ECLI:NL:RVS:2018:520
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing uitkering schadefonds geweldsmisdrijven wegens onvoldoende objectieve aanwijzingen
Op 10 augustus 2015 diende appellant een aanvraag in bij de Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven (CSG) voor een uitkering naar aanleiding van een incident op 13 september 2012 waarbij hij met een mes onder zijn oksel werd gestoken door zijn toenmalige vriendin. De CSG wees de aanvraag af wegens gebrek aan voldoende objectieve informatie om het geweldsmisdrijf aannemelijk te maken.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat er wel degelijk voldoende aanwijzingen zijn, waaronder bevestiging van de toenmalige vriendin dat zij aanwezig was en het alarmnummer belde, en medische verklaringen over de steekwond. Hij stelde dat hij aanvankelijk onjuiste informatie gaf om de vriendin te beschermen en dat het tijdsverloop tussen incident en aangifte niet tot afwijzing mocht leiden.
De Raad van State oordeelde dat ondanks het vaststaande letsel, de toedracht, aanleiding en omstandigheden van het geweldsmisdrijf onduidelijk en inconsistent blijven. De strafzaak werd geseponeerd wegens gebrek aan bewijs, en verklaringen van appellant en zijn toenmalige vriendin verschillen significant. Het tijdsverloop en het ontbreken van ondersteunende getuigen verklaringen beperken het onderzoek.
De Raad concludeerde dat de CSG terecht heeft geoordeeld dat onvoldoende objectieve aanwijzingen zijn geleverd om het geweldsmisdrijf aannemelijk te maken en bevestigt de eerdere afwijzing. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag voor een uitkering uit het schadefonds geweldsmisdrijven wordt bevestigd wegens onvoldoende objectieve aanwijzingen.