Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 20 september 2024, met bijlagen;
- het antwoord;
- de repliek, met bijlagen;
- de dupliek, met bijlage.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
De huurder heeft van september 2021 tot maart 2024 een bedrijfspand gehuurd met een maandelijkse huurprijs van €1.210,-. Tijdens de coronaperiode kreeg hij uitstel van betaling voor een deel van de huur, waardoor hij slechts €786,50 per maand hoefde te betalen. Desondanks ontstond een huurachterstand van €11.192,50, inclusief niet-betaalde reguliere termijnen.
Eiseres vordert betaling van de achterstand, contractuele boeterente van €300 per maand, buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten, vermeerderd met wettelijke handelsrente. De huurder erkent de achterstand, vraagt om een betalingsregeling en matiging van de boete.
De kantonrechter wijst de volledige huurachterstand en incassokosten toe, maar matigt de boeterente tot €5.700,- op basis van jurisprudentie die cumulatie van boeterente over meerdere termijnen verbiedt. De gevorderde handelsrente over incassokosten en proceskosten wordt afgewezen; in plaats daarvan wordt de wettelijke rente toegewezen. Een betalingsregeling kan niet worden opgelegd zonder toestemming van eiseres.
Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en de proceskosten worden aan de huurder opgelegd. De uitspraak benadrukt het belang van redelijkheid bij boetebedingen en bevestigt dat het boetebeding eindigt met de huurovereenkomst.
Uitkomst: Gedaagde moet huurachterstand en incassokosten betalen, boeterente wordt gematigd tot €5.700,-, handelsrente wordt afgewezen.