ECLI:NL:RBROT:2025:15678

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
11 december 2025
Publicatiedatum
20 februari 2026
Zaaknummer
FT RK 25-1584
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 lid 1 Verordening (EU) 2015/848Art. 284 FaillissementswetArt. 295 FaillissementswetArt. 296 FaillissementswetArt. 310 Faillissementswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek toelating wettelijke schuldsaneringsregeling met vaste looptijd van 18 maanden

De rechtbank Rotterdam heeft op 11 december 2025 het verzoek van de schuldenaar toegewezen om te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp). De rechtbank stelde vast dat de schuldenaar zich in een problematische schuldensituatie bevindt en te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van zijn schulden. De rechtbank beoordeelde ook de bevoegdheid en stelde vast dat het centrum van voornaamste belangen van de schuldenaar in Nederland ligt, waardoor zij bevoegd is de insolventieprocedure te openen.

De rechtbank wees het verzoek tot een eerdere ingangsdatum van de Wsnp af. Dit omdat de schuldenaar geen concrete datum had voorgesteld en er onvoldoende bewijs was dat aan de afdrachtverplichting was voldaan. Er lag beslag op het inkomen van de schuldenaar vanwege alimentatieverplichtingen, waardoor er geen ruimte was om af te lossen aan schuldeisers. Bovendien ontbraken belangrijke vtlb-berekeningen en onderliggende stukken, waardoor de rechtbank niet kon controleren of de afdrachtplicht was nagekomen.

De rechtbank legde uit dat de schuldenaar tijdens de Wsnp verplicht is om onder meer geen nieuwe schulden te maken, informatie te verstrekken, en af te dragen wat boven het vrij te laten bedrag (vtlb) valt. Er wordt een bewindvoerder benoemd die toezicht houdt op de naleving van deze verplichtingen en de boedel beheert. Tevens wordt een rechter-commissaris benoemd die toezicht houdt op de bewindvoerder. De Wsnp looptijd is vastgesteld op 18 maanden, ingaand op 11 december 2025, met een einddatum op 11 juni 2027.

De rechtbank bepaalde dat de bewindvoerder een voorschot op zijn vergoeding mag nemen, voor zover de boedel toereikend is. De post van de schuldenaar wordt door de bewindvoerder beheerd gedurende de eerste 13 maanden. Indien de schuldenaar zich aan alle verplichtingen houdt, eindigt het traject met een schone lei, waardoor schuldeisers hun vorderingen niet meer kunnen verhalen.

Uitkomst: Verzoek tot toelating Wsnp toegewezen met een looptijd van 18 maanden, verzoek tot eerdere ingangsdatum afgewezen.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie
insolventienummer: [nummer]
vonnis van:
11 december 2025
op het verzoek van:
[verzoeker],
wonende te [adres],
[postcode] [plaatsnaam].
Waar deze zaak over gaat
[verzoeker] bevindt zich in een problematische schuldensituatie. Om tot een oplossing voor zijn schulden te komen heeft [verzoeker] een verzoek gedaan te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp). Dit verzoek wordt toegewezen.
Daarnaast verzoekt [verzoeker] een eerdere ingangsdatum van de Wsnp vast te stellen. Dit verzoek wordt afgewezen.
De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist.

1.De procedure

1.1.
[verzoeker] heeft een verzoek ingediend om te worden toegelaten tot de Wsnp en om een eerdere ingangsdatum te bepalen.
1.2.
De rechtbank heeft op 3 november 2025 een brief ontvangen van een van de schuldeisers van [verzoeker].
1.3.
Schuldhulpverlening heeft voorafgaand aan de zitting op 5 november 2025 en
11 november 2025 de rechtbank aanvullende stukken toegezonden.
1.4.
[verzoeker] heeft voorafgaand aan de zitting op 25 november 2025 de rechtbank aanvullende stukken toegezonden. Hierbij zat ook een reactie van [verzoeker] op de brief van de schuldeiser.
1.5.
Het verzoek is behandeld op de zitting van 4 december 2025. Op de zitting zijn verschenen:
- [verzoeker],
- [naam 1], partner van [verzoeker].

2.De beoordeling

De toelating
2.1.
[verzoeker] kan worden toegelaten tot de Wsnp als hij zich in een problematische schuldensituatie bevindt en hij te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van zijn schulden. De rechtbank kijkt daarbij vooral naar de afgelopen drie jaar. Ook moet de verwachting bestaan dat [verzoeker] aan de verplichtingen van de Wsnp zal voldoen.
2.2.
[verzoeker] voldoet aan alle eisen en wordt toegelaten tot de Wsnp.
Bevoegdheid
2.3.
De rechtbank is, gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 Verordening Pro (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie, bevoegd deze insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen nu het centrum van voornaamste belangen van [verzoeker] in Nederland ligt.
Duur
2.4.
De rechtbank stelt de termijn van de Wsnp-regeling ex artikel 349a Fw (hierna: looptijd) op 18 maanden.
De ingangsdatum
2.5.
De Faillissementswet (hierna: Fw) bepaalt dat de looptijd in beginsel ingaat op de dag van dit vonnis, tenzij er aanleiding is de looptijd eerder te laten ingaan.
2.6.
Een eerdere ingangsdatum kan worden bepaald als vanaf die eerdere datum de verplichtingen die volgen uit het voorafgaande schuldhulpverleningstraject zijn nagekomen. Als uitgangspunt geldt daarbij dat de schuldenaar tijdens het minnelijke voortraject maximaal, op basis van de normen die gelden voor berekening van het vrij te laten bedrag (het vtlb), moet aflossen op zijn schulden en dat hij zich moet inspannen om zoveel mogelijk baten voor de schuldeisers te verwerven. Die inspanningsplicht houdt in beginsel in dat er bij arbeidsgeschiktheid fulltime gewerkt moet worden of er moet aantoonbaar worden gesolliciteerd naar een fulltime baan.
2.7.
[verzoeker] heeft de rechtbank verzocht om een eerdere ingangsdatum van de Wsnp vast te stellen. [verzoeker] heeft echter geen datum voorgesteld waarop hij de Wsnp wenst in te laten gaan.
2.8.
Op grond van de toelichting ter zitting en de aangeleverde stukken ziet de rechtbank geen aanleiding om een eerdere ingangsdatum van de looptijd van de Wsnp te bepalen. De rechtbank ligt dit als volgt toe.
2.9.
De rechtbank kan niet vaststellen dat aan de vereiste afdrachtverplichting is voldaan. Uit het dossier en het verhandelde ter zitting blijkt dat op verzoek van de alimentatiegerechtigden beslag ligt op het inkomen van [verzoeker]. Het beslag overstijgt de afloscapaciteit volgens het bij het verzoekschrift gevoegde vtlb-berekening. Door het beslag was er geen ruimte om te sparen voor zijn schuldeisers. Bij het verzoekschrift ontbreekt echter de vtlb-berekening van juli 2025 en de onderliggende stukken alsmede de onderliggende stukken van de vtlb-berekening van juli 2024 en enkele onderliggende stukken van de vtlb-berekening van januari 2025. In de bijgevoegde berekeningen is geen rekening gehouden met de lopende alimentatieverplichtingen. Door het ontbreken van de vtlb-berekeningen en onderliggende stukken kan de rechtbank niet controleren of [verzoeker] heeft voldaan aan de afdrachtplicht.
2.10.
Verder weegt mee dat uit de stukken en het verhandelde ter zitting is gebleken dat [verzoeker] nog een maandelijkse alimentatieplicht heeft van circa € 900,--. Het is niet gebleken dat [verzoeker] de lopende alimentatieverplichtingen heeft voldaan en ook is niet gebleken dat hij (tijdig) nihilstelling heeft aangevraagd. De rechtbank moet er rekening mee houden dat met het alimentatiebeslag de lopende verplichtingen zijn geïncasseerd. Gebleken is dat [verzoeker] bezig was met een aanvraag hiertoe, maar dat deze aanvraag is niet doorgezet. De rechtbank moet evenwel ook de belangen van de schuldeisers in acht nemen. En dit is een omstandigheid die niet voor rekening van de schuldeisers mag komen. Die mogen er namelijk op rekenen dat een schuldenaar zich, tegenover de verkrijging van de schone lei, gedurende 18 maanden maximaal (vergelijkbaar met de verplichtingen die gelden binnen de Wsnp) zal inspannen. De opbrengst van het alimentatiebeslag is nu slechts aan de alimentatiegerechtigden ten goede gekomen. Van [verzoeker] mag daarom worden verwacht dat hij na toelating, in overleg met de Wsnp-bewindvoerder, het nodige onderneemt om tot nihilstelling van de alimentatie te komen.
2.11.
De rechtbank komt dus tot de conclusie dat er geen eerdere ingangsdatum zal worden bepaald.

3.De (controle van) verplichtingen in de Wsnp

3.1
De verplichtingen waaraan [verzoeker] tijdens de Wsnp moet voldoen zijn: de informatieverplichting, de inspanningsverplichting, de verplichting geen nieuwe schulden te maken, de verplichting om schuldeisers niet te benadelen en de afdrachtverplichting (van inkomen boven het vtlb en van goederen die in de boedel vallen).
3.2.
Er wordt een bewindvoerder benoemd. Deze bewindvoerder controleert in de eerste plaats of [verzoeker] de verplichtingen van de Wsnp nakomt.
3.3.
De taak van de bewindvoerder is in de tweede plaats om de zogenaamde boedel van de schuldenaar te beheren en te vereffenen (artikel 316 Fw Pro). De boedel omvat alle bezittingen die [verzoeker] nu heeft en wat hij tijdens de toepassing van de regeling verkrijgt (artikel 295 Fw Pro). [verzoeker] heeft de verplichting om tot de boedel behorende bezittingen aan de bewindvoerder af te staan (artikel 296 Fw Pro). De bewindvoerder zal de opbrengsten hiervan verdelen onder de schuldeisers.
3.4.
Er wordt ook een rechter-commissaris benoemd. De taak van de rechter-commissaris is om toezicht te houden op de bewindvoerder.
3.5.
De eerste 13 maanden van het traject geldt in beginsel een postblokkade. Dat betekent dat in die periode alle post naar de bewindvoerder gaat. De bewindvoerder stuurt de post na controle door aan [verzoeker].
3.6.
Als [verzoeker] zich tijdens het Wsnp-traject houdt aan alle verplichtingen van de Wsnp eindigt het traject met de zogenoemde “schone lei”. Dit betekent dat schuldeisers hun vorderingen ten aanzien waarvan de Wsnp werkt niet meer op [verzoeker] kunnen verhalen. De “schone lei” geldt vanaf het moment dat de bewindvoerder klaar is met zijn afwikkelingstaak. Dat is als de slotuitdelingslijst verbindend is geworden.

4.De beslissing

De rechtbank:
- spreekt de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[verzoeker],
geboren op [geboortedatum]-1957 te [geboorteplaats],
wonende te [adres], [postcode] [plaatsnaam];
- benoemt tot rechter-commissaris mr. M. Aukema
en tot bewindvoerder [naam 2],
gevestigd te [postadres]
;
  • stelt de ingangsdatum van de schuldsaneringsregeling vast op 11 december 2025 en de duur op achttien maanden, en bepaalt de einddatum van de looptijd daarmee op 11 juni 2027;
  • draagt de bewindvoerder op de post van [verzoeker] in te zien;
- bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag nemen volgens het Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen voor zover de boedel toereikend is.
Dit is de beslissing van mr. M. Aukema, rechter, in samenwerking met I. van Gemerde, griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 11 december 2025. [1]