De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige, geboren in 2012, die verblijft bij haar zus en pleegmoeder. De kinderrechter hield een zitting met gesloten deuren waarbij de moeder met haar advocaat en vertegenwoordigers van de GI aanwezig waren; de vader en pleegmoeder waren afwezig.
De GI lichtte toe dat het contact tussen de moeder en de minderjarige sinds juli 2024 langzaam was opgebouwd, maar door een conflict via WhatsApp tussen de moeder en pleegmoeder op 27 december 2024 is het contact gestagneerd. Dit leidde tot verlies van vertrouwen bij de minderjarige zowel in de moeder als in de GI. De GI achtte het noodzakelijk dat het verblijf bij de pleegmoeder wordt voortgezet en dat hulpverlening, waaronder MST-CAN en mogelijk FFT, wordt ingezet om het contact en de relatie te herstellen.
De moeder stemde in met het verzoek en benadrukte het belang van contactherstel en betrokkenheid van de GI. De kinderrechter oordeelde dat terugplaatsing bij de moeder momenteel niet aan de orde is en dat verlenging van de machtiging noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarige. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard en de machtiging verlengd tot 9 augustus 2025.