ECLI:NL:RBROT:2025:2137
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing urgentieverklaring wegens ontbreken medisch verband met woning
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een urgentieverklaring op grond van medische noodzaak vanwege mentale gezondheidsproblemen veroorzaakt door intimidatie door buren. Het college wees deze aanvraag af omdat geen verband werd vastgesteld tussen de medische problematiek en de woning. De rechtbank bevestigt dit oordeel en stelt dat de psychische klachten naar een andere woning zouden meeverhuizen, waardoor de huidige woning niet duurzaam ongeschikt is.
Eiser betoogde dat de urgentieregeling in de Verordening woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2020 in strijd is met de Huisvestingswet en algemene beginselen van behoorlijk bestuur, en dat het college de hardheidsclausule had moeten toepassen. De rechtbank verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin is geoordeeld dat de regeling niet in strijd is met hoger recht en oordeelt dat het college de belangenafweging rondom de hardheidsclausule zorgvuldig heeft gemaakt.
De rechtbank concludeert dat eiser onvoldoende bewijs heeft geleverd van de ernst en het directe verband van de klachten met de woning en dat het college geen fundamentele rechten heeft geschonden. Het beroep wordt ongegrond verklaard, het college heeft de urgentieverklaring terecht geweigerd en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de urgentieverklaring wegens ontbreken van medische noodzaak gerelateerd aan de woning.