ECLI:NL:RBROT:2025:2293

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
28 februari 2025
Publicatiedatum
25 februari 2025
Zaaknummer
AWB - 24 _ 8776
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond op hoogte bijzondere bijstand voor inrichting en stoffering woning na brand

Eiseres verloor haar woning door een brand in de zomer van 2023 en verhuisde op 2 mei 2024 naar een nieuwe woning. Zij vroeg bijzondere bijstand aan voor de kosten van inrichting en stoffering van deze woning. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam kende een bedrag van €3.541,- toe, conform de Beleidsregels bijzondere bijstand Rotterdam 2024.

Eiseres voerde aan dat het toegekende bedrag niet toereikend was, mede omdat zij door de brand geen spullen kon meenemen en haar nieuwe woning relatief groot is. De rechtbank oordeelt echter dat het college forfaitaire bedragen mag hanteren en dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat het toegekende bedrag onvoldoende is om de goedkoopste adequate voorziening te treffen.

De rechtbank concludeert dat het beroep ongegrond is, dat het college terecht het bezwaar ongegrond heeft verklaard en dat eiseres geen recht heeft op terugbetaling van griffierecht of vergoeding van proceskosten.

Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de hoogte van de toegekende bijzondere bijstand wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 24/8776

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 februari 2025 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. I. Car),
en

het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam, het college

(gemachtigde: mr. J.F. Jim).

Procesverloop

1.1.
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank beroep van eiseres tegen de hoogte van het toegekende bedrag aan bijzondere bijstand voor de stoffering en inrichting van haar woning.
1.2.
Het college heeft met het besluit van 27 mei 2024 (het primaire besluit) een bedrag van € 3.541,- aan bijzondere bijstand toegekend.
1.3.
Met het besluit van 11 september 2024 (het bestreden besluit) heeft het college het bezwaar van eiseres tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.
1.1.
Eiseres heeft beroep ingesteld. Het college heeft hierop gereageerd met een verweerschrift.
1.2.
De rechtbank heeft beroep op 17 februari 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van het college.

Beoordeling door de rechtbank

2. In de zomer van 2023 is eiseres haar woning kwijtgeraakt door een brand. Nadat zij een urgentieverklaring had gekregen, is eiseres per 2 mei 2024 verhuisd naar een nieuwe woning. Op 2 mei 2024 heeft eiseres bijzondere bijstand aangevraagd voor de kosten van de inrichting en stoffering van haar nieuwe woning.
3. Aan het bestreden besluit heeft het college het volgende ten grondslag gelegd. Het bedrag dat is toegekend, is in lijn met de globaliseringstabel behorend bij de Beleidsregels bijzondere bijstand Rotterdam 2024 (Beleidsregels). Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat het toegekende bedrag in haar geval niet toereikend is.
4. Eiseres heeft – samengevat – het volgende aangevoerd. Het toegekende bedrag is niet toereikend. De vorige woning van eiseres is totaal uitgebrand en zij heeft daarom geen spullen mee kunnen nemen naar haar nieuwe woning. Verder is deze woning relatief groot. Met die omstandigheid heeft het college ten onrechte geen rekening gehouden.
5. Een bijstandverlenende instantie mag in beginsel voor het bepalen van de omvang van de noodzakelijke kosten en de hoogte van de bijzondere bijstand forfaitaire bedragen of richtlijnen hanteren. De betrokkene moet met de bijzondere bijstand de goedkoopste adequate voorziening kunnen treffen. Het is aan de betrokkene om aannemelijk te maken dat het forfaitair vastgestelde bedrag daartoe niet toereikend is (zie bijvoorbeeld de uitspraak van 3 december 2024 van de Centrale Raad van Beroep, ECLI:NL:CRVB:2024:2438).
6. De rechtbank oordeelt dat de beroepsgronden niet slagen. Het college heeft de bijzondere bijstand voor stoffering en inrichting vastgesteld in lijn met de Beleidsregels. Dat eiseres door de brand geen spullen meer had, is geen reden om van de standaardbedragen in de Beleidsregels af te wijken. Het college heeft ter zitting toegelicht dat de standaardbedragen ook van toepassing zijn in gevallen, zoals hier, waarin geen huisraad kan worden meegenomen vanuit een vorige woning. De rechtbank heeft geen reden om aan te nemen dat dit niet juist is. Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat het toegekende bedrag niet toereikend is. Zij heeft niet met concrete gegevens en stukken onderbouwd dat zij voor dit bedrag niet de goedkoopste adequate voorziening heeft kunnen treffen. Verder is niet gesteld of gebleken dat de nieuwe woning van eiseres substantieel groter is dan een gemiddelde huurwoning voor een alleenstaande.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S. Veling, rechter, in aanwezigheid van R.P. Evegaars, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 28 februari 2025.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.