Uitspraak
[verdachte] ,
1.Tenlastelegging
2.Bewijs
Ridderkerk, gelast,
[verdachte], geboren
[geboortedatum 1] /1972te
[geboorteplaats]de woning gelegen aan:
29/06/2025 16:45 voor een periode van tien dagen, derhalve tot
09/07/2025 16:45
Proces-verbaal van de politie [3] Op maandag 30 juni 2025 werd ik, [verbalisant 1] , aangesproken door [naam 2] . Ik hoorde dat hij zei dat hij vanmiddag had gezien dat [verdachte] zijn motor naast zijn woning parkeerde en dat hij door het weiland, via de achterkant van de woningen, richting zijn eigen woning liep.
- Stroomstootwapen
- Gasdrukpistool.
- “
- “
- “
31 juli 2025en blijft van kracht voor een periode van
90 dagen, te weten tot en met
28 oktober 2025.
“Zeg tegen [slachtoffer 2] , tegen [slachtoffer 1] dat ze [slachtoffer 3] mag houden. Dat ze mij van de week moet bellen en zo niet, dat huis mag ze in haar reet douwen, zeg dat maar.”
“Eigenlijk moet je even door mijn dochter de straat heen rijden.”
“Pleurt er maar een kei doorheen.”
“Eigenlijk moet je even navragen aan [naam 5] ofzo, effe langs fietsen en in één keer wat doorheen gooien.”
“Of bij die andere, eh, liefst bij [slachtoffer 2] en anders bij, eh, de Pruimendijk.”
“Ik denk dat je beter [slachtoffer 1] kan appen dan [slachtoffer 2] .”
“Vraag of [slachtoffer 2] ook de aangifte intrekt.”
Moet je, moet je vragen hè, moet je vragen of [naam 7] zijn moeder ook een berichtje naar haar stuur, dus heel veel berichten in één keer gebombardeerd krijgen, nee heb je, ja kun je krijgen.”
“Hey, eh.. Vraag eens aan [naam 7] het nummer van [slachtoffer 1] ? Ik denk dat zij mij geblokkeerd heeft. Hij heb [slachtoffer 1] d’r nummer erin.”
“Ik heb het nummer van [slachtoffer 2] ook, die kan ik je ook geven?”
“Ja, geef dat eens.. 06..”
“Maar waarvoor wil je dat hebben dan?”
“Ja, dan ga ik haar omkopen”
“Maar jij mag wel [slachtoffer 2] van mij nog een whatsappje van mij sturen van “alsjeblieft..”, oh nee, dan moet je even kijken, waar woonde zij nou? [straatnaam 2] woont ze in [plaatsnaam 2] en dan moet ik een postcode van de week van je hebben. Dan stuur ik gewoon een lief kaartje naar [slachtoffer 2] .”
“Dus als je, als je alsjeblieft naar [slachtoffer 2] een kaartje wilt sturen, eh.. Berichtje wilt sturen dat hete een fijne vrouw is hè, en dat de vader..”
“En dat d’r vader heel veel van haar houdt.”
“Ja, en anders moet je [naam 8] , en anders moet je [naam 8] maar even bellen, anders moet [naam 7] maar even langsrijden. Moet je vragen ja, bij mijn dochter.”
“Ik kwam vanmorgen op cel en lag d’r vanmorgen een brief dat de brieven, de enveloppen die ik gestuurd heb, in mijn kluis liggen. Maar nou had ik jou een kaartje gestuurd, een briefje, gewoon een brief gestuurd van “zou je [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] willen Whatsappen dat ik van d’r hou”. Meer niet hè, alleen dat ik van ze hou hè. Dat ik ze niet vergeet. Gewoon een appie. Wat ik op dat kaartje.. Heel klein. Kijken of ze dat kunnen lezen. Ben benieuwd of die aankomt.”
“Ik heb nog niks gezien.”
“Ik heb gisteren die brief gestuurd. Ben benieuwd of die aankomt. Je zegt duurt twee dagen en ik had heel klein “zou je [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] willen appen dat ik van ze houd”, meer niet.”
Je gaat er”, “
je kruit je zin niet op myn feestje komen en neem maar 1 man mee voordat ik ga zeg maar wie” en “
vergeet niet wat die man op de camping gedaan heeft, gaat er maar van uit dat dat gebeurt als jy trug komt van vakantie”. Op dat moment waren die teksten bedoeld om te dreigen.
3.Kwalificatie en strafbaarheid
als uithuisgeplaatste handelen in strijd met een met toepassing van artikel 2, eerste lid, van de Wet tijdelijk huisverbod, gegeven huisverbod;
opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort vernielen;
3.bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of zware mishandeling;
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II;
5.handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.
1.belaging;
opzettelijk handelen in strijd met een gedragsaanwijzing, gegeven krachtens artikel 509hh van het Wetboek van Strafvordering;
3.bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of zware mishandeling;
4.belaging.
4.Straf en maatregel
De bijzondere voorwaarden zijn: meldplicht bij de reclassering, ambulante behandeling, contactverbod met zijn ex-partner, met [slachtoffer 2] en haar partner [naam 1] , een locatieverbod voor de wijken Noord en Walburg in Zwijndrecht, voor heel Hendrik Ido Ambacht en voor de Rijksstraatweg en de Calandstraat in Dordrecht, en meewerken aan middelencontrole.
- een locatieverbod voor de wijken Noord en Walburg in Zwijndrecht, voor Hendrik Ido Ambacht en de Rijksstraatweg en de Calandstraat te Dordrecht;
- een contactverbod met [slachtoffer 1] , haar partner, [naam 1] en [slachtoffer 2] ;
5.Wettelijke voorschriften
6.Beslissingen
gevangenisstraf van 250 dagen;
100 dagen van deze gevangenisstrafniet ten uitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;
- meewerkt aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een geldig identiteitsbewijs ter inzage aanbiedt om de identiteit vast te stellen;
- meewerkt aan reclasseringstoezicht, waaronder het meewerken aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;
maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid voor de duur van 5 jaar, inhoudende dat de verdachte: