Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
BOEi’,
1.De procedure
- de dagvaarding van 17 januari 2025, met bijlagen;
- de brief van BOEi van 23 januari 2025, met een bijlage.
Rechtbank Rotterdam
In deze kort gedingprocedure vordert BOEi, verhuurder van een bedrijfsruimte, dat de huurder wordt veroordeeld tot ontruiming van de bedrijfsruimte en betaling van een huurachterstand van vijf maanden ter hoogte van €35.540,18. De huurder verschijnt niet, waardoor verstek wordt verleend.
De kantonrechter oordeelt dat het spoedeisend belang van BOEi voldoende aannemelijk is en dat de vorderingen niet onrechtmatig of ongegrond zijn. Gezien de omvang van de huurachterstand is het aannemelijk dat in een bodemprocedure de huurovereenkomst zal worden ontbonden, waardoor ontruiming gerechtvaardigd is. De gevorderde ontruimingstermijn van drie dagen wordt als onredelijk kort beoordeeld en daarom vastgesteld op veertien dagen.
Daarnaast wordt de huurder veroordeeld tot betaling van de huurachterstand en de proceskosten, die in totaal €2.261,25 bedragen. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat BOEi direct kan overgaan tot uitvoering, ook als hoger beroep wordt ingesteld.
Uitkomst: De huurder wordt veroordeeld tot ontruiming binnen veertien dagen en betaling van €35.540,18 huurachterstand met proceskosten.