2.3.1.Bewezenverklaring en bewijsmiddelen
Bewezen is dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan belaging, bedreiging, vernieling, overtreding van een huisverbod, overtreding van een gedragsaanwijzing en het voorhanden hebben van wapens. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.7.
1.
Verklaring van de verdachte
Op 30 juni 2025 ben ik langs de woning aan de [adres] gereden. Ik heb die dag ook app-contact met [slachtoffer 3] en [slachtoffer 1] gezocht.
2.
Schriftelijk stuk, beschikking van de burgemeester
De burgemeester van de gemeente
Ridderkerk, gelast,
[verdachte], geboren
[geboortedatum 1] /1972te
[geboorteplaats]de woning gelegen aan:
[adres]
[postcode] [plaatsnaam 1]
onmiddellijk te verlaten en deze woning vanaf heden
29/06/2025 16:45 voor een periode van tien dagen, derhalve tot
09/07/2025 16:45
niet te betreden, noch daarin aanwezig te zijn of zich daarbij op te houden. Gedurende deze periode mag voornoemde persoon geen contact opnemen met de hierna genoemde personen die met deze persoon in dezelfde woning wonen of daarin anders dan incidenteel verblijven.
Namen van degene(n) waarop het contactverbod van toepassing is:
[slachtoffer 1]
[slachtoffer 2]
[slachtoffer 3]
3.
Proces-verbaal van de politieOp maandag 30 juni 2025 werd ik, [verbalisant 1] , aangesproken door [naam 2] . Ik hoorde dat hij zei dat hij vanmiddag had gezien dat [verdachte] zijn motor naast zijn woning parkeerde en dat hij door het weiland, via de achterkant van de woningen, richting zijn eigen woning liep.
1.
Proces-verbaal van de politie, verklaring aangeefster
Ik ben [slachtoffer 1] . Op 30 juni 2025 heb ik mijn auto geparkeerd. Ik heb mijn auto in goede orde achtergelaten. Op 1 juli 2025 zag ik dat de rechtervoorband lek was. Ik zag dat de autoband vernield was.
Ik heb gehoord dat [verdachte] bij [naam 1] is geweest. Ik heb gehoord dat hij al van de vernieling afwist omdat [verdachte] heeft aangegeven dat hij achter de vernieling van de autoband zit.
Ik heb ook gehoord dat [verdachte] mij heeft bedreigd. Ik hoorde dat [verdachte] het volgende tegen [naam 1] heeft gezegd:
“Ik ga een Marokkaan inhuren om [slachtoffer 1] te vermoorden. Ik heb een pistool in de loods begraven, ik ga dit pistool opgraven om iedereen mee dood te schieten.”
2.
Proces-verbaal van de politie, verklaring getuige
Ik ben [naam 1] . Vanmorgen, 1 juli 2025, was ik aan het werk. [verdachte] kwam langs. Ik hoorde dat [verdachte] zei dat hij elke nacht bij het huis langskomt en dat hij de band van [slachtoffer 1] had lek gestoken. Met [slachtoffer 1] bedoel ik de moeder, [slachtoffer 1] . Ik was verbaasd, ik wist toen nog niet dat de band was lek gestoken. Ik dacht dat het grootspraak was en hij haar wilde intimideren op deze manier. Ook hoorde ik hem meerdere malen zeggen dat hij [slachtoffer 1] zelf niks aan zou doen, maar dat hij wel iemand zou inhuren. Ik hoorde hem zeggen dat hij een wapen in de schuur had begraven en dat hij iedereen ging neerschieten. Ik vroeg: “waarom zou je dat doen?”. Toen hoorde ik hem zeggen: “dan moet ze niet bij mij weggaan”.
Ik hoorde hem zeggen: “Ik heb genoeg contact geld om een Marokkaantje in te huren om over haar heen te rijden”.
3. Verklaring van de verdachte
Ik ben op 1 juli 2025 naar mijn schoonzoon [naam 1] gegaan. Ik was heel erg kwaad. Het zou kunnen dat ik tegen hem bedreigingen aan [slachtoffer 1] heb geuit.
1.
Verklaring van de verdachte
Het stroomstootwapen dat op 2 juli 2025 te Ridderkerk bij mij is aangetroffen is van mij. De loods waarin die dag het gasdrukpistool onder de bar is gevonden is van mij en is mijn werkplaats.
2.
Proces-verbaal van de politie, doorzoeking woning
Op 2 juli 2025 te Ridderkerk troffen wij verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] in een ruimte van de loods een airsoft wapen aan onder de bar.
3.
Proces-verbaal van de politie, inbeslagneming stroomstootwapen en gasdrukpistool
Ik, [verbalisant 4] , kreeg het verzoek een proces-verbaal op te maken van aangetroffen wapens bij de loods en de woning van de verdachte [verdachte] . Bij de doorzoekingen op 2 juli 2025 te Ridderkerk werd het volgende aangetroffen:
Stroomstootwapen
Gasdrukpistool.
1.
Verklaring van de verdachte
Op 6 juli 2025 ben ik naar de woning aan de [adres] gegaan. Ik heb een excuusbriefje in de bus gedaan en ik heb [slachtoffer 3] een knuffel gegeven.
2.
Schriftelijk stuk, beschikking van de burgemeester
1.
Proces-verbaal van de politie, verklaring aangeefster
Ik ben [slachtoffer 1] . [verdachte] heeft mij vanaf 25 augustus 2025 meerdere keren op een dag gebeld. Ook heeft hij mij vanaf 25 augustus 2025 sms-berichten gestuurd, meerdere keren op een dag. Van de berichten die hij stuurt krijg ik het gevoel dat hij mij indirect bedreigt. Hij stuurt bijvoorbeeld teksten zoals:
2.
Schriftelijk stuk, gedragsaanwijzing
Overwegende dat
Naam: [achternaam verdachte]
Voornaam: [voornaam verdachte]
Geboren [postcode] -1972
Wonende te: [adres] , [postcode]
[plaatsnaam 1]
verdacht wordt van art 11 lid 1 Wet tijdelijk huisverbod
beveeltde verdachte:
Contactverbod
zich te onthouden van contact met de volgende persoon: [slachtoffer 1] .
Periode
De gedragsaanwijzing gaat in met ingang van de dag van uitreiking, te weten op
31 juli 2025en blijft van kracht voor een periode van
90 dagen, te weten tot en met
28 oktober 2025.
3.
Proces-verbaal van de politie, uitwerking teliotap
Ik, [verbalisant 5] , verklaar het volgende:
Er is een teliotap geplaatst. Uit de tap blijkt dat [verdachte] zijn hele sociale omgeving inzet om [slachtoffer 1] , [slachtoffer 3] en [slachtoffer 2] in de gaten te houden. Zo vraagt hij meerdere personen langs het huis te rijden waar hij samen met [slachtoffer 1] gewoond heeft.
Op 12 september 2025 belt [verdachte] naar [slachtoffer 3] . Vervolgens geeft [verdachte] boodschappen door aan [slachtoffer 3] die hij tegen zijn moeder moet vertellen, onder andere dat [slachtoffer 1] zich gewoon aan de afspraken moet houden en dat ze hem moet bellen.
Op 15 september 2025 belt [verdachte] naar [naam 3] .
[verdachte] :
“Zeg tegen [slachtoffer 2] , tegen [slachtoffer 1] dat ze [slachtoffer 3] mag houden. Dat ze mij van de week moet bellen en zo niet, dat huis mag ze in haar reet douwen, zeg dat maar.”
Op 16 september 2025 belt [verdachte] naar [naam 4] :
[verdachte] :
“Eigenlijk moet je even door mijn dochter de straat heen rijden.”
[verdachte] :
“Pleurt er maar een kei doorheen.”
[verdachte] :
“Eigenlijk moet je even navragen aan [naam 5] ofzo, effe langs fietsen en in één keer wat doorheen gooien.”
[verdachte] :
“Of bij die andere, eh, liefst bij [slachtoffer 2] en anders bij, eh, de Pruimendijk.”
Op 20 september 2025 belt [verdachte] naar [naam 6] .
[verdachte] zegt dat als ze rustig is, dat [naam 6] dan [slachtoffer 1] moet bellen en aan haar moet vragen of zij haar aanklacht wil intrekken. [verdachte] heeft aan diverse mensen gevraagd of zij [slachtoffer 1] willen contacten of zij haar aanklacht in wil trekken. [verdachte] vertelt aan [naam 6] dat hij liefdes- en rouwkaarten besteld heeft en dat hij die elke week naar haar kan versturen.
Later op 20 september 2025 belt [verdachte] naar [naam 6]:
[verdachte] :
“Ik denk dat je beter [slachtoffer 1] kan appen dan [slachtoffer 2] .”
[verdachte] :
“Vraag of [slachtoffer 2] ook de aangifte intrekt.”
[verdachte] : “
Moet je, moet je vragen hè, moet je vragen of [naam 7] zijn moeder ook een berichtje naar haar stuur, dus heel veel berichten in één keer gebombardeerd krijgen, nee heb je, ja kun je krijgen.”
Op 21 september 2025 belt [verdachte] met [naam 6] :
[verdachte] :
“Hey, eh.. Vraag eens aan [naam 7] het nummer van [slachtoffer 1] ? Ik denk dat zij mij geblokkeerd heeft. Hij heb [slachtoffer 1] d’r nummer erin.”
[naam 6] :
“Ik heb het nummer van [slachtoffer 2] ook, die kan ik je ook geven?”
[verdachte] :
“Ja, geef dat eens.. 06..”
[naam 6] :
“Maar waarvoor wil je dat hebben dan?”
[verdachte] :
“Ja, dan ga ik haar omkopen”
Later op 21 september 2025 belt [verdachte] weer met [naam 6] . [verdachte] probeert via [naam 6] het telefoonnummer van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] te krijgen. [verdachte] vraagt aan [naam 6] of zij, [naam 7] , [naam 8] en [naam 7] ’s moeder [slachtoffer 2] elke dag kunnen bellen, zodat zij haar aangifte intrekt als ze het ‘beu’ is.
Op 23 september 2025 belt [verdachte] naar [naam 3] . [verdachte] vraagt [naam 3] of hij ‘haar’ nog gebeld heeft en of hij gevraagd heeft of ze haar telefoon voor hem op kan nemen.
Op 23 september 2025 belt [verdachte] naar [naam 6] :
[verdachte] :
“Maar jij mag wel [slachtoffer 2] van mij nog een whatsappje van mij sturen van “alsjeblieft..”, oh nee, dan moet je even kijken, waar woonde zij nou? [straatnaam 2] woont ze in [plaatsnaam 2] en dan moet ik een postcode van de week van je hebben. Dan stuur ik gewoon een lief kaartje naar [slachtoffer 2] .”
Op 25 september 2025 belt [verdachte] naar [naam 6] . Ook probeert [verdachte] aan te zetten tot overtreden contactverbod.
Op 30 september 2025 belt [verdachte] naar [naam 6] . [verdachte] verzoekt [naam 6] ook om een telefoon te regelen zodat hij met [slachtoffer 1] kan spreken.
Op 7 oktober 2025 belt [verdachte] naar [naam 6] .
[verdachte] :
“Dus als je, als je alsjeblieft naar [slachtoffer 2] een kaartje wilt sturen, eh.. Berichtje wilt sturen dat hete een fijne vrouw is hè, en dat de vader..”
[verdachte] :
“En dat d’r vader heel veel van haar houdt.”
[verdachte] :
“Ja, en anders moet je [naam 8] , en anders moet je [naam 8] maar even bellen, anders moet [naam 7] maar even langsrijden. Moet je vragen ja, bij mijn dochter.”
Op 9 oktober 2025 belt [verdachte] naar [naam 6] .
[verdachte] :
“Ik kwam vanmorgen op cel en lag d’r vanmorgen een brief dat de brieven, de enveloppen die ik gestuurd heb, in mijn kluis liggen. Maar nou had ik jou een kaartje gestuurd, een briefje, gewoon een brief gestuurd van “zou je [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] willen Whatsappen dat ik van d’r hou”. Meer niet hè, alleen dat ik van ze hou hè. Dat ik ze niet vergeet. Gewoon een appie. Wat ik op dat kaartje.. Heel klein. Kijken of ze dat kunnen lezen. Ben benieuwd of die aankomt.”
[naam 6] :
“Ik heb nog niks gezien.”
[verdachte] :
“Ik heb gisteren die brief gestuurd. Ben benieuwd of die aankomt. Je zegt duurt twee dagen en ik had heel klein “zou je [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] willen appen dat ik van ze houd”, meer niet.”
4.
Verklaring van de verdachte
Het klopt dat ik in de periode van 25 augustus 2025 tot en met 9 oktober 2025, ook vanuit de penitentiaire inrichting, contact met [slachtoffer 1] en [slachtoffer 3] heb gezocht door hen berichten te sturen en te bellen. Ook klopt het dat ik in de periode 31 juli 2025 tot en met 9 oktober 2025 contact met [slachtoffer 2] heb gezocht door haar op één dag meerdere berichten te sturen en te bellen. Ik heb de gedragsaanwijzing genegeerd omdat ik dacht dat het allemaal zo’n vaart niet zou lopen.
Ik heb berichten aan [slachtoffer 1] gestuurd met de tekst “
Je gaat er”, “
je kruit je zin niet op myn feestje komen en neem maar 1 man mee voordat ik ga zeg maar wie” en “
vergeet niet wat die man op de camping gedaan heeft, gaat er maar van uit dat dat gebeurt als jy trug komt van vakantie”. Op dat moment waren die teksten bedoeld om te dreigen.
Ik heb vanuit de P.I. twee keer naar [slachtoffer 1] gebeld. Ik heb ook [slachtoffer 3] gebeld. In de P.I. heb ik ook via anderen geprobeerd om indirect contact met [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] te leggen.
1.
Proces-verbaal van de politie, verklaring aangeefster
Ik ben [slachtoffer 2] . Op 31 juli 2025 is het stalken van mijn vader richting mij begonnen. Hij belde mij met zijn eigen telefoonnummer. Hij heeft mij de afgelopen weken met ten minste 3 telefoonnummers lastig gevallen. Hij belde mij elke dag en soms meerdere keren op een dag. Aan het begin nam ik nog op maar later nam de frequentie ook toe nam ik niet meer op. Afgelopen zaterdag heb ik hem geblokkeerd en heeft hij mijn vriend meteen gebeld en hem geïntimideerd. Kort daarop zag mijn vriend dat mijn vader met de bus langs onze woning reed. Mijn vader stuurde toen ook naar vriend dat hij weleens met 1-0 achter kon staan. Soms belde hij mij wel 5 keer op een dag. En hij stuurt mij ook heel veel whatsapp berichten. Ik zal die berichten aan u ter beschikking stellen.
2.
Verklaring van de verdachte
Het klopt dat ik in de periode 31 juli 2025 tot en met 9 oktober 2025 contact met [slachtoffer 2] heb gezocht door haar berichten te sturen en te bellen. Ik belde of appte dan wel meerdere keren op een dag.
Ik ben een keer door de straat van [slachtoffer 2] gereden. U houdt mij voor dat het dossier screenshots bevat waarop te zien is dat ik langs rijd. Dat zou kunnen, het zou hooguit drie keer zijn geweest. Ik heb niet aangebeld, ik ben er doorheen gereden.
U houdt mij voor dat uit opgenomen gesprekken blijkt dat ik anderen opdracht heb gegeven om door haar straat te rijde of te appen, dat ik rouwkaarten ga sturen en dat eieren moesten worden gegooid, Ik was boos. Ik denk dat ik een beetje kwaad was.
2.3.7.Volledige bewezenverklaring
Bewezen is dat de verdachte
1
als degene aan wie door of namens de burgemeester met toepassing van de Wet tijdelijk huisverbod een huisverbod was gegeven, derhalve als uithuisgeplaatste, op 30 juni 2025 te Ridderkerk in strijd met dat huisverbod de in dit verbod genoemde woning, gelegen aan de [straatnaam 1] , zich in nabijheid van die woning heeft opgehouden en contact heeft opgenomen met één of meer van de in dat huisverbod genoemde personen;
2
op 1 juli 2025 te Ridderkerk, opzettelijk en wederrechtelijk een autoband, die geheel aan een ander, te weten aan [slachtoffer 1] , toebehoorde heeft vernield;
3
op 1 juli 2025 in Nederland, [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk die [slachtoffer 1] , (middels tussenkomst van [naam 1] ) dreigend de woorden toegevoegd:
- " Ik ga een Marokkaan inhuren om [slachtoffer 1] te vermoorden." en
- " Ik heb een pistool in de loods begraven, ik ga dit pistool opgraven om iedereen mee dood te schieten." en
- " Ik heb genoeg contant geld om een Marokkaantje in te huren om over haar heen
te rijden.";
4
op 2 juli 2025 te Ridderkerk een wapen van categorie II, onder 5 van de Wet wapens en munitie, te weten stroomstootwapen, zijnde een voorwerp waarmee door een elektrische stroomstoot personen weerloos konden worden gemaakt of pijn kon worden toegebracht voorhanden heeft gehad;
5
op 2 juli 2025 te Ridderkerk, een wapen van categorie I, onder 7° van de Wet wapens en munitie, te weten een door de Minister van Justitie en Veiligheid aangewezen voorwerp dat een ernstige bedreiging van personen kon vormen en/of dat zodanig op een wapen geleek dat deze voor bedreiging of afdreiging geschikt was, namelijk een gasdrukpistool gelijkend op een handvuurwapen, voorhanden heeft gehad;
als degene aan wie door of namens de burgemeester met toepassing van de Wet tijdelijk huisverbod een huisverbod was gegeven, derhalve als uithuisgeplaatste, op 6 juli 2025 te Ridderkerk in strijd met dat huisverbod de in dit verbod genoemde woning, gelegen aan de [adres] , zich in nabijheid van die woning heeft opgehouden en contact heeft opgenomen met één of meer van de in dat huisverbod genoemde personen;
1
in de periode van 25 augustus 2025 tot en met 9 oktober 2025 te Ridderkerk en Rotterdam, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer 1] ,
door:
- dreigende en intimiderende (sms) berichten naar die [slachtoffer 1] te sturen en
- veelvuldig te bellen naar die [slachtoffer 1] en
- berichten naar de kinderen van hem, verdachte en die [slachtoffer 1] te sturen en
- te bellen naar de kinderen van hem, verdachte en die [slachtoffer 1] en
- contact te blijven zoeken met die [slachtoffer 1] vanuit de penitentiaire inrichting en
- door zijn sociale omgeving in te zetten om die [slachtoffer 1] en hun kinderen in de gaten te houden,
met het oogmerk die [slachtoffer 1] , te dwingen iets te doen, te dulden en vrees aan te jagen;
2
in de periode van 25 augustus 2025 tot en met 9 oktober 2025 te Ridderkerk, althans in Nederland, opzettelijk heeft gehandeld in strijd met een gedragsaanwijzing gegeven krachtens artikel 509hh, eerste lid, onderdeel b van het Wetboek van strafvordering, te weten de gedragsaanwijzing d.d. 29 juli 2025, gegeven door de officier van justitie te arrondissement Rotterdam, inhoudende een contactverbod met [slachtoffer 1] , door:
- dreigende en intimiderende (sms) berichten naar die [slachtoffer 1] te sturen en
- veelvuldig te bellen naar die [slachtoffer 1] en
- contact te blijven zoeken met die [slachtoffer 1] vanuit de penitentiaire inrichting en
- door zijn sociale omgeving in te zetten om die [slachtoffer 1] en hun kinderen in de gaten te houden;
3
in de periode van 25 augustus 2025 tot en met 2 september 2025 te Ridderkerk, althans in Nederland, [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [slachtoffer 1] dreigend de woorden toe te voegen: "je gaat er" en “je kruit je zin niet op myn feestje komen en neem maar 1 man mee voordat ik ga zeg maar wie” en “vergeet niet wat die man op de camping gedaan heeft, gaat er maar van uit dat dat gebeurt als jy trug komt van vakantie”;
4
in de periode van 31 juli 2025 tot en met 9 oktober 2025 te Ridderkerk en Rotterdam, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer 2] , door:
- veelvuldig te bellen naar die [slachtoffer 2] en
- ( sms) berichten te versturen naar die [slachtoffer 2] en
- langs de woning van die [slachtoffer 2] te rijden en
- contact te blijven zoeken met die [slachtoffer 2] vanuit de penitentiaire inrichting, en
- door zijn sociale omgeving in te zetten om die [slachtoffer 1] in de gaten te houden,
met het oogmerk die [slachtoffer 2] , te dwingen iets te doen, te dulden en vrees aan te
jagen.