ECLI:NL:RBROT:2025:1835
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen sluiting coffeeshop wegens te hoge handelsvoorraad softdrugs
De burgemeester van Rotterdam heeft de coffeeshop van verzoekster voor drie maanden gesloten vanwege het aantreffen van 2.158,1 gram softdrugs, wat ruim boven de toegestane handelsvoorraad van 500 gram ligt. Dit besluit volgde op eerdere waarschuwingen na controles in januari en juli 2024. Verzoekster heeft bezwaar gemaakt en een voorlopige voorziening gevraagd om de sluiting te voorkomen, mede omdat de coffeeshop verbouwd werd.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de handelsvoorraad in de aanbouw, die deel uitmaakt van de coffeeshop, meegeteld mag worden. Hoewel de sluiting niet op de APV kon worden gebaseerd, kan de burgemeester dit alsnog in bezwaar herstellen op grond van artikel 13b van de Opiumwet. Het handhavingsarrangement bij het Rotterdamse coffeeshopbeleid is van toepassing, en de sluiting is in lijn met dit beleid.
Verzoekster stelde dat er geen noodzaak tot sluiting was vanwege het ontbreken van een verstoring van de openbare orde en het tijdsverloop sinds de controle. De voorzieningenrechter vindt de noodzaak echter voldoende gemotiveerd vanwege de forse overschrijding van de handelsvoorraad, het veiligheidsrisico en de kwetsbare wijk. Ook het financiële nadeel voor verzoekster weegt niet zwaarder dan het algemeen belang.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek af, waarmee de burgemeester de coffeeshop mag sluiten. De verbouwing mag doorgaan zolang de sluiting op de APV is gebaseerd. Er is geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de sluiting van de coffeeshop wordt afgewezen, waardoor de sluiting gehandhaafd blijft.