ECLI:NL:RBROT:2025:3586
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Beslissing rechtbank Rotterdam over bezwaarschrift tegen dagvaarding wegens schending procesorde
De rechtbank Rotterdam behandelde een bezwaarschrift van een bezwaarde tegen zijn dagvaarding voor een regiezitting van de meervoudige strafkamer. De verdediging voerde aan dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard vanwege schending van het vertrouwensbeginsel en de beginselen van een goede procesorde, omdat de dagvaarding werd uitgebracht voordat een lopende procedure ex artikel 182 Sv Pro was afgerond. Tevens werd gesteld dat het opsporingsonderzoek onevenwichtig was en dat dagvaarding in dit stadium schadelijk was voor het verdedigingsbelang.
De rechtbank oordeelde dat er geen concrete toezeggingen waren gedaan die het vertrouwen rechtvaardigden dat geen dagvaarding zou volgen. Ook is uit de wet en jurisprudentie niet af te leiden dat de procedure ex artikel 182 Sv Pro volledig moet zijn afgerond voordat vervolging kan worden ingesteld. De rechtbank stelde vast dat de rechter-commissaris inmiddels op onderzoekswensen had beslist en dat het onderzoek niet onevenwichtig was. De belangenafweging van het Openbaar Ministerie werd gerespecteerd, en de vervolgingsbeslissing werd niet onredelijk geacht.
Verder wees de rechtbank de bezwaren tegen een openbare behandeling af en verwees naar wettelijke mogelijkheden om verzoeken te doen ter bescherming van het onderzoek. Het bezwaarschrift werd daarom ongegrond verklaard en de dagvaarding bleef in stand.
Uitkomst: Het bezwaarschrift tegen de dagvaarding wordt ongegrond verklaard en het Openbaar Ministerie is ontvankelijk in de vervolging.