De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling Leger Des Heils Jeugdbescherming & Reclassering tot verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige die sinds februari 2024 in een gezinshuis verblijft. De minderjarige verblijft daar vanwege onhoudbare thuissituatie bij de moeder en het onvermogen van de vader om haar thuis op te voeden.
Tijdens de mondelinge behandeling op 29 januari 2025 waren de moeder, vader en een vertegenwoordiger van de GI aanwezig. De minderjarige is uitgenodigd voor een kindgesprek maar heeft hiervan geen gebruik gemaakt. De GI lichtte toe dat het goed gaat met de minderjarige in het gezinshuis en dat het perspectief nu definitief is vastgesteld. Het is van belang een passende omgangsregeling met beide ouders vorm te geven, waarbij de hulpverleningsinstantie Curess betrokken wordt.
De moeder verzocht om verlenging voor zes maanden en afwijzing van het overige, terwijl de vader de overdracht naar het vrijwillig kader benadrukte en kritiek had op het uitblijven van een toetsing door de Raad voor de Kinderbescherming. De kinderrechter oordeelde dat aan de wettelijke vereisten voor verlenging is voldaan en verlengde de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing tot 16 augustus 2025 voor de duur van zes maanden. De verdere behandeling van het verzoek wordt aangehouden tot 1 juli 2025, met het oog op een briefrapportage over de stand van zaken.