De Raad voor de Kinderbescherming heeft verzocht om een ondertoezichtstelling van een minderjarige voor de duur van een jaar en een machtiging tot uithuisplaatsing bij de gezaghebbende vader tot 5 juli 2025. De kinderrechter heeft de zaak behandeld met betrokken partijen, waaronder de ouders, de bijzondere curator en de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond.
De feiten tonen aan dat de ouders gezamenlijk het ouderlijk gezag hebben, maar de minderjarige woont hoofdzakelijk bij de moeder en verblijft bij de vader. Er is sprake van een langdurige en hevige strijd tussen de ouders, waarbij de minderjarige in een loyaliteitsconflict is gekomen en gedrags- en spanningsklachten vertoont. Het contact met de moeder was lange tijd verbroken, maar sinds september 2024 is er een voorzichtig herstel van contact.
De kinderrechter oordeelt dat aan de wettelijke criteria voor ondertoezichtstelling is voldaan en dat de situatie ernstige bedreigingen voor de ontwikkeling van de minderjarige inhoudt. Daarom wordt de ondertoezichtstelling voor een jaar uitgesproken en wordt de machtiging tot uithuisplaatsing bij de vader verleend. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het hoger beroep kan binnen drie maanden worden ingesteld.