Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 10 juli 2024, met bijlagen;
- het antwoord, met bijlagen.
Rechtbank Rotterdam
De huurder verhuurt sinds december 2019 een woning van Woonbron in Rotterdam. Woonbron vordert ontbinding van de huurovereenkomst omdat de huurder niet haar hoofdverblijf in de woning heeft, wat een kernverplichting is. De huurder verblijft structureel het grootste deel van de week in België vanwege werk en is slechts enkele dagen per week in de woning.
De huurder stelt dat Woonbron vooraf op de hoogte was en akkoord ging met deze situatie, maar zij heeft dit onvoldoende onderbouwd. De rechtbank oordeelt dat de huurder tekortschiet in haar verplichtingen en wijst de vordering tot ontbinding toe.
De huurder moet de woning binnen veertien dagen ontruimen en een gebruiksvergoeding betalen tot de ontruiming. De proceskosten worden aan de huurder opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat het direct kan worden uitgevoerd.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en de huurder wordt veroordeeld tot ontruiming en betaling van gebruiksvergoeding en proceskosten.