De Vereniging van Eigenaars (VvE) vordert van twee appartementseigenaren, hierna gedaagde 1 en gedaagde 2, de betaling van achterstallige en toekomstige VvE-bijdragen. Na een eisvermindering resteert een bedrag van €451,87 exclusief proceskosten. Gedaagde 1 roept gedaagde 2 in vrijwaring op en eist dat zij hem vergoedt wat hij aan de VvE moet betalen.
De rechtbank stelt vast dat gedaagde 2 reeds een betaling van €149,86 heeft gedaan, waardoor nog €295,96 verschuldigd is, inclusief incassokosten en wettelijke rente. Kosten voor een kadastraal uittreksel worden afgewezen omdat deze niet noodzakelijk waren. De vordering tot betaling van toekomstige bijdragen wordt toegewezen tot het einde van het lopende boekjaar, met een maximum van €25.000.
In de vrijwaringszaak oordeelt de rechtbank dat gedaagde 2 jegens gedaagde 1 gehouden is tot vergoeding van door laatstgenoemde aan de VvE betaalde bedragen, gelet op hun afspraak dat gedaagde 2 de lasten van de woning zou dragen. Beide partijen worden veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.