Eiseres vroeg een uitkering uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven aan vanwege een medicijnvergiftiging tijdens haar zwangerschap en medische fouten rond de bevalling. De Commissie wees de aanvraag af omdat er geen objectieve aanwijzingen waren die haar verklaring ondersteunden en er geen strafzaak had plaatsgevonden.
De rechtbank bevestigde dat eiseres ernstige lichamelijke en psychische klachten heeft, maar dat de medische stukken geen duidelijkheid geven over de toedracht of opzet van het geweldsmisdrijf. Ook een aangifte bij het Openbaar Ministerie leidde tot geen vervolging wegens verjaring.
Hoewel eiseres niet werd gehoord in de bezwaarprocedure, oordeelde de rechtbank dat dit een schending van de hoorplicht was, maar dat eiseres hierdoor niet benadeeld is omdat zij haar standpunten in de beroepsprocedure voldoende heeft kunnen toelichten.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, bepaalde dat de Commissie het griffierecht en reiskosten van eiseres moet vergoeden, en wees het verzoek om een deskundige af.
De uitspraak benadrukt het belang van objectieve aanwijzingen voor het aannemelijk maken van een opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf bij uitkeringen uit het fonds.