Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- het verzoekschrift met bijlagen van de vrouw, ingekomen op 25 oktober 2024;
- het verweerschrift tevens zelfstandig verzoek met bijlagen van de man, ingekomen op 27 december 2024;
- de beschikking van 30 december 2024;
- het verweerschrift op het zelfstandig verzoek, tevens gewijzigd verzoek, met bijlagen van de vrouw, ingekomen op 8 januari 2025;
- de berichten van de vrouw van 24 januari 2025 (met bijlagen) en 5 februari 2025 (met bijlage);
- het bericht met bijlagen van de man van 4 februari 2025.
- de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;
- de man, bijgestaan door zijn advocaat;
- de raad voor de kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht (hierna: de raad), als adviseur, vertegenwoordigd door [persoon A] .
2.De vaststaande feiten
3.De beoordeling
- de noodzaak om te verhuizen;
- een goede voorbereiding van de verhuizing;
- het aanbieden van alternatieven of compensatie voor de verminderingen van de contactmogelijkheden met de andere ouder;
- de rechten van de andere ouder en de minderjarige op onverminderd contact met elkaar in een vertrouwde omgeving;
- de frequentie van het contact tussen de minderjarige en de andere ouder voor en na de verhuizing;
- de verdeling van de zorgtaken en de continuïteit van de zorg;
- de extra kosten van contact na de verhuizing;
- de bestendigheid van de nieuwe relatie van de verhuizende ouder;
- de mate waarin ouders nog in staat zijn tot overleg;
- de leeftijd van de minderjarige, zijn mening en de mate waarin de minderjarige geworteld is in zijn omgeving of juist extra gewend is aan verhuizingen.
voorgenomenbeslissing te bespreken en serieus met de opmerkingen van de ander om te gaan, in plaats van deze bij voorbaat in de wind te slaan met de stelling dat de verhuizing hoe dan ook doorgaat. Het handelen van de vrouw is het schoolvoorbeeld van hoe een verhuizing als deze,
nietmoet worden aangepakt.