ECLI:NL:RBROT:2025:3712
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Wijziging mentorschap wegens onwerkbare verhouding met zorginstelling
De kantonrechter te Rotterdam heeft op 21 maart 2025 uitspraak gedaan in een zaak over wijziging van het mentorschap van een betrokkene. De huidige mentor ervaart problemen met de zorginstelling waar betrokkene verblijft, met name over onredelijke verzoeken om mantelzorgtaken zoals het beheren van een pinpas en het doen van boodschappen. De mentor heeft deze taken betwist als zijnde buiten zijn wettelijke takenpakket.
Op verzoek van de zorginstelling is een nieuwe mentor voorgedragen en bereid verklaard om het mentorschap over te nemen. De huidige mentor heeft zijn verweer tegen deze wijziging ingetrokken. De kantonrechter oordeelt dat de verhouding tussen mentor en zorginstelling niet langer werkbaar is en wijst het verzoek tot wijziging van het mentorschap toe.
Daarnaast bevestigt de rechtbank dat de wettelijke taken van een mentor zich richten op de regiefunctie bij verzorging, verpleging, behandeling en begeleiding, en niet het beheren van een pinpas of het doen van boodschappen omvatten. De zorginstelling dient hiervoor passende oplossingen te zoeken. De kantonrechter wijst verder op het ontbreken van bevoegdheid om uitspraken te doen over de werkwijze van de zorginstelling zelf.
De mentor wordt per 1 april 2025 ontslagen en de voorgestelde nieuwe mentor benoemd. De beloning van de mentor wordt conform de geldende regeling vastgesteld. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open bij het gerechtshof Den Haag.
Uitkomst: Het mentorschap wordt gewijzigd vanwege onwerkbare verhouding; de mentor wordt ontslagen en een nieuwe mentor benoemd.