De huurder van een woning in Rotterdam veroorzaakt al geruime tijd ernstige overlast, waaronder stank, geluidsoverlast en intimidatie van omwonenden. Eerder gemaakte afspraken in een vaststellingsovereenkomst en een aanvullende gedragsaanwijzing zijn niet nagekomen, onder meer doordat de moeder van de huurder niet is verhuisd zoals afgesproken.
Diverse meldingen van overlast, politie- en Veilig Thuis-rapportages bevestigen de problematische woonsituatie. Ook is er sprake van een incident waarbij de huurder een onderbuurman bedreigde, wat heeft geleid tot een voorwaardelijke sepot.
De kantonrechter oordeelt dat de huurovereenkomst waarschijnlijk zal worden ontbonden en dat de ontruiming spoedeisend is. Gezien het belang van de minderjarige zoon wordt een ruime termijn tot 16 maart 2026 gegeven om de woning te verlaten. De proceskosten worden aan de huurder opgelegd en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.