ECLI:NL:RBROT:2025:15278
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring bezwaar afvalstoffenheffing afgewezen
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen een aanslag afvalstoffenheffing 2021 opgelegd door de heffingsambtenaar van de gemeente Rotterdam. De heffingsambtenaar verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat het niet binnen de wettelijke termijn van zes weken na dagtekening van de aanslag was ingediend.
Eiser stelde in beroep dat de aanslag ambtshalve verminderd moest worden vanwege onvoldoende afvalinzameling bij een studentencomplex. De rechtbank oordeelde dat het bezwaar te laat was ingediend, namelijk op 6 september 2023, terwijl de termijn eindigde op 12 april 2021. De rechtbank stelde vast dat de heffingsambtenaar het bezwaar terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard.
Hoewel de heffingsambtenaar volgens zorgvuldigheid niet direct tot niet-ontvankelijkheid had mogen overgaan zonder eiser te horen over de verschoonbaarheid van de termijnoverschrijding, heeft eiser in beroep geen verschoonbare reden aangevoerd. De rechtbank beoordeelde het beroep daarom niet inhoudelijk en wees het af.
De rechtbank wees ook het verzoek tot ambtshalve vermindering af omdat de geldende verordening geen grond biedt voor vermindering bij onvoldoende afvalinzameling. Eiser krijgt geen griffierecht terug en geen proceskostenvergoeding. Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar afvalstoffenheffing 2021 is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening.