Deze civiele zaak betreft een familiegeschil over de aandelenoverdracht van het familiebedrijf [bedrijf A]. Eiseres vordert dat gedaagde partijen een afschrift verstrekken van een akte uit 1989 waarin de aandelen van [persoon B] aan [gedaagde 1] zouden zijn overgedragen. Volgens eiseres zou dit document een vorderingsrecht voor haar kunnen inhouden en mogelijk een grond voor een onrechtmatige daad.
De rechtbank oordeelt dat eiseres onvoldoende heeft gesteld om het bestaan van deze akte aannemelijk te maken, terwijl gedaagde partijen het bestaan gemotiveerd betwisten. Eiseres baseert haar stelling mede op een vermeend telefoongesprek met notaris [notaris X], die dit echter ontkent. Verder is vastgesteld dat de aandelen direct van [persoon B] aan de vennootschap van [gedaagde 2] zijn overgedragen, zoals blijkt uit een akte, verklaringen van een accountant en andere documenten.
Gezien het ontbreken van voldoende bewijs acht de rechtbank het niet nodig om bewijslevering toe te laten en wijst zij de vordering af. Eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten en de wettelijke rente. Het vonnis is gewezen door mr. D. van Dooren en op 5 maart 2025 in het openbaar uitgesproken.