ECLI:NL:RBROT:2025:1842

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
27 januari 2025
Publicatiedatum
14 februari 2025
Zaaknummer
FT RK 24-1211
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 lid 1 Verordening (EU) 2015/848Faillissementswet art. 284Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering art. 2
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toelating tot wettelijke schuldsaneringsregeling met eerdere ingangsdatum

De heer verzoeker bevindt zich in een problematische schuldensituatie en heeft een verzoek ingediend tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). De rechtbank Rotterdam heeft dit verzoek op 13 januari 2025 behandeld en na aanvullende stukken beoordeeld.

De rechtbank stelt vast dat verzoeker voldoet aan de voorwaarden voor toelating tot de WSNP, waaronder het te goeder trouw zijn bij het ontstaan en onbetaald laten van schulden en de verwachting dat hij aan de verplichtingen zal voldoen. De WSNP-verplichtingen omvatten onder meer informatieplicht, inspanningsplicht, geen nieuwe schulden maken, schuldeisers niet benadelen en afdrachtplicht. Er wordt een bewindvoerder en een rechter-commissaris benoemd voor toezicht.

Hoewel verzoeker niet zelf om een eerdere ingangsdatum had gevraagd, heeft de rechtbank ambtshalve getoetst en geoordeeld dat op basis van de salderingsmethode en nagekomen verplichtingen een eerdere ingangsdatum van zes maanden voor het vonnis passend is. Dit betekent dat de WSNP loopt vanaf 27 juli 2024 tot 27 januari 2026. De postblokkade geldt voor de eerste 13 maanden en de bewindvoerder mag een voorschot op zijn vergoeding nemen.

De rechtbank verklaart zich bevoegd op grond van EU-verordening 2015/848 omdat het centrum van voornaamste belangen van verzoeker in Nederland ligt. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 27 januari 2025 door rechter M. Aukema.

Uitkomst: Verzoeker wordt toegelaten tot de WSNP met een ingangsdatum van 27 juli 2024.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie
insolventienummer: [nummer]
vonnis van:
27 januari 2025
op het verzoek van:
[verzoeker],
wonende te [adres]
[postcode] [woonplaats] .
Waar deze zaak over gaat
De heer [verzoeker] bevindt zich in een problematische schuldensituatie. Om tot een oplossing voor zijn schulden te komen heeft verzoeker een verzoek gedaan te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP).
Dit verzoek wordt toegewezen. De heer [verzoeker] heeft niet verzocht om een eerdere ingangsdatum van de regeling. De rechtbank heeft ambtshalve getoetst of de regeling met een eerdere ingangsdatum moet starten. De rechtbank zal een eerdere ingangsdatum vast stellen op 27 juli 2024. De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist.

1.De procedure

1.1.
Verzoeker heeft een verzoek ingediend om te worden toegelaten tot de WSNP.
1.2.
Het verzoek is behandeld op de zitting van 13 januari 2025. Op de zitting zijn verschenen:
- De heer [verzoeker] ,
- mevrouw M.M. Naipal en mevrouw S. Toker, beiden werkzaam bij de afdeling schuldhulpverlening van de gemeente Rotterdam.
1.3
Schuldhulpverlening heeft na de zitting, op 16 januari 2025, op verzoek van de
rechtbank aanvullende stukken toegezonden, bestaande uit de VTLB-berekening en bijbehorende loonstroken, een opgave van de periode van beslaglegging, alsmede de hoogte van het onder het beslag vallende bedrag, alsmede een overzicht van de reserveringen die zijn gedaan ten behoeve van het prognoseakkoord.

2.De beoordeling van het verzoek

De toelating

2.1.
De heer [verzoeker] kan worden toegelaten tot de WSNP als hij zich in een problematische schuldensituatie bevindt en hij te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van zijn schulden. De rechtbank kijkt daarbij vooral naar de afgelopen drie jaar. Ook moet de verwachting bestaan dat De heer [verzoeker] aan de verplichtingen van de WSNP zal voldoen.
2.2.
De heer [verzoeker] voldoet aan alle eisen en wordt toegelaten tot de WSNP.
2.3.
De verplichtingen waaraan de heer [verzoeker] tijdens de WSNP moet voldoen zijn: de informatieverplichting, de inspanningsverplichting, de verplichting geen nieuwe schulden te laten ontstaan, de verplichting om schuldeisers niet te benadelen en de afdrachtverplichting. Er wordt een bewindvoerder benoemd. Deze bewindvoerder controleert of de verplichtingen worden nagekomen. Er wordt ook een rechter-commissaris benoemd. De taak van de rechter-commissaris is om toezicht te houden op de bewindvoerder.
2.4.
Als de heer [verzoeker] zich tijdens het WSNP-traject houdt aan alle verplichtingen die de WSNP met zich brengt, eindigt het traject met de zogenoemde “schone lei”. Dit betekent dat schuldeisers hun vorderingen ten aanzien waarvan de WSNP werkt niet meer op de heer [verzoeker] kunnen verhalen.
2.5.
De eerste 13 maanden van het traject geldt een postblokkade. Dat betekent dat in die periode alle post naar de bewindvoerder gaat. De bewindvoerder stuurt de post na controle door aan de heer [verzoeker] . Als de schuldsaneringsregeling eerder eindigt, stopt ook de postblokkade.
2.6.
De rechtbank is, gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 Verordening Pro (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie, bevoegd deze insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen nu het centrum van voornaamste belangen van de heer [verzoeker] in Nederland ligt.
De ingangsdatum
2.7.
Het WSNP-traject duurt in principe 18 maanden. De Faillissementswet bepaalt dat de termijn van de WSNP ingaat op de dag van dit vonnis.
2.8.
De heer [verzoeker] heeft niet verzocht de looptijd van de WSNP te verkorten. De rechtbank heeft ambtshalve getoetst of een eerdere ingangsdatum van toepassing is.
2.9.
Het verzoek om een eerdere ingangsdatum te bepalen wordt toegewezen als vanaf die eerdere datum de verplichtingen uit het minnelijk traject (die vergelijkbaar moeten zijn dan die uit de WSNP, zie hiervoor onder 2.3.) zijn nagekomen. Een van die WSNP-verplichtingen is de afdrachtplicht, die onder meer inhoudt dat maandelijks het verschil tussen de netto inkomsten van een schuldenaar en het vrij te laten bedrag (hierna: vtlb) aan de boedel moet worden betaald. Het vtlb wordt berekend met de vtlb-calculator die via het internet beschikbaar is. Om voor een eerdere ingangsdatum in aanmerking te komen, moeten er bedragen zijn gereserveerd voor de schuldeisers tenminste gelijk zijn aan het genoemde verschil tussen de netto inkomsten en het vtlb. Indien er wel is afgedragen, maar niet voldoende conform de VTLB-berekening, dan zal de rechtbank kijken naar de daadwerkelijk afgedragen bedragen en deze salderen (naar rato van wat er in het minnelijk traject is afgelost). Daarnaast moet er bij arbeidsgeschiktheid fulltime gewerkt worden of moet er aantoonbaar worden gesolliciteerd naar een fulltime baan.
2.10.
De rechtbank hanteert dus de salderingsmethode en wel als volgt: het door verzoeker in het voorafgaande schuldhulpverleningstraject gespaarde bedrag van
€ 5.000,-- is lager dan het bedrag dat in de WSNP (conform de VTLB-berekeningen) zou moeten worden gespaard. Daarnaast was er sprake van één maand beslaglegging voor een bedrag van € 958,20. De rechtbank ziet de afdracht vanwege de beslaglegging (€ 958,20) als een aflossing. In totaal heeft verzoeker voor de schuldeisers gespaard een bedrag van € 5.958,20. Er had moeten worden gespaard een bedrag van € 12.956,37. Er is derhalve € 6.998,17 te weinig gespaard. Aan de overige verplichtingen van het minnelijk traject heeft verzoeker voldaan.
2.11.
De rechtbank gaat over tot saldering van het gespaarde bedrag naar rato van wat er in het minnelijk traject is afgelost en bepaalt de ingangsdatum op zes maanden voorafgaand aan vandaag.

3.De beslissing

De rechtbank:
- spreekt de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[verzoeker],
geboren op [geboortedatm] -1980
wonende te [adres]
[postcode] [woonplaats] ,
- benoemt tot rechter-commissaris mr. M. Aukema
en tot bewindvoerder mr. N.N. van Klaveren,
gevestigd te Postbus 136,
2990 AC Barendrecht;
- stelt de ingangsdatum van de schuldsaneringsregeling vast op 27 juli 2024 en de einddatum op 27 januari 2026;
- draagt de bewindvoerder op om de komende dertien maanden de post van de heer [verzoeker] in te zien;
- bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag nemen volgens het Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Deze vergoeding is gelijk aan 1
/13e deel van de overeenkomstig artikel 2 van Pro dat Besluit te berekenen vergoeding. Dit kan alleen:
- zolang de schuldsaneringsregeling loopt en,
- voor zover de boedel toereikend is.
Dit is de beslissing van mr. M. Aukema rechter, in samenwerking met
C. van der Velde, griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 27 januari 2025.
De griffier is buiten staat
dit vonnis te ondertekenen