Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
19 februari 2025
1.De procedure
2.De beoordeling van het verzoek
De toelating
3.De beslissing
/19e deel van de overeenkomstig artikel 2 van Pro dat Besluit te berekenen vergoeding. Dit kan alleen:
Rechtbank Rotterdam
De rechtbank Rotterdam behandelde het verzoek van verzoekster om toegelaten te worden tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP) vanwege een problematische schuldensituatie. Verzoekster voldeed aan de voorwaarden voor toelating, waaronder goede trouw en de verwachting dat zij aan de verplichtingen van de WSNP zal voldoen. Daarom werd zij toegelaten tot de regeling.
Verzoekster verzocht tevens om de ingangsdatum van de WSNP tien maanden eerder te laten ingaan dan de datum van het vonnis. De rechtbank beoordeelde dit verzoek kritisch aan de hand van de inspanningsverplichting in het voorafgaande minnelijke traject, waarbij van verzoekster werd verlangd dat zij maandelijks voldoende aflossingen deed en zich inspande voor werk.
De rechtbank stelde vast dat verzoekster weliswaar een geringe aflossing had gedaan en er beslag lag op het inkomen, maar dat zij niet voldeed aan de inspanningsverplichting. Verzoekster kon haar medische klachten niet met stukken onderbouwen, had geen ontheffing van de arbeidsverplichting en had niet aantoonbaar gesolliciteerd. Hierdoor werd het verzoek tot een eerdere ingangsdatum afgewezen.
De rechtbank benoemde een bewindvoerder en een rechter-commissaris en stelde de ingangsdatum van de WSNP vast op 19 februari 2025 met een looptijd van 18 maanden. Tevens werd bepaald dat de bewindvoerder de post van verzoekster mag inzien en een voorschot op zijn vergoeding mag nemen, voor zover de boedel toereikend is.
Uitkomst: Verzoek tot toelating WSNP toegewezen, verzoek tot eerdere ingangsdatum afgewezen wegens niet-naleving inspanningsplicht.