat huisverbod de in dit verbod genoemde woning, gelegen aan de [straatnaam 1] , zich in nabijheid van die woning heeft opgehouden en contact heeft opgenomen met één of meer van de in dat huisverbod genoemde personen;
2
op 1 juli 2025 te Ridderkerk, opzettelijk en wederrechtelijk een autoband, die geheel aan een ander, te weten aan [slachtoffer 1] , toebehoorde heeft vernield;
3
op 1 juli 2025 in Nederland, [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk die [slachtoffer 1] , (middels tussenkomst van [naam 1] ) dreigend de woorden toegevoegd:
- " Ik ga een Marokkaan inhuren om [slachtoffer 1] te vermoorden." en
- " Ik heb een pistool in de loods begraven, ik ga dit pistool opgraven om iedereen mee dood te schieten." en
- " Ik heb genoeg contant geld om een Marokkaantje in te huren om over haar heen
te rijden.";
4
op 2 juli 2025 te Ridderkerk een wapen van categorie II, onder 5 van de Wet wapens en munitie, te weten stroomstootwapen, zijnde een voorwerp waarmee door een elektrische stroomstoot personen weerloos konden worden gemaakt of pijn kon worden toegebracht voorhanden heeft gehad;
5
op 2 juli 2025 te Ridderkerk, een wapen van categorie I, onder 7° van de Wet wapens en munitie, te weten een door de Minister van Justitie en Veiligheid aangewezen voorwerp dat een ernstige bedreiging van personen kon vormen en/of dat zodanig op een wapen geleek dat deze voor bedreiging of afdreiging geschikt was, namelijk een gasdrukpistool gelijkend op een handvuurwapen, voorhanden heeft gehad;
10.205638.25
als degene aan wie door of namens de burgemeester met toepassing van de Wet tijdelijk huisverbod een huisverbod was gegeven, derhalve als uithuisgeplaatste, op 6 juli 2025 te Ridderkerk in strijd met dat huisverbod de in dit verbod genoemde woning, gelegen aan de [adres] , zich in nabijheid van die woning heeft opgehouden en contact heeft opgenomen met één of meer van de in dat huisverbod genoemde personen;
10.231330.25
1
in de periode van 25 augustus 2025 tot en met 9 oktober 2025 te Ridderkerk en Rotterdam, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer 1] ,
door:
- dreigende en intimiderende (sms) berichten naar die [slachtoffer 1] te sturen en
- veelvuldig te bellen naar die [slachtoffer 1] en
- berichten naar de kinderen van hem, verdachte en die [slachtoffer 1] te sturen en
- te bellen naar de kinderen van hem, verdachte en die [slachtoffer 1] en
- contact te blijven zoeken met die [slachtoffer 1] vanuit de penitentiaire inrichting en
- door zijn sociale omgeving in te zetten om die [slachtoffer 1] en hun kinderen in de gaten te houden,
met het oogmerk die [slachtoffer 1] , te dwingen iets te doen, te dulden en vrees aan te jagen;
2
in de periode van 25 augustus 2025 tot en met 9 oktober 2025 te Ridderkerk, althans in Nederland, opzettelijk heeft gehandeld in strijd met een gedragsaanwijzing gegeven krachtens artikel 509hh, eerste lid, onderdeel b van het Wetboek van strafvordering, te weten de gedragsaanwijzing d.d. 29 juli 2025, gegeven door de officier van justitie te arrondissement Rotterdam, inhoudende een contactverbod met [slachtoffer 1] , door:
- dreigende en intimiderende (sms) berichten naar die [slachtoffer 1] te sturen en
- veelvuldig te bellen naar die [slachtoffer 1] en
- contact te blijven zoeken met die [slachtoffer 1] vanuit de penitentiaire inrichting en
- door zijn sociale omgeving in te zetten om die [slachtoffer 1] en hun kinderen in de gaten te houden;
3
in de periode van 25 augustus 2025 tot en met 2 september 2025 te Ridderkerk, althans in Nederland, [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [slachtoffer 1] dreigend de woorden toe te voegen: "je gaat er" en “je kruit je zin niet op myn feestje komen en neem maar 1 man mee voordat ik ga zeg maar wie” en “vergeet niet wat die man op de camping gedaan heeft, gaat er maar van uit dat dat gebeurt als jy trug komt van vakantie”;
4
in de periode van 31 juli 2025 tot en met 9 oktober 2025 te Ridderkerk en Rotterdam, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer 2] , door:
- veelvuldig te bellen naar die [slachtoffer 2] en
- ( sms) berichten te versturen naar die [slachtoffer 2] en
- langs de woning van die [slachtoffer 2] te rijden en
- contact te blijven zoeken met die [slachtoffer 2] vanuit de penitentiaire inrichting, en
- door zijn sociale omgeving in te zetten om die [slachtoffer 1] in de gaten te houden,
met het oogmerk die [slachtoffer 2] , te dwingen iets te doen, te dulden en vrees aan te
jagen.

3.Kwalificatie en strafbaarheid

3.1.
Kwalificatie
De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:
10.202795.25
1.
als uithuisgeplaatste handelen in strijd met een met toepassing van artikel 2, eerste lid, van de Wet tijdelijk huisverbod, gegeven huisverbod;
2.
opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort vernielen;

3.bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of zware mishandeling;

4.
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II;

5.handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

10.205638.25
als uithuisgeplaatste handelen in strijd met een met toepassing van artikel 2, eerste lid, van de Wet tijdelijk huisverbod, gegeven huisverbod.
10.231330.25

1.belaging;

2.
opzettelijk handelen in strijd met een gedragsaanwijzing, gegeven krachtens artikel 509hh van het Wetboek van Strafvordering;

3.bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of zware mishandeling;

4.belaging.

3.2.
Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte
De feiten en de verdachte zijn strafbaar.

4.Straf en maatregel

4.1.
Eis van de officier van justitie
De verdachte moet voor de feiten worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 250 dagen met aftrek van voorarrest, waarvan 100 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaar en bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering, met elektronische monitoring indien daarvoor een positief advies volgt. Voorts moet een locatie- en contactverbod in de vorm van een 38v Sr-maatregel worden opgelegd gedurende een periode van vijf jaar met dadelijke uitvoerbaarheid.
4.2.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft verzocht rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en met de rapportages van de gedragsdeskundige. Ten aanzien van de straf heeft de verdediging verzocht te volstaan met een gevangenisstraf ter hoogte van het voorlopige hechtenis.
4.3.
Oordeel van de rechtbank
4.3.1.
Ernst en omstandigheden van de feiten
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan belaging en bedreiging van zijn ex-partner, belaging van zijn dochter, het meermaals overtreden van een tijdelijk huisverbod, het naast zich neerleggen van een gedragsaanwijzing, vernieling en het voorhanden hebben van twee verboden wapens.
Alle feiten hebben plaatsgevonden na de beëindiging van de relatie door de aangeefster en hielden daarmee ook verband.
De verdachte heeft op allerlei indringende manieren geprobeerd om met de aangeefster, [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] in contact te komen en te blijven, terwijl zij dat niet wilden en de verdachte dat ook niet mocht. Daarbij heeft de verdachte richting de aangeefster ook dreigende taal geuit, waarbij hij zelfs de partner van [slachtoffer 2] heeft betrokken, die zich er juist buiten wilde houden. Van verboden en gedragsaanwijzingen heeft de verdachte zich niks aangetrokken. Zelfs nadat de verdachte opnieuw in voorlopige hechtenis werd genomen heeft hij zijn pogingen om met de aangeefster, [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] contact te zoeken vanuit de P.I. voortgezet. Daarbij heeft de verdachte niet geschuwd om anderen in te schakelen om dit contact te zoeken, boodschappen door te geven en zelfs opdrachten te geven om [slachtoffer 2] te intimideren. Hij heeft daarnaast geprobeerd om de aangiften tegen hem in te laten trekken De verdachte heeft zelfs rouwkaarten aangeschaft om die vanuit de P.I. te versturen. De P.I. heeft een rouwkaart gericht aan de vrouw van zijn zwager onderschept waarop wordt gezinspeeld op filmpjes die de verdachte van de aangeefster in zijn bezit heeft en die de verdachte bij wijze van chantagemiddel in de afwikkeling van de echtscheiding wil betrekken.
De verdachte heeft door zijn handelen stelselmatig inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van de aangeefster en [slachtoffer 2] . Het handelen van de verdachte heeft grote impact op hen gehad. Dat blijkt ook uit de slachtofferverklaring van de aangeefster. De verdachte heeft bij zijn handelen geen enkel oog gehad of willen hebben voor de aangeefster, [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] en heeft zich door niets en niemand in zijn handelen laten tegenhouden.
Bij de behandeling op de zitting heeft de verdachte er vrijwel geen blijk van gegeven dat hij inziet en beseft wat zijn handelen voor gevolgen heeft gehad voor de aangeefster en voor [slachtoffer 2] . Hij heeft weliswaar aangegeven spijt te hebben en heeft verklaard dat hij dingen anders had moeten doen. Maar als hem wordt gevraagd waar hij dan precies spijt van heeft en wat hij anders had moeten doen, dan kan verdachte daar geen antwoord op geven.
4.3.2.
Persoon en persoonlijke omstandigheden
Strafblad
Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 11 november 2025 blijkt dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor bedreiging met zwaar lichamelijk letsel, maar dat is een veroordeling van langer geleden dan vijf jaar. Het strafblad van de verdachte leidt dus niet tot het opleggen van een hogere straf.
Rapport van deskundigen en de reclassering
In het rapport van psycholoog [naam 9] van 18 november 2025 staat het volgende.
De verdachte lijdt aan psychische stoornissen in de vorm van ADHD, dyslexie en een geagiteerde depressieve stoornis, bij een cluster B persoonlijkheidsstructuur. Deze stoornissen waren ook aanwezig ten tijde van de aan hem tenlastegelegde feiten. Diagnosen van stoornissen in het gebruik van alcohol en/of stimulerende middelen kunnen ook niet worden gesteld, noch uitgesloten. Desondanks is het niet onwaarschijnlijk dat middelengebruik de depressieve stemmingsstoornis van onderzochte heeft uitgelokt en/of versterkt.
De tenlastegelegde feiten van belaging, bedreiging en handelen in strijd met een gedragsaanwijzing kunnen bij een bewezenverklaring worden beschouwd als deels voortgekomen uit beperkingen veroorzaakt door ADHD en cluster B persoonlijkheidsstructuur, met name impulsiviteit, prikkelbaarheid, een egocentrische en krenkbare beleving en affectieve en gedragsmatige instabiliteit, versterkt door een geagiteerde depressieve stemmingsdaling. De tenlastegelegde feiten kunnen tevens worden beschouwd als inadequate, uit de beperkingen voortkomende, pogingen om verlating te voorkomen. Geadviseerd wordt daarom hem de ten laste gelegde feiten bij bewezenverklaring in een verminderde mate toe te rekenen.
Het risico op recidive wordt ingeschat als matig verhoogd tot hoog. Om het recidiverisico te beperken adviseert de psychiater een ambulante psychiatrische en psychologische behandeling van de stemmingsstoornis en mogelijk problematisch middelengebruik door een forensische polikliniek of forensisch FACT, onder toezicht van de reclassering in het kader van bijzondere voorwaarden bij een voorwaardelijk strafdeel.
In het rapport van de reclassering van 12 december 2025 staat het volgende.
De verdachte presenteert zichzelf als slachtoffer. Hij geeft aan dat hij depressief is geraakt na het overlijden van zijn ouders en dat er daarnaast al langere tijd sprake was van relatieproblemen. Over zijn gevoelens en zijn relatieproblemen is hij echter niet duidelijk. De verdachte komt erg zelfbepalend over, waardoor de vraag wordt gesteld in hoeverre een toezicht en ambulante behandeling haalbaar is.
Het risico op recidive, onmiddellijk huiselijk geweld en op lange termijn wordt ingeschat als hoog. Het risico van extreem ernstig c.q. dodelijk geweld wordt ingeschat op matig. Ten slotte wordt het risico op onttrekking aan voorwaarden ingeschat als hoog.
De reclassering adviseert een (deels) voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden, namelijk: meldplicht bij de reclassering, ambulante behandeling, contactverbod met zijn ex-partner en meewerken aan middelencontrole.
Conclusie van de rechtbank
De conclusie van de psychiater dat de verdachte lijdt aan psychische stoornissen in de vorm van ADHD, dyslexie en een geagiteerde depressieve stoornis, bij een cluster B persoonlijkheidsstructuur neemt de rechtbank over. De rechtbank volgt ook de conclusie van de psychiater dat de feiten de verdachte door zijn stoornissen in verminderde mate moeten worden toegerekend.
4.3.3.
Oplegging straf en maatregel
Straf
Gelet op de ernst van de strafbare feiten is het opleggen van een gevangenisstraf noodzakelijk. Het opleggen van een andere soort straf is niet passend. Bij het bepalen van de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Hierbij is ook rekening gehouden met de LOVS oriëntatiepunten.
De rechtbank houdt er ook rekening mee dat de feiten aan de verdachte slechts in verminderde mate kunnen worden toegerekend.
Alles afwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 250 dagen passend, met aftrek van de tijd die de verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.
Van deze gevangenisstraf worden 100 dagen voorwaardelijk opgelegd met een proeftijd van 3 jaren. De voorwaardelijke straf heeft als doel te voorkomen dat de verdachte in de toekomst opnieuw een strafbaar feit pleegt.
De rechtbank verbindt aan de voorwaardelijke straf de bijzondere voorwaarden die de reclassering heeft geadviseerd. De bijzondere voorwaarden zijn noodzakelijk om de kans op herhaling van het plegen van nieuwe strafbare feiten te verkleinen.
De bijzondere voorwaarden zijn: meldplicht bij de reclassering, ambulante behandeling, contactverbod met zijn ex-partner, met [slachtoffer 2] en haar partner [naam 1] , een locatieverbod voor de wijken Noord en Walburg in Zwijndrecht, voor heel Hendrik Ido Ambacht en voor de Rijksstraatweg en de Calandstraat in Dordrecht, en meewerken aan middelencontrole.
De rechtbank ziet geen aanleiding om, zoals door de officier van justitie is verzocht, elektronische monitoring op te leggen, zodra er een positief advies ligt. De politie kan toezien op de naleving van het contact- en locatieverbod, ook zonder elektronische monitoring.
Gelet op het psychiatrisch rapport en het reclasseringsrapport moet er ernstig rekening mee worden gehouden dat de verdachte opnieuw een misdrijf zal plegen dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. Daarom is het belangrijk dat de bijzondere voorwaarden meteen gelden, ook als de verdachte in hoger beroep gaat. De rechtbank verklaart de bijzondere voorwaarden om die reden dadelijk uitvoerbaar.
Vrijheidsbeperkende maatregel (38v Wetboek van Strafrecht)
Om strafbare feiten te voorkomen, wordt een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd voor de duur van 5 jaren. Deze maatregel houdt in:
  • een locatieverbod voor de wijken Noord en Walburg in Zwijndrecht, voor Hendrik Ido Ambacht en de Rijksstraatweg en de Calandstraat te Dordrecht;
  • een contactverbod met [slachtoffer 1] , haar partner, [naam 1] en [slachtoffer 2] ;
Voor iedere keer dat de verdachte niet aan de maatregel voldoet, kan vervangende hechtenis worden toegepast op basis van de volgende staffel: bij de eerste overtreding één week, bij de tweede overtreding twee weken, bij de derde overtreding drie weken, enzovoort. De totale duur van de vervangende hechtenis bedraagt bij elkaar maximaal zes maanden. De hechtenis heft de verplichtingen op grond van de maatregel niet op.
De rechtbank verklaart de maatregel dadelijk uitvoerbaar, omdat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte opnieuw een strafbaar feit pleegt en zich belastend zal gedragen tegenover de aangeefster en [slachtoffer 2] . Dit betekent dat de maatregel ook geldt als de verdachte in hoger beroep gaat.

5.Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straf en maatregelen zijn gebaseerd op de artikelen 14a, 14b, 14c, 38v, 57, 184a, 285, 285b en 350 van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 2 en 11 van de Wet tijdelijk huisverbod en de artikelen van 13, 26, 54 en 55 van de Wet wapens en munitie.

6.Beslissingen

De rechtbank:
Bewezenverklaring
verklaart bewezen dat de verdachte de feiten, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;
Kwalificatie en strafbaarheid
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 2 vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
Straf en maatregelen
Gevangenisstraf
veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstraf van 250 dagen;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
Voorwaardelijk strafdeel
bepaalt dat
100 dagen van deze gevangenisstrafniet ten uitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 3 jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte één van de onderstaande voorwaarden niet naleeft;
stelt als algemene voorwaarde dat:
- de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt;
stelt als bijzondere voorwaarden dat:
de verdachte meldt zich op binnen 5 werkdagen na het ingaan van de proeftijd bij reclassering Leger des Heils op het adres Triathlonstraat 3, 3078 HX te Rotterdam. De verdachte blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt.
de verdachte laat zich behandelen inzake huiselijk geweld, middelengebruik en zijn psychische problematiek (ADHD en persoonlijkheid) door een passende instelling voor ambulante forensische GGZ, te bepalen door de reclassering. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorgverlener dat nodig vindt.
De verdachte heeft of zoekt op geen enkele wijze - direct of indirect - contact met het slachtoffer [slachtoffer 1] , geboren [geboortedatum 2] -1973, [slachtoffer 2] , geboren [geboortedatum 3] -2002 en haar partner [naam 1] , geboren [geboortedatum 4] -2001, zolang het Openbaar Ministerie dit verbod nodig vindt. De politie ziet toe op de naleving van dit verbod.
De verdachte bevindt zich niet in de wijken Noord en Walburg in Zwijndrecht, in Hendrik Ido Ambacht en in de straten Rijksstraatweg en de Calandstraat in Dordrecht. De politie ziet toe op de naleving van dit verbod.
De verdachte werkt mee aan controle van het gebruik van speed en alcohol om het middelengebruik te beheersen. De reclassering kan urineonderzoek en ademonderzoek (blaastest) gebruiken voor de controle. De reclassering bepaalt hoe vaak de verdachte wordt gecontroleerd.
geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden. Hierbij gelden als voorwaarden dat de verdachte:
  • meewerkt aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een geldig identiteitsbewijs ter inzage aanbiedt om de identiteit vast te stellen;
  • meewerkt aan reclasseringstoezicht, waaronder het meewerken aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;
beveelt dat de bijzondere voorwaarden en het aan genoemde reclasseringsinstelling
opgedragen toezicht dadelijk uitvoerbaar zijn;
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van de dag waarop de totale duur van de inverzekeringstelling en voorlopige hechtenis gelijk is aan die van het onvoorwaardelijk deel van de opgelegde gevangenisstraf;
Vrijheidsbeperkende maatregel (art. 38v Sr)
legt de verdachte voor op de
maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid voor de duur van 5 jaar, inhoudende dat de verdachte:
1a. zich niet bevindt in de wijken Noord en Walburg in Zwijndrecht, in Hendrik Ido Ambacht en op de Rijksstraatweg en de Calandstraat te Dordrecht ;
1b. zich te onthouden van direct of indirect contact met [slachtoffer 1] , geboren op
[geboortedatum 2] 1973, [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum 3] 2002 en [naam 1] , geboren
[geboortedatum 4] -2001.
bepaalt als uitzondering dat indirect contact uitsluitend mag plaatsvinden tussen de advocaten van de verdachte en [slachtoffer 1] voor zover noodzakelijk in het kader van de afwikkeling van de echtscheiding of het ouderschapsplan/de omgangsregeling met betrekking tot [slachtoffer 3] .
bepaalt dat voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan vervangende hechtenis wordt toegepast op basis van de volgende staffel: bij de eerste overtreding één week, bij de tweede overtreding twee weken, bij de derde overtreding drie weken, enzovoort. De totale duur van de vervangende hechtenis bedraagt bij elkaar maximaal zes maanden.
beveelt dat de maatregel dadelijk uitvoerbaar is.

7.Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:
mr. N.R. Rietveld, voorzitter,
en mrs. C.G. van de Grampel en N. van Esch, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. L. Hessing, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 30 december 2025.
Mr. Van Esch is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.

Voetnoten

1.Verklaard tijdens de zitting van 17 december 2025.
2.Beschikking van de burgermeester d.d. 29 juni 2025
3.Proces-verbaal met nummer [proces-verbaalnummer 1]
4.Proces-verbaal met nummer [proces-verbaalnummer 2] .
5.Proces-verbaal met nummer [proces-verbaalnummer 3] .
6.Verklaard tijdens de zitting van 17 december 2025.
7.Verklaard tijdens de zitting van 17 december 2025.
8.Proces-verbaal met nummer [proces-verbaalnummer 4] .
9.Proces-verbaal met nummer [proces-verbaalnummer 5] .
10.Verklaard tijdens de zitting van 17 december 2025.
11.Beschikking van de burgermeester d.d. 29 juni 2025.
12.Proces-verbaal met nummer [proces-verbaalnummer 6] .
13.Gedragsaanwijzing d.d. 31 juli 2025
14.Proces-verbaal van bevindingen met documentcode [nummer]
15.Verklaard tijdens de zitting van 17 december 2025.
16.Proces-verbaal met nummer [proces-verbaalnummer 7] .
17.Verklaard tijdens de zitting van 17 december 2025.