Eisers maakten bezwaar tegen de vergunning voor het omzetten van woonruimte in onzelfstandige woonruimte voor zes personen, terwijl feitelijk acht personen de woning bewonen. Het college verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat eisers geen belanghebbenden zouden zijn. De rechtbank oordeelt dat de onderverhuurder ([eiser 1]) wel een zelfstandig belang heeft omdat hij contractuele verplichtingen heeft tegenover onderhuurders en risico loopt op bestuurlijke boetes en financiële nadelen.
De rechtbank stelt vast dat [eiser 1] partij is bij de huurovereenkomst met de eigenaar en dus belanghebbende is, terwijl [eiser 2] geen rechtsgeldige overdracht van de huurovereenkomst kon aantonen en daarom geen belanghebbende is. De rechtbank vernietigt het besluit voor zover het bezwaar van [eiser 1] niet-ontvankelijk werd verklaard en draagt het college op het bezwaar inhoudelijk te behandelen.
De rechtbank wijst erop dat onvoldoende informatie beschikbaar is voor een finale beslissing en beveelt het college aan ook de eigenaar bij de bezwaarprocedure te betrekken. Het college wordt tevens veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan [eiser 1].