ECLI:NL:RBROT:2025:2722
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens niet te goeder trouw handelen bij niet melden WW-uitkering
Verzoekster diende op 17 oktober 2024 een verzoekschrift in voor toepassing van de schuldsaneringsregeling. Zij ontvangt een Participatiewet-uitkering en heeft een schuldenlast van circa €39.620. Tijdens een hercontrole bleek dat zij naast de Participatiewet-uitkering ook een WW-uitkering ontving in 2024, welke zij niet had gemeld aan de gemeente, beschermingsbewindvoerder of schuldhulpverlenende instantie. De WW-uitkering werd op een bankrekening van haar overleden vader gestort.
De gemeente vordert de terugbetaling van €4.990,97 aan onterecht ontvangen uitkering en beschouwt dit als fraude. Verzoekster erkent een fout te hebben gemaakt door de additionele inkomsten niet te melden. De rechtbank beoordeelt dat verzoekster niet te goeder trouw is geweest, omdat zij bewust informatie heeft achtergehouden en het bedrag niet heeft gereserveerd voor terugbetaling.
Op grond van artikel 285 Faillissementswet Pro wordt de schuldsaneringsregeling alleen toegewezen als de schulden te goeder trouw zijn ontstaan of onbetaald gelaten. De rechtbank concludeert dat dit niet het geval is en wijst het verzoek af. Dit betekent niet dat er geen andere gronden voor afwijzing kunnen zijn, maar de niet-goede trouw is voldoende reden.
De uitspraak is gedaan door rechter M. Aukema op 19 februari 2025. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen acht dagen na uitspraak, in te stellen door een advocaat bij het gerechtshof.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens niet te goeder trouw handelen.