De rechtbank Rotterdam heeft op 11 december 2025 uitspraak gedaan in een zaak betreffende het gezamenlijk ouderlijk gezag en de omgangsregeling over twee minderjarige kinderen. De procedure werd gestart door de moeder, die verzocht het gezamenlijk gezag te beëindigen en het gezag aan haar toe te kennen, alsmede het omgangsrecht van de vader te ontzeggen. De vader was sinds maart 2024 uitgeschreven uit het bevolkingsregister, zijn verblijfplaats onbekend en hij reageerde nauwelijks op contactpogingen.
De rechtbank stelde vast dat het gezamenlijk gezag niet langer houdbaar was omdat de vader geen feitelijke invulling gaf aan zijn gezagsrechten en er geen communicatie was. Gezien het belang van de kinderen werd het gezag aan de moeder toegekend. Daarnaast werd het omgangsrecht van de vader ontzegd voor onbepaalde tijd, omdat zijn handelen en afwezigheid in strijd waren met de zwaarwegende belangen van de kinderen. De rechtbank benadrukte dat dit een tijdelijke maatregel is en dat de vader bij gewijzigde omstandigheden opnieuw een verzoek kan indienen.
De proceskosten werden ieder voor eigen rekening gelaten. Tegen deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Den Haag binnen drie maanden na dagtekening, uitsluitend door een advocaat.