In deze zaak heeft de Rechtbank Rotterdam op 11 december 2025 een beschikking gegeven over het gezamenlijk ouderlijk gezag en de omgangsregeling van twee minderjarigen. De vrouw, vertegenwoordigd door haar advocaat mr. M. de Bluts, verzocht om beëindiging van het gezamenlijk gezag, omdat de man zich bijna twee jaar geleden heeft laten uitschrijven uit het bevolkingsregister en niet reageert op communicatie. De man is niet verschenen tijdens de mondelinge behandeling, ondanks dat hij daartoe was opgeroepen. De rechtbank heeft vastgesteld dat het huwelijk van partijen op 22 januari 2024 is ontbonden en dat de minderjarigen onder het gezamenlijk gezag van beide ouders stonden. De rechtbank oordeelde dat de man zijn verplichtingen niet nakomt en dat er geen communicatie tussen de ouders plaatsvindt. Dit leidt tot de conclusie dat het gezamenlijk gezag in het belang van de kinderen beëindigd moet worden. De rechtbank heeft daarom besloten dat het gezag voortaan alleen aan de vrouw toekomt.
Daarnaast heeft de vrouw verzocht om ontzegging van de omgangsregeling tussen de man en de minderjarigen. De rechtbank heeft geoordeeld dat de man de eerder vastgestelde zorgregeling niet nakomt en dat zijn gedrag in strijd is met de belangen van de kinderen. De rechtbank heeft daarom besloten om de omgang met de man voor onbepaalde tijd te ontzeggen. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad en de proceskosten worden gecompenseerd, waarbij elke partij zijn eigen kosten draagt.