ECLI:NL:RBROT:2025:15349

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
23 december 2025
Publicatiedatum
13 januari 2026
Zaaknummer
C/10/703081 / JE RK 25-1435
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot voortzetting ondertoezichtstelling van vier minderjarige kinderen

De zaak betreft een beschikking van de kinderrechter van de Rechtbank Rotterdam over een verzoek tot verlenging van een ondertoezichtstelling van vier minderjarige kinderen. De gecertificeerde instelling (GI) had reeds een ondertoezichtstelling verlengd tot 9 januari 2026 en verzocht om verlenging tot 9 september 2026.

De GI bracht in een briefrapportage naar voren dat er onvoldoende grond is voor verlenging van de maatregel. Ter zitting bevestigde de GI dat het goed gaat met de moeder en de kinderen, die wonen bij de moeder. De moeder ontvangt opvoedondersteuning en er is een goede samenwerking met het wijkteam en betrokken instanties. Ook heeft de moeder de zorgen vanuit school adequaat opgepakt.

De moeder en de GI waren het erover eens dat de ondertoezichtstelling niet langer nodig is. De kinderrechter complimenteerde de moeder met haar inzet en constateerde dat de moeder zelfstandig de weg naar verdere hulpverlening kan vinden. De kinderrechter oordeelde dat het beëindigen van een ondertoezichtstelling beoordeeld moet worden door de Raad voor de Kinderbescherming of de kinderrechter. Omdat de GI het plan om het verzoek niet te handhaven niet bij de Raad had getoetst, kwam de zaak alsnog voor de rechter.

Gelet op de feiten en de instemming van partijen wees de kinderrechter het verzoek tot verlenging af. De beschikking is op 23 december 2025 in het openbaar uitgesproken en op 5 januari 2026 schriftelijk vastgesteld. Tegen deze eindbeslissing is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag.

Uitkomst: Het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling wordt afgewezen omdat de maatregel niet langer noodzakelijk is.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/703081 / JE RK 25-1435
Datum uitspraak: 23 december 2025
Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering,
gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige 1],
geboren op [geboortedatum 1] 2017 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige 1] ,
[minderjarige 2],
geboren op [geboortedatum 2] 2019 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige 2] ,
[minderjarige 3],
geboren op [geboortedatum 3] 2020 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige 3] ,
[minderjarige 4],
geboren op [geboortedatum 4] 2021 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige 4] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[naam moeder],
hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats 1] ,
advocaat: mr. J.M. Bossers, kantoorhoudende te Rotterdam.
De kinderrechter merkt als informant aan:
[naam vader],
hierna te noemen de vader, wonende in [woonplaats 2] .

1.Het verdere verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • de tussenbeschikking van 27 augustus 2025, met de daaraan ten grondslag liggende stukken;
  • de briefrapportage van de GI van 28 november 2025, binnengekomen bij de rechtbank op 2 december 2025.
1.2.
Op 23 december 2025 heeft de kinderrechter de zitting met gesloten deuren voortgezet. Daarbij waren aanwezig:
  • de moeder via een Teams-verbinding;
  • de advocaat van de moeder;
- een vertegenwoordiger van de GI, [naam] .
1.3.
De vader is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de vader wel juist is opgeroepen.

2.De feiten

2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] .
2.2.
[minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] wonen bij de moeder.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 27 augustus 2025 de ondertoezichtstelling van de kinderen verlengd tot 9 januari 2026 en de behandeling van het verzoek voor het overige aangehouden.

3.Het aangehouden verzoek

3.1.
De GI verzoekt [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Over de periode tot 9 januari 2026 is reeds beslist. Nu resteert een beslissing over de periode tot 9 september 2026.
3.2.
Bij briefrapportage van 28 november 2025 heeft de GI te kennen gegeven dat er onvoldoende grond is om verlenging van de maatregel voor het aangehouden deel te rechtvaardigen. De GI brengt ter zitting naar voren dat het goed gaat met de moeder en de kinderen. Moeder profiteert van de opvoedondersteuning vanuit JeugdProfs, zij zien een betrokken moeder die de samenwerking opzoekt. Het wijkteam is aangesloten en op 21 januari 2026 staat er een afspraak gepland voor een warme overdracht richting het wijkteam. Ondanks dat de ondertoezichtstelling tot 9 januari 2026 loopt, zal de GI aanwezig zijn bij deze afspraak met het wijkteam. Daarnaast heeft de moeder de zorgen die er waren vanuit school goed opgepakt. Het samenwerkingsverband mag de diagnostiek van de kinderen delen en voor alle kinderen is een passende plek gevonden.

4.Het standpunt van de moeder

4.1.
Door en namens de moeder is ter zitting het volgende naar voren gebracht. Het gaat goed met de kinderen en JeugdProfs en Stichting Firmitas zijn betrokken bij het gezin. Ook de moeder is van mening dat een ondertoezichtstelling niet langer nodig is.

5.De beoordeling

5.1.
Hoewel de GI het aangehouden verzoek niet handhaaft, concludeert de kinderrechter dat het tot een einde komen van een ondertoezichtstelling beoordeeld moet worden door de Raad voor de Kinderbescherming of door de kinderrechter. De GI heeft het plan om het resterende deel van het verzoek niet te handhaven niet bij de Raad voor de Kinderbescherming getoetst, waardoor de zaak op zitting is gekomen.
5.2.
De kinderrechter heeft de moeder ter zitting gecomplimenteerd voor haar inzet de afgelopen periode. Het gaat goed met de kinderen. Het is positief dat de GI er vertrouwen in heeft dat de moeder in het vizier is bij het wijkteam en de weg naar verdere hulpverlening zelfstandig kan vinden. Doordat er sprake is van een ondertoezichtstelling kan de moeder momenteel niet zelf het taxivervoer voor de kinderen regelen. Ter zitting heeft de GI aangegeven dit voor 5 januari 2026 (wanneer de scholen weer beginnen) te regelen.
5.3.
Gelet op het voorgaande en het feit dat iedereen ter zitting het er over eens is dat een ondertoezichtstelling niet langer nodig is, zal de kinderrechter het resterende deel van het verzoek afwijzen.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
wijst het verzoek af.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 23 december 2025 door
mr. A.M.I. van der Does, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. M. Henschen als griffier, en op schrift gesteld op 5 januari 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.