In deze zaak heeft de kantonrechter op 12 december 2025 uitspraak gedaan in een geschil tussen [eiseres], vertegenwoordigd door mr. D.M. Coskun, en Ultracool B.V., vertegenwoordigd door mr. B.D. Bos, die zich heeft onttrokken. De zaak betreft de ontbinding van een huurovereenkomst voor bedrijfsruimte, gesloten voor bepaalde tijd van 1 juni 2021 tot en met 31 mei 2026. [Eiseres] heeft Ultracool gedagvaard wegens huurachterstand en tekortkomingen in de nakoming van een vaststellingsovereenkomst die op 27 mei 2024 was gesloten. Ultracool heeft de afgesproken betalingen niet tijdig verricht, wat heeft geleid tot de ontruiming van het gehuurde op 28 of 29 april 2025. De kantonrechter heeft geoordeeld dat Ultracool tekort is geschoten in haar verplichtingen, waardoor de huurovereenkomst kon worden ontbonden. De rechter heeft de vorderingen van [eiseres] toegewezen, waaronder schadevergoeding van € 13.931,46 en huurachterstand van € 69.852,15. Daarnaast is Ultracool veroordeeld tot betaling van contractuele boetes en proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.